Zelfs op de VN-top werd migratie bijna uitsluitend als een probleem behandeld. Terwijl migranten zo`veel kunnen bijdragen aan ontwikkeling.
De eerste VN-top over migratie en ontwikkeling vond plaats in New York, 14 en 15 september. Het was de grote wens van Kofi Annan dat de eerste top over dit onderwerp nog plaatsvond voor hij zijn functie neerlegt.
Annan maakte in zijn openingstoespraak duidelijk dat migranten kunnen bijdragen aan een betere sociale, politieke en economische verandering zowel in hun herkomst- als in het vestigingsland. Helaas leverde deze top niet op wat hij had kunnen opleveren: een toekomst en beleidsgerichte visie op de vele uitdagingen en kansen die het onderwerp biedt.
De uitdagingen liggen op het politieke vlak waar men nu vooral problemen en zorgen formuleert. De kansen liggen op het vlak van economische groei en menselijk kapitaal waarvoor migranten zorgen, zowel in hun landen van herkomst als in de landen waar ze verblijven. Helaas was de agenda van de top al een dubbele misser: het ging erom algemene oplossingen te vinden voor zaken aangaande migratie en die werden vooral geïnterpreteerd als problemen. Hierdoor werden vooral het algemene gevoel van politieke onmacht en de negatieve kanten van migratie benadrukt.
Men sprak over veiligheid, vluchtelingen- en integratieproblematiek en mensenhandel. Heel belangrijke onderwerpen waar beleid op gemaakt moet worden en wel regionaal beleid, wil het werkelijk effectief zijn. Maar het is onverteerbaar dat door deze blik,- uitsluitend gericht op het ’managen’ van migratie-, de positieve kanten ervan, economische groei en versterking van het menselijk kapitaal, 'bijna helemaal onderbelicht bleven. Het was ook teleurstellend dat de Nederlandse delegatie werd geleid door de secretaris-generaal van het ministerie van justitie, dat met vreemdelingen zaken en integratie te maken heeft. De ontwikkelingsdimensie krijgt ook in Nederland weinig aandacht in de discussie over migratie en de beleidsbepaling van de Nederlandse overheid. Het huidige beleid is voornamelijk gericht op het managen en reguleren van migratie, en niet het gebruik maken van de ontwikkelingspotentie van de migranten in Nederland.
Nederland sloot daarmee helemaal aan bij de algemene teneur van de conferentie en dat is jammer. De VN-bijeenkomst in New York was immers een unieke gelegenheid nu eens diepgaand te bespreken en te onderzoeken wat de relatie is tussen beide onderwerpen en welke winst, voor alle partijen, hieruit te halen valt.
Dat het zover is gekomen, ligt ook aan het treurige feit, dat migrantenorganisaties geen actieve en gestructureerde participatie in de discussies hebben gehad. Kennis en inzichten van ervaringsdeskundigen werden zo niet meegenomen in de discussie. Dat doelgroepenorganisaties wel degelijk een belangrijke stem bij dit soort bijeenkomsten kunnen hebben, bleek tijdens de VN- top over hiv/aids-bestrijding, in juni, toen niet-gouvernementele organisaties mede de agenda bepaalden en volwaardig deel uitmaakten van de discussies.
In Nederland begint het onderwerp migratie en ontwikkeling gelukkig eindelijk een plaats te veroveren op de politieke agenda. En hoewel er hier nog vaak onduidelijkheid is over waar we het nu over hebben als we praten over migratie en ontwikkeling, is de regering inmiddels gekomen met eerste voorzichtige beleidsvoorstellen. Zo probeert Nederland actief het verlies van kennis in herkomstlanden, door het wegtrekken van hoger opgeleiden, tegen te gaan door circulaire migratie te bevorderen: Ghanezen die in Nederland in de gezondheidszorg werkzaam zijn, wordt het mogelijk gemaakt regelmatig voor perioden in Ghana te werken. Ghanese verpleegkundigen in opleiding krijgen de kans hier stage te lopen.
Ook is het positief dat in voorbereiding op deze top in New York het ministerie van buitenlandse zaken verschillende migrantenorganisaties geconsulteerd heeft. Des te meer valt het te betreuren dat er vanuit Nederland niet een meer ontwikkelingsgerichte delegatie naar de VN gestuurd is.
Nederland zou op Europees en VN-niveau een leidende rol moeten spelen en het voortouw nemen in de discussies en beleidsbepaling op dit onderwerp.
Maar dan moeten we wel eerst in eigen huis beginnen: door de ontwikkelingsdimensie van het onderwerp migratie en ontwikkeling niet uit het oog te verliezen. Door migranten niet als een probleem te zien, maar de kansen die hun toegevoegde waarde biedt, in land van herkomst en in het vestigingsland, goed te benutten.
Drs. Kathleen G. Ferrier is lid van de Tweede Kamer (CDA). Dr. Abdullah A. Mohamoud is directeur African Diaspora Policy Centre.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.