Als de AIVD zijn werk goed wil blijven doen, moet de inlichtingendienst actiever worden op internet, zegt netsocioloog Albert Benschop.
Hij zal niet zeggen dat de AIVD de moord op Theo van Gogh had kunnen voorkomen. Maar het is ook niet ondenkbaar. Al vóór de moord hield dr. Albert Benschop radicaal-islamitische websites in de gaten. De AIVD deed dat volgens hem onvoldoende en was daarom ’aan één oog blind’. „Op internet hadden ze Mohammed B. en de mensen om hem heen in volle glorie aan het werk kunnen zien.”
Ook wie gevaar liep was Benschop duidelijk. „In de maanden vóór de moord zag je internetbedreigingen tegen Theo van Gogh gewoon aanzwellen.”
Benschop onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam, bij Mediastudies, de eigenaardigheden van het internet. Radicaal-islamitische tendensen houdt hij bij in zijn ’Kroniek van een aangekondigde moord’, een website die hij steeds bijwerkt en die binnenkort als boek verschijnt (http://www2.fmg.uva.nl/sociosite/websoc/jihad_nl.html ). Te zien zijn onder meer en schietschijf en kogelgaten, geprojecteerd op een foto van Theo van Gogh. Met de tekst: ’wanneer is Theo aan de beurt?’ Het is maar een van de vele voorbeelden die Benschop vond.
„Inlichtingen- en opsporingsdiensten zochten op internet alleen maar naar bepaalde personen na specifieke aanwijzingen. Maar er is voortdurende en uitgebreide patrouille op internet nodig om terroristische netwerken in kaart te brengen. Dat kost veel gekwalificeerde mensen en vereist inzet van geavanceerde opsporingstechnologie, die de AIVD vóór de moord niet had.”
Wat had de dienst volgens Benschop anders kunnen zien? Zo’n beetje het halfjaar vóór de moord op Van Gogh verspreidden zich op internet veel, lange werken van ene Abu Zubair. Dit zou later het pseudoniem van Mohammed B. blijken. „Abu Zubair sprong eruit door zijn ongemene fanatisme en doordat zijn artikelen gretig aftrek vonden”, zegt Benschop. „Met een aantal anderen runde hij dreigende websites.”
De geschriften van Abu Zubair kwamen erop neer dat het de plicht is van elke individuele moslim om gewapende strijd te voeren tegen de ongelovige vijanden van de islam en dat je hiervoor van niets of niemand toestemming nodig hebt. De islam moet desnoods met het zwaard worden opgelegd. Al in het voorjaar van 2004 mailde hij rond dat de wereldleiders, ook premier Balkenende, zich moeten onderwerpen aan de islam. „Allah zal jullie in dit leven en in het Hiernamaals de beproeving van de vernedering doen ondergaan.”
De AIVD kende Mohammed B. De dienst observeerde zijn woning en probeerde zijn telefoon af te luisteren. de AIVD kwam hem tegen in het onderzoek naar de zogenoemde Hofstadgroep. Maar de dienst kwalificeerde hem als bijfiguur. Begrijpelijk, zegt Benschop, voor een organisatie die vooral conventionele inlichtingenmiddelen gebruikt, zoals volgen en afluisteren.
„Mohammed B. maakte geen reizen naar het buitenland, hij verkende geen overheidsgebouwen als mogelijke doelwitten, hij kocht geen ingrediënten voor explosieven. Hij zat altijd maar in zijn kamer te studeren of achter zijn computer.” De AIVD zocht vooral naar djihadisten die grootschalige aanslagen aan het voorbereiden waren.
„Maar op internet, daar drááide alles om Mohammed B. Je zag dat hij en zijn medestanders bewust Marokkaanse en islamitische sites penetreerden. Ze plaatsten een bericht en daaronder een hele reeks berichten onder andere namen die allemaal zeggen: wat een goede tekst. Eén man die een dag achter een computer zit, kan zichzelf heel groot maken.”
„ Mohammed B. gebruikte hiervoor ook zijn eigen computer. Technisch was het niet zo moeilijk geweest om de identiteit van ’Abu Zubair’te achterhalen’. Onder zijn teksten waren doodsbedreigingen, oproepen tot moord en haatzaaierij. Hiervoor had hij kunnen worden opgepakt.”
Benschop vindt dat de AIVD na de moord had moeten erkennen dat het internet-onderzoek gebrekkig was. „Het feitenrelaas dat het kabinet een week na de moord naar de Kamer stuurde, was een poging om de tekorten van de AIVD te verbloemen.” Zo wordt in het feitenrelaas een belangrijke internetbedreiging tegen Theo van Gogh maar summier weergegeven. „Muwahhidin Brigade op weg naar H.A. en T.V.G”, stond er op een aan de Hofstadgroep gelieerde website. Het geheime adres van Ayaan Hirsi Ali was erbij gepubliceerd en het dreigement tegen de VVD-politica werd dan ook zeer serieus genomen. Maar het leidde niet tot een scherpere dreigingsanalyse voor Theo van Gogh. „Het feitenrelaas was er helemaal op gericht dat de AIVD niet had kúnnen weten dat Mohammed B. gevaarlijk was of dat Theo van Gogh risico liep”, zegt Benschop.
„En in het jaarverslag over 2004, dat nota bene afgelopen april uitkwam, houdt de AIVD dit nóg vol”, zegt hij. De dienst schrijft: „Mohammed B. verkeerde in de periferie van de zogenaamde Hofstadgroep.” Terwijl justitie Mohammed B. in het strafrechtelijk onderzoek naar de groep inmiddels als spilfiguur heeft aangemerkt. „Omdat die inmiddels het internetmateriaal wel heeft”, weet Benschop.
„Er wordt vaak gezegd: die discussies op internet, dat is maar cafépraat. Maar de vergelijking gaat niet op. Uitingen op internet worden gedaan in de grootst mogelijke openbaarheid. Wat je daar zegt, heeft consequenties. Vroeger hield ik mijn studenten in colleges over racisme voor: als genoeg mensen zeggen dat Joden minderwaardig zijn, dan gaan mensen Joden ook zo behandelen. Als genoeg mensen zeggen dat Theo van Gogh dood moet, dan gebeurt dat ook. Voordat Theo van Gogh in het echt werd vermoord, was hij al op internet vermoord.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.