Voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen worden de grote farmaceuten meer en meer afhankelijk van kleine biotechnologiebedrijven. Het jonge Galapagos, sinds een jaar genoteerd aan de beurs, profiteert daarvan.
Galapagos tekende deze maand een overeenkomst met GlaxoSmithKline. De biotechnoloog gaat samen met de grote farmaceut werken aan nieuwe geneesmiddelen voor artrose. Voor die gewrichtsaandoening bestaat nu geen heilzame therapie. Galapagos beschikt over de mogelijkheid om snel te bepalen welke lichaamseigen eiwitten een rol spelen in het ziekteproces, en welke medicinale stoffen nodig zijn om die te neutraliseren.
Galapagos-directeur Onno van de Stolpe (46) is tevreden over de overeenkomst met GlaxoSmithKline: „We worden betaald bij het halen van tussentijdse doelen. Als we twee verschillende medicijnen voor artrose op de markt kunnen krijgen levert ons dat 130 miljoen op, plus een flinke royalty op de verkoop van het medicijn. Het voordeel voor Glaxo is dat het bedrijf maar een beperkt risico loopt, mocht de ontwikkeling van nieuwe medicijnen niet slagen. Bovendien gaat die ontwikkeling op deze manier sneller dan in eigen huis. Het eigen personeel van de farmaceut heeft alle zekerheden die bij zo’n onderneming horen: vakantiedagen, ziekteverlof, en vaste werktijden. Wij worden betaald naar de doelen die we bereiken. Je kunt wel nagaan langs welke weg de ontwikkeling sneller gaat.”
Dit soort huwelijken van kleine biotechnologen en grote farmaceuten zul je meer gaan zien, voorspelt Van de Stolpe. Ze zijn een antwoord op het probleem waarmee de farmaceutische industrie kampt: lege pijpleidingen. Nieuwe medicijnen zullen steeds minder van de grote farmaceuten komen, en steeds meer van biotechnologiebedrijven. Dat heeft te maken met de revolutie die in gang werd gezet toen de genetische code van de mens werd ontrafeld, zegt Van de Stolpe: „De farmaceuten hebben te laat ingezien welke mogelijkheden die genetische informatie zou bieden. Toen ze dat beseften zijn ze zich voor veel geld gaan inkopen in bedrijven die over die genetische informatie beschikten. Ze verwachtten een stortvloed aan nieuwe medicijnen. Maar die kwam niet, want je hebt dan wel informatie over genetische eigenschappen die een rol spelen in ziekteprocessen, maar dan ben je nog ver van een medicijn.”
De farmaceuten verloren hun belangstelling, en de draad werd opgepikt door vele honderden biotechnologiebedrijfjes. De farmaceutische sector is afhankelijk van hun vindingen. Omgekeerd is er ook afhankelijkheid, want het is voor een biotechnoloog vrijwel ondoenlijk om een medicijn geheel uit te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Dat is bij uitstek het terrein van farmaceuten.
Terwijl Galapagos in samenwerking met Glaxo zoekt naar medicijnen voor artrose, ontwikkelt het in eigen huis medicijnen voor reuma. Van de Stolpe wil die veelbelovende ontwikkeling doorzetten tot het moment dat die medicijnen rijp zijn om in de kliniek te worden getest; dan moet een farmaceut het, in licentie, overnemen. Van de Stolpe: „Door op andere terreinen samenwerkingen aan te gaan met farmaceuten kunnen we de ontwikkeling van eigen medicijnen voor reuma bekostigen. Het ontwikkelen van medicijnen kost tijd en heel veel geld. We zijn nu genoteerd aan de beurzen van Amsterdam en Brussel. En de beurs houdt niet van risico’s. Daarom moeten we niet alles zelf doen, maar samenwerkingen aangaan met farmaceuten, zoals met Glaxo. Maar reuma willen we zelf doen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.