*

 

De wereld van hiphop, van Duitsland tot Brazilië, wordt verkend op filmfestival

Edo Sturm − 24/11/05, 23:02

Ooit een subversieve straatcultuur in de getto’s van New York, nu uitgegroeid tot een van de invloedrijkste stromingen binnen de internationale entertainmentindustrie: hiphop, de verzamelnaam voor een jeugdcultuur die in de jaren zeventig gevormd werd. Bekende elementen ervan, zoals breakdance, rap en graffiti, zijn overal in de moderne cultuur terug te vinden en hebben grote invloed op de taal, muziek- en kledingstijl van jongeren.

Ook in films en documentaires wordt de hiphopcultuur steeds vaker als uitgangspunt genomen, met als bekende voorbeelden ’8 mile’, (waarin de rapper Eminem de hoofdrol speelt in het op zijn eigen leven gebaseerde verhaal) en ’Boyz ’n da Hood’ (een film over jongeren in de getto’s van LA).

Maar naast bovenstaande kaskrakers zijn er talloze onafhankelijke ’hiphopfilms’ gemaakt die in Nederland nog maar moeilijk hun weg naar het publiek vinden.

Black soil, het in 2003 opgezette filmfestival voor ’hiphopgeoriënteerde films, animaties en documentaires’, biedt daarvoor een podium. Dit jaar worden er eenentwintig films vertoond: het overgrote deel uit Amerika – maar ook Kenia, Brazilië, Duitsland en Nederland worden vertegenwoordigd.

Eén ding hebben de filmmakers, die sterk verschillen in leeftijd, afkomst en achtergrond, met elkaar gemeen: de fascinatie voor hiphop. Jeroen Koolhaas en Philip Ivanov Rachid, twee jonge Nederlanders, zullen tijdens het festival allebei hun film in première zien gaan. Vorig jaar stonden ze naast elkaar in de finale van de jaarlijkse ’Black Soil Short Visionaires Competition’, een competitie waarin Black Soil in samenwerking met muziekzender MTV jonge makers uitdaagt hun visie op hiphop te vertalen in een korte video/film. Jeroen Koolhaas won en ging voor MTV naar Brazilië, waar hij samen met Andreus Urhahn de film ’Firmeza Total, a videotrip to Brasil’ maakte, over de rol en functie van hiphop in de Braziliaanse sloppenwijken. Met de film willen ze het belang van de hiphopcultuur in Brazilië onderstrepen. „Het geeft een stem aan genegeerde en onzichtbare groepen”, zegt Koolhaas, die als illustrator, dj en vj al jaren door de hiphopcultuur geïnspireerd wordt.

„In de getto’s is het vaak de enige manier om gehoord te worden, want de armen hebben geen stem in, en geen toegang tot de media. Bovendien hield het de jongeren die ik heb gevolgd weg van drugs en bendes. Er spreekt een positieve boodschap uit de hiphop in Brazilië, een trots en zelfbewustzijn. We hoorden vaak hetzelfde verhaal: jongeren die in de criminaliteit zaten, maar eruit kwamen doordat ze zich op muziek stortten.”

Koolhaas, afgestudeerd aan de Design Academy in Eindhoven, merkte tijdens een eerdere reis naar Brazilië hoe een gedeelde interesse in hiphop een brug sloeg tussen hem en Braziliaanse jongeren in de sloppenwijken. „Ik deed mee aan een project, Nederlandse ontwerpers leerden aan Braziliaanse houtwerkers hoe ze goed verkoopbare producten konden maken. In de buurt waar ik zat, kwam ik veel hiphoppers tegen en er was meteen een klik, ondanks het taal- en cultuurverschil. Het zat hem in de stijl, de muziek die we luisterden, de attitude. Ik realiseerde me hoe grensoverschrijdend hiphop is, een soort wereldwijde community. In een rijk land als Nederland is het natuurlijk anders dan in Brazilië; geen uiting van armoede en frustratie, luchtiger en misschien minder noodzakelijk. Toch, ondanks die verschillen zijn de bouwstenen van de hiphopcultuur overal hetzelfde.” Wat die bouwstenen dan precies zijn vindt Koolhaas moeilijk te zeggen, „maar het gaat erom niet met de gevestigde orde mee te doen. Het is een hele dynamische cultuur die zichzelf steeds vernieuwd en waarin stijl ontzettend belangrijk is. Die wordt uitgedragen in kleding, lettertypes van graffiti, muziek, kunst.”

Voor zijn film volgde hij een aantal Braziliaanse rappers uit de achterbuurten van São Paulo en Rio de Janeiro. „Ze wilden graag meewerken. We hebben hun raps opgenomen, interviews gedaan en een videoclip geschoten; een compilatie van de verschillende nummers die we opnamen.”

Het liefst zou de ontwerper/filmmaker over de hele wereld doen wat hij in Brazilië deed: de hiphopcultuur documenteren. „Het heeft overal een eigen stem die beïnvloed is door de omstandigheden en problematiek van het land. De Amerikaanse gangsterrap bijvoorbeeld, is hard en agressief, maar dat moet je in de context zien. Het zijn gewoon verhalen, ontstaan in een gewelddadige omgeving. Tijdens een verblijf in Polen merkte ik dat de hiphop daar weer veel duisterder is, misschien een uiting van de grauwe omgeving waarin ze opgroeien.”

Een dag na de vertoning van Koolhaas’ film gaat ’Soulrocking’, van Philip Ivanov Rachid, in première. Een documentaire over rocking, de dansstijl die de voorloper was van de breakdance.

Onvrede was Rachids motivatie om op een dag de camera te pakken en de straat op te gaan. „Om te filmen wat ik zag en vast te leggen welke muziek wij luisteren, wat voor kleren wij dragen.”

’Wij’, dat zijn mensen uit de Nederlandse hiphopscene, die volgens Rachid slecht vertegenwoordigd is in de film- en televisiewereld.

„Een goede poging was de serie ’Bradaz’ van de NPS, over twee Surinaamse broers die een muziekwinkel runnen, maar er werden zoveel consessies gedaan dat het uiteindelijk toch weer Hilversums was, gemaakt door mensen die geen affiniteit hebben met onze groep.” ’La Haine’, een film over drie jongeren die een troosteloos leven leiden in de buitenwijken van Parijs, vindt de jonge maker een voorbeeld van hoe het wel moet; de straatcultuur rauw en echt neerzetten, zonder in stereotypen te vervallen. „Maar zulk soort films zie je maar heel weinig.”

Daarom, zegt hij, is Blacksoil een goed initiatief. „We hebben de elitefestivals, de joodse, Marokkaanse en geitenwollensokkenfestivals, en nu is er eindelijk een platform voor onze groep, waar niet gekeken wordt naar afkomst of kleur, maar naar de inspiratie van de makers. In deze tijd van raciale en religieuze spanningen kunnen we dat goed gebruiken – hiphop als bindend element.”

Rachid, die filmpjes maakte voor het Nederlands Architectuur Instituur en muziekzender The Box, is drie jaar bezig geweest met ’Soulrocking’. „Niemand wilde er geld in steken; toen ben ik hem maar gewoon gaan maken. In New York werd ik op sleeptouw genomen door King Uprock, grondlegger van rocking, daarna ben ik op zoek gegaan naar ’rockingdans’ in Europa. Het heeft even geduurd, maar deze film heb ik echt vanuit mijn hart gemaakt.”

Black Soil-festival:

Vrijdag 25/11 t/m zondag 27/11: Black Soil in bioscoop/theater Lantaren/Venster in Rotterdam. Vrijdag 9/12 t/m zondag 11/12: Black Soil in de Balie in Amsterdam. Behalve films staan er op het festival ook debatten, exposities en wisselende dj’s op het programma.

Meer info: www.blacksoil.com

Website Philip Ivanov Rachid: www.soulflow.nl

mailIcon print |