*

 

Midden-Oosten / ’Wij zijn bereid om te sterven voor de vrede’

door Eildert Mulder − 20/09/06, 19:50

De raketten van Israël en de woede van moslims na uitspraken van de paus: christenen in het Midden-Oosten vangen de klappen op, zegt hun aartsbisschop Elias Chakour.

Het lijkt alsof hij een apocalypse schildert. De begrafenis van drie geloofsgenoten in het Arabische dorp Fassoeta in Galilea was een van de ingrijpendste ervaringen van aartsbisschop Elias Chakour in de recente oorlog tussen Israël en Hezbollah.

Fassoeta ligt bij de Libanese grens. Raketten van Hezbollah hadden de drie inwoners gedood.

Chakour: „Het Israëlische leger gebruikte het dorp als menselijk schild. Het had rondom de huizen tanks opgesteld, die Libanon beschoten. Bij de begrafenis gingen tienmaal de waarschuwingssirenes af.”

Temidden van het duivelse kabaal van Hezbollahraketten en heftig vurende Israëlische tanks hield Chakour zijn toespraak. Voor een publiek van joden, moslims en christenen zette hij uiteen wat volgens hem het standpunt van de kerk moet zijn in het Midden Oosten-conflict.

„Er zijn drie loopgraven,’’ zei hij. „De loopgraaf van de Libanezen en hun Hezbollah, de loopgraaf van Israël en zijn leger en die van de Palestijnen en hun Hamas. Ze willen allemaal dat de kerk in hun loopgraaf stapt. Maar dat zullen we nooit doen. We gaan ertussen staan, duidelijk zichtbaar. Laat ze maar liever op ons schieten dan op elkaar, wij zijn bereid om te sterven als dat de verzoening naderbij brengt.’’

Chakour beleefde met zijn geloofsgenoten intens de absurde verscheurdheid van de meeste Palestijnse Israëliërs in de laatste oorlog. Ze waren, net als Chakour, fel tegen de oorlog, ze vonden die een overreactie, die niets opleverde behalve de enorme ravage in Libanon. Maar ze waren wel, ongeacht hun opvattingen en ingewikkelde loyaliteiten, samen met hun joodse landgenoten doelwit van Hezbollahraketten.

Chakour ervoer dat bijna aan den lijve toen hij een afspraak had in een huis in het overwegend Arabische oude centrum van Haifa. Een uur voordat hij daar zou arriveren had een Hezbollah-raket het huis verwoest. Twee inwoners lieten het leven.

Chakour heeft ook na afloop nog steeds geen goed woord over voor deze oorlog. Hij is er niet van onder de indruk dat er ook Libanezen zijn, die zware kritiek hebben op Hezbollah.

Chakour: „Alles wat Israël nu doet had het ook voor de oorlog kunnen doen. We hadden toch even goed meteen kunnen onderhandelen over de gijzelaars? Het is onze arrogantie. Deze oorlog heeft twee dingen vernietigd, de mythe van de onoverwinnelijkheid en de idee dat Israël altijd zijn oorlogen naar anderen kan exporteren. Deze keer kreeg het de oorlog thuisbezorgd.”

Hij vraagt zich angstig af of een eventuele volgende oorlog niet nog veel erger zal zijn: „Ze zeggen dat Israël nieuwe wapens krijgt maar denk je dat Hezbollah stil gaat zitten?”

Vorige week kreeg Chakour in Asisi de gelegenheid op verhaal te komen. Het gezamenlijke bidden met boeddhisten, moslims, christenen en joden deed hem goed.

Maar de actualiteit haalde hem ook in Europa in, met de uitspraken van Paus Benedictus, waarin hij een veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer citeerde, die klaagde over het gewelddadige karakter van de islam en een sneer gaf aan de profeet Mohammed.

De moslimwereld stond op zijn kop. Op de bezette westelijke Jordaanoever vielen menigten vijf kerken aan.

Die kerken vallen niet onder de verantwoordelijkheid van Chakour, als aartsbisschop van Haifa geeft hij alleen leiding aan de tachtigduizend melkitische christenen in Israël, de bezette gebieden vallen onder een ander diocees. Maar het spreekt vanzelf dat hij zich wel betrokken voelt.

De uitspraken van de paus vindt hij zeer ongelukkig: „De islamitische wereld is erg gevoelig voor symbolen, ik zou willen dat de paus dat citaat niet had gebruikt.” Hij brengt in herinnering hoeveel last christenen hebben gehad van een opmerking van president Bush, waarin hij het had over Irak en het woord kruistocht liet vallen. Chakour: „Dat was een ramp voor de vijftien miljoen christenen in het Midden-Oosten. En dat terwijl wij christenen destijds samen met de moslims en de joden tegen de kruisvaarders hebben gevochten.”

Kritiek op de paus dus, ook van Chakour, al maakt hij zich meer zorgen over de tekstschrijvers dan over de heilige vader zelf: „Deze paus wil juist een dialoog met de islam. Ik vind ook dat hij zich voldoende heeft verexcuseerd. Er zijn veel manieren om spijt te betuigen, de mens heeft ook andere talen dan die van het woord. Je kunt met een blik al je excuus aanbieden.”

Chakour denkt dat de profeet Mohammed de aanvallen op kerken scherp zou hebben afgekeurd. Hij haalt een overlevering aan over een jood, die in Mekka de profeet beledigde. De profeet vergaf hem en ried hem aan bij hem in de buurt te blijven omdat hij niet kon instaan voor zijn aanhangers.

Chakour: „Dat verhaal vind ik heel toepasselijk. Ik weet bovendien zeker dat de meerderheid van de mensen, die kerken aanvielen, niet wist wat de paus echt heeft gezegd. Ze vertoonden precies het gedrag waarvan ze beschuldigd worden. Dat maakt het voor ons niet gemakkelijk om een positief beeld te geven van de islam.”

De actualiteit is te weerbarstig maar Chakour had het in zijn Europese reis vooral willen hebben over de benarde toestand van de Palestijnen in de bezette gebieden en de positie van de kerk in Israël.

„Jullie praten te gemakkelijk over vrede”, zegt hij. „Jullie denken aan het eindresultaat. Maar je zult ook de weg daar naartoe moeten bewandelen. Het is niet alleen maar vrede en een betere economie. Het echte onderwerp is rechtvaardigheid. Praat met de Palestijnen. Geef ze een gevoel van rechtvaardigheid, dat hebben ze nooit eerder gehad.”

Chakour vindt het essentieel dat het christendom in de regio blijft bestaan: „Wij zijn het gematigde geluid. We hebben een taal, die steeds meer verdwijnt, met woorden als barmhartigheid, verzoening, tolerantie en vergiffenis. Onze taal is niet politiek en daarom schofferend voor de andere groepen.”

Hij wijst op de oeroude traditie van het Midden Oosterse christendom.

Van de ruim een miljoen Palestijnen, die in Israël (vooral in Galilea) wonen en de Israëlische nationaliteit hebben is tien tot vijftien procent christen. Dat steekt gunstig af bij de Westoever, waar nog maar twintigduizend christenen over zijn. De rest is massaal geëmigreerd, vaak naar Zuid-Amerika.

De afname in Galilea is tot nu toe minder dramatisch maar ook daar zoeken jeugdige mensen steeds vaker hun geluk in het buitenland.

Chakour: ,,In het verleden is de kerk altijd gemarginaliseerd en soms vervolgd. Ik had nooit verwacht dat emigratie nog eens de grootste bedreiging zou worden. Het is het enige maar dan ook echt het enige voor ons positieve effect van de aanslagen van 11 september, emigreren is minder aantrekkelijk geworden. Ze zien je hoe dan ook als een Arabier, ook als je christen bent. Dat maakt niets uit. Sommigen hangen een extragroot kruis om hun hals maar ook dat helpt niets.”

Hoe kijkt Chakour, als Israëlisch-Palestijnse christen, aan tegen ‘zionistische christenen’, die in de staat Israël de vervulling van bijbelse profetieën ziet? In veel schakeringen is in Nederland hun gedachtegoed terug te vinden bij bijvoorbeeld de organisatie ’Christenen voor Israël’).

Chakour vult aan: „Ja, en dan geloven ze vaak ook nog dat in de strijd tussen de rijken van Gog en Magog bijna alle joden zullen omkomen. De overlevende joden willen ze vervolgens dopen. Ik vind het een egoïstisch geloof. Als ik erbij ben dan zal ik ertussen springen, om te voorkomen dat ze de joden kunnen dopen. Als ze echt zo veel van de joden houden, dan moeten ze hen accepteren in hun anderszijn.”

mailIcon print |