den haag – Oud-VVD-leider Hans Wiegel en zijn partijgenote Ayaan Hirsi Ali hebben elkaar gisteren in de publiciteit opnieuw enkele forse, soms persoonlijke, verwijten gemaakt. Beide liberalen schreven open brieven aan elkaar in Trouw, die hieronder staan afgedrukt.(Met volledige brief Ayaan Hirsi Ali)
VVD-coryfee Wiegel wil alleen met het kamerlid praten over hun conflict over de positie van het bijzonder onderwijs als zij haar radicale standpunten laat varen. Hirsi Ali is gaarne tot een gesprek bereid, maar vindt het gek dat ze eerst haar opvattingen moet opgeven.
Het conflict kwam dinsdag tot een uitbarsting toen Hirsi Ali in een in Trouw afgedrukt interview uit het ’Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005’ Wiegel een reactionaire conservatief noemde die wonende buiten de Randstad weinig last heeft van de integratieproblemen in de grote steden. Hirsi Ali nam later deze kwalificatie terug. Wiegel laat weten dat het hem niets doet, dat zij onaardige dingen over hem heeft gezegd.
Beide partijgenoten verschillen diepgaand van mening over emancipatie en integratie van allochtonen in Nederland. Hirsi Ali wil, als het aan haar ligt, alleen openbare scholen toestaan, omdat islamitische basisscholen de integratie van leerlingen belemmeren. Wiegel is het daar volstrekt niet mee eens. De kwestie verdeelt ook de partij. Uit de VVD- fractie kwamen dinsdag geluiden dat Hirsi Ali haar toon moest matigen, maar inhoudelijk kan ze op steun rekenen.
| Open brief (2) van Hans Wiegel aan Hirsi Ali
Diever, 23 november 2005
Geachte mevrouw Hirsi Ali,
Vanochtend las ik in de couranten dat U gisteren hebt gezegd dat het niet gelukkig was dat U mij als ’reactionair’ had betiteld: „Ik was onaardig tegen Wiegel”. Inhoudelijk, zei U, niets van uw uitspraken terug te nemen. En daar gaat het nu juist om. Aardig of onaardig zijn is in de politiek niet het belangrijkste. Reactionair ben ik, toen ik de politiek leider van de liberale partij was, vaak genoeg - in linkse kring - genoemd. Zoiets deert mij niet, integendeel. Waar het om gaat is de inhoud van uw standpunten op het terrein van de vrijheid van onderwijs, de integratie, het omgaan met ons allochtone volksdeel. Velen in die kring –en ik deel hun mening – vinden dat U door uw opstelling geen bruggen slaat, maar wiggen drijft en kloven verbreedt. Daardoor worden – dat is althans mijn mening – de emancipatie en de kansen van de van oorsprong allochtonen, die zich hier in Nederland thuis willen voelen en onze democratische rechtsstaat –met al zijn verworvenheden – steunen, niet bevorderd.
Gisteren zei U mij dat wij moesten praten. Ik antwoordde U dat ik daarover zou nadenken. Of een gesprek zinvol is, hangt af van Uw opstelling in de komende tijd. Ik hoop dat U –in de beste liberale traditie – wilt kiezen voor verdraagzaamheid en respect voor andersdenkenden. Doet U dat niet, dan leidt dat tot een verscherping van tegenstellingen in ons volk. Doet U dat wel, dan ben ik graag bereid tot een gesprek. H. Wiegel --------------------------------------------------------------- |
| Reactie van Ayaan Hirsi Ali (niet ingekorte versie)
Den Haag, 23 november 2005
Geachte heer Wiegel,
Toen ik u ‘een reactionaire conservatief’ noemde, bedoelde ik dat niet als scheldwoord. Uit uw tweede brief in één etmaal aan mij verbindt u deze aanduiding met de tijd dat u politiek leider van de VVD was: ‘Reactionair ben ik vaak genoeg – in linkse kring – genoemd. Zoiets deert mij niet. Integendeel.’ Ik gebruikte die term meer als plaatsbepaling, in de betekenis die Van Dale eraan geeft: ‘strevend naar behoud of herstel van de oude en het nieuwe afwijzend’. Ik kan me heel goed voorstellen dat sommige oudere politici graag terug willen naar het Nederland van vroeger, het Nederland van voor de massale immigratie van mensen uit niet-westerse culturen. Ik denk dat dat niet mogelijk is. Er zou veel gewonnen zijn als u dat besef ook deelachtig zou worden. Maar daar lijkt het nog niet op. Eerlijk gezegd vind ik uw brief een beetje merkwaardig. U schrijft: ‘Ik hoop dat U – in de beste liberale traditie – wilt kiezen voor verdraagzaamheid en respect voor andersdenkenden. Doet U dat niet, dan leidt dat tot een verscherping van tegenstellingen in ons volk. Doet U dat wel, dan ben ik graag bereid tot een gesprek.’ U bent toch - en dat meen ik zeker te weten - voor een open debat. U hebt het toch niet nodig om voorwaarden te stellen aan een gesprek. U hoeft uzelf toch niet op de borst te slaan over ‘verdraagzaamheid’ en ‘respect voor andersdenkenden’. ‘Ons allochtone volksdeel’ zoals u het belieft te noemen, gaat mij evenzeer aan het hart als u. Waaruit blijkt, zoals u stiekem impliceert, dat ik niet verdraagzaam ben en geen respect voor andersdenkenden heb? Hebben we de tijd niet achter ons gelaten, dat we elkaar om de oren meppen met deze slogans van de politieke correctheid? Geachte Heer Wiegel, we hoeven toch niet terug naar de tijd van Ad Melkert? Laten we een open debat voeren over de problemen van deze tijd. En ik stel het – vanzelfsprekend - zeer op prijs dat u daaraan deelneemt. Maar voorzover ik weet, hebt u er tot nu toe in het openbaar geen blijk van gegeven u te hebben verdiept in de problemen van immigratie en integratie. Het zou zo mooi zijn als u eens liet weten wat uw visie is op bij voorbeeld de gevolgen van de immigratie in Europa. Maar behalve enkele bon mots hoor ik zo weinig van u. Laten we ook een open debat voeren over de positie van het bijzonder onderwijs. Ik pleit al enige tijd voor afschaffing van art. 23 omdat dat artikel volgens mij de enorme achterstand van niet-westerse immigranten in stand houdt en vergroot. Het onderwijs is het beste middel om migranten in Nederland te integreren. Dankzij art. 23 zijn onze scholen gescheiden langs lijnen van etniciteit en geloof. Voor de migranten is dit buitengewoon nadelig. Zij krijgen geen kans om met autochtone Nederlanders om te gaan, om de taal te leren, en de sociale, vaak ongeschreven codes te leren die voor een goed functioneren in Nederland noodzakelijk zijn. Wat nu ‘vrijheid van onderwijs’ heet, betekent onvrijheid voor het kind van migranten-ouders. Dat kind heeft minder kansen op een succesvol leven. Wanneer u mijn opvatting over dit onderwerp niet deelt, dan hoor ik daar graag uw argumenten bij. Misschien kunt u aantonen dat art. 23 de segregatie juist niet bevordert. Of misschien heeft u veel betere methoden om de segregatie in onderwijs en samenleving aan te pakken. Laat het mij alstublieft weten. Wat in elk geval niet volstaat, is om steeds naar Cort van der Linden te verwijzen. Temeer omdat de werkelijkheid in Nederland sinds 1913 nogal sterk veranderd is. U probeert de indruk te wekken dat de liberalen in 1917 dolgelukkig waren met art. 23. Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk instituut van onze partij, heeft onlangs uiteengezet dat de ‘concessie inzake het onderwijs’ de liberalen in meerderheid pijn in het hart deed: ‘Tegenwoordig wekken sommige VVD’ers de indruk dat gron dwetsartikel 23 een liberale verworvenheid is, waaraan een goede VVD’er niet zou mogen tornen. De verdedigers van het grondwetsartikel in zijn huidige vorm hebben in ieder geval het historisch gelijk niet aan hun zijde.’
Misschien is het beter dat u niet iedere keer maar weer, zoals deze week nog in het televisieprogramma van Catherine Keijl, koketteert met uw mogelijke terugkeer in de landelijke politiek, maar gewoon voluit aan het politieke debat deelneemt met al uw retorische gaven en met al uw verborgen argumenten. U bent van harte welkom in Den Haag.
Hoogachtend, Ayaan Hirsi Ali |
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.