Verwoede pogingen om de illegale papaverteelt in Afghanistan uit te roeien, werpen nog maar weinig vruchten af. Tijd voor een andere aanpak, dacht The Senlis Council. Maar die stuit op weerstand.
Afghanistan was en is de grootste producent van opium ter wereld, zo bleek ook deze week weer uit het jaarlijkse onderzoek van de Verenigde Naties. Dit jaar produceert het land 4100 ton van het verdovende middel, de grondstof voor heroïne. Een marginale daling ten opzichte van de 4200 ton van vorig jaar.
De UNODC, het VN-bureau voor drugs en misdaad, ziet wel lichtpuntjes, zoals het afnemende areaal waarop de papaverplant wordt verbouwd. De gunstige weersomstandigheden hebben ervoor gezorgd dat de oogst toch zo groot is, aldus de VN. Daarmee blijft Afghanistan met 87 procent de onbetwiste wereldmarktleider.
De uitzichtloze situatie bracht The Senlis Council, een onafhankelijke denktank op het gebied van drugsbeleid, ertoe een prikkelend alternatief voor te stellen: sta Afghanistan –strikt gereguleerd– toe de opiumteelt te legaliseren voor medicinale doeleinden. Van opium kan namelijk niet alleen heroïne gemaakt worden, maar ook de pijnstillers morfine en codeïne. En daaraan is vooral in ontwikkelingslanden een groot tekort.
Deze week presenteerde The Senlis Council in Den Haag een haalbaarheidsstudie, waaruit blijkt dat de legale opiumproduktie in Afghanistan een reëel alternatief is. Volgens directeur Reinert zijn er veel voordelen. „De afhankelijkheid van de Afghaanse boeren van allerlei krijgsheren vermindert, en ook de macht van die lieden wordt beknot. Bovendien zal de aanvoer van drugs naar West-Europa afnemen, terwijl tegelijkertijd de ontwikkelingslanden meer medicijnen krijgen. Daar komt nog bij dat de opiumvernietigingscampagne in Afghanistan op dit moment duur en weinig effectief is, en de relatie tussen de bevolking en de overheid verslechtert.”
Het plan hangt nu op officiële toestemming van de Afghaanse regering, maar de vraag is of die er komt. Eerder dit jaar zei de Afghaanse minister van drugsbestrijding nog het idee te verwelkomen. Een paar maanden geleden kwam hij daarop terug, en zei dat zijn land er nog niet aan toe is. Reinert vermoedt dat de Britten, die de drugsbestrijding in Afghanistan coördineren, druk op de Afghaanse regering hebben uitgeoefend om zich alleen te richten op het vernietigen van de papaveroogsten en het promoten van alternatieve teelten.
Ook elders is er tegenstand. De UNODC denkt dat de boeren toch niet naar de legale productie zullen overstappen omdat ze dan minder verdienen. The Senlis Council heeft echter berekend dat, na aftrek van alle kosten zoals kunstmest en smeergeld, de boeren ongeveer hetzelfde zullen verdienen als nu. Ook de International Narcotics Control Board, de drugs-waakhond, is er niet voor. Er zou al sprake zijn van overproductie van opium.
Reinert hoopt dat de Afghaanse overheid uiteindelijk toch zal instemmen met een proefproject, hoewel ook hij toegeeft dat er tal van haken en ogen zijn, zoals de controles. „We pretenderen ook niet een wondermiddel gevonden te hebben. Naast de legale productie van opium zal er een tijdlang ook nog illegale productie zijn. Bovendien lekt er uit de legale teelt altijd wel wat weg, maar met strenge controles moet je dat beperkt kunnen houden”, aldus Reinert. „Het is het proberen waard. Veel slechter kan de situatie toch niet worden.”
Onderzoek: 920000 gebruikers:
In Afghanistan zijn zo’n 920000 mensen verslaafd aan de een of andere drug, dat is 3,8 procent van de bevolking. Dat blijkt uit het eerste landelijke onderzoek naar drugsgebruik in Afghanistan, uitgevoerd door de VN. De meesten gebruiken hasj (520000), maar opium (150000) en het derivaat heroïne (50000) zijn ook populair. Verder gebruiken 180000 mensen medicijnen zonder recept, en zijn 20000 verslaafd aan andere substanties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.