*

 

Twijfel aan ’ons’ mag in Afghanistan niet

door J. Schaberg − 05/09/06, 20:54

Nederlanders springen in bij Britten en Canadezen in Afghanistan. Zo hoort het ook, want die moeten op ’onze’ militairen kunnen vertrouwen.

In 1940 was het vasteland van Europa onder de voet gelopen door nazi-Duitsland. Hoewel ze beseften dat dit enorme offers zou vergen, namen Canada en Engeland, naast de Verenigde Staten, het besluit om Europa te bevrijden. In de eindfase van de bevrijding verloren op het Nederlandse grondgebied 4100 Canadese en 6700 Britse militairen het leven.

In Afghanistan werd vorig jaar aan de Taliban en Al-Kaida, die het hele land in hun greep hadden, een gevoelige klap toegebracht. Tegelijk probeert een nieuw bestuur een menswaardige samenleving op te bouwen. Een kwetsbaar punt bleef het zuiden. In het kader van de Navo-operatie Isaf, namen vervolgens Canada, Engeland en Nederland de gezamenlijke verantwoordelijkheid om in het zuiden van Afghanistan de wederopbouw een kans te geven. Het gaat om een geïntegreerde operatie van de drie landen gezamenlijk. Bij toerbeurt voeren zij het commando over de totale troepenmacht. Zo neemt Nederland op 1 november het bevel op zich in het gezamenlijke hoofdkwartier in Kandahar.

Nederland is aanwezig met 1400 militairen, versterkt met straks zo’n 400 AustraliĆ«rs. Bij de Canadezen en Engelsen, die daar met 2200 respectievelijk 4500 militairen zijn, gaat het moeilijk. Ze hebben al tientallen mensen verloren. Binnen het kader van die gezamenlijkheid hebben de landen een taakverdeling afgesproken. Zo draagt Nederland de primaire gebiedsverantwoordelijkheid voor de provincie Uruzgan, Engeland voor Helmand en Canada voor Kandahar. Maar bedacht moet worden dat een operatieplan bij elke militaire operatie niet meer dan een plan is, dat continu moet worden aangepast aan de omstandigheden. Ook nu zien we dat de Taliban de regie willen bepalen en zwakke plekken willen uitbuiten. Daarop moet dan worden gereageerd.

Zo hebben circa 100 Nederlandse infanteristen vorige week een vooruitgeschoven basis in de provincie Kandahar van de Canadezen overgenomen, zodat die militairen vrij kunnen maken voor een belangrijk offensief elders in de provincie. Ook zijn Nederlandse gepantserde houwitsers verplaatst naar Kandahar, ter ondersteuning van dat offensief. Voor Nederlandse F16’s en helikopters is het al routine geworden om Engelse en Canadese troepen in moeilijkheden steun te geven.

Problemen beïnvloeden elkaar in het hele gebied. Zo wordt wat zich in de ’Nederlandse’ provincie Uruzgan voordoet, sterk beïnvloed door eventueel uit de hand lopende situaties buiten die provincie en omgekeerd. Bij het nemen van maatregelen moet de slaagkans van de totale operatie altijd richtinggevend zijn.

Primair is zo’n continue aanpassing van operatieplannen en sturing, een verantwoordelijkheid van de militaire leiding in de regio. Die kan beoordelen of onderlinge steunverlening in een bepaald geval noodzakelijk is en of het verantwoord is eenheden een andere taak te geven. Dit alles gebeurt onder de politieke verantwoordelijkheid van de drie ministers van defensie. Die zullen achteraf verantwoording afleggen.

Dat geldt ook voor Nederland. De Kamer kan de operatie niet sturen, dat beseft het gros van de leden wel. Toch ontstond er onrust toen bekend werd dat Nederlandse militairen in de andere provincies zouden kunnen gaan optreden. ’Even bijspringen’ is geen probleem, maar structurele veranderingen vereisen toestemming van de Kamer, werd gesteld.

Maar in een lopende operatie met tal van onverwachte gebeurtenissen staat nooit iets vast. Wat vandaag beslist wordt, kan morgen achterhaald zijn door nieuwe ontwikkelingen. Alleen de militaire commandant in de regio kan sturen en de risico’s beoordelen. Als hij niet de vrijheid heeft snel maatregelen te nemen, dreigen er ongelukken. Natuurlijk worden daarbij de militaire leiding en de minister in Den Haag voortdurend op de hoogte gehouden.

Steun van de Kamer bij deze operatie is altijd gewenst maar laten we niet vergeten dat de bereidheid van de bondgenoten ons steun te geven, wel eens belangrijker kan zijn, vooral voor de overlevingskans van onze militairen. Niets is zeker bij een militaire operatie zoals deze. Hoe hard kunnen we de Canadese en Engelse militaire steun nog nodig hebben, zoals zij nu de onze. Zichtbare daadwerkelijke solidariteit is bij deze operatie een eerste vereiste.

Het gaat ook om ons beeld naar buiten. Er staan voor de Engelse en Canadese regering na alles wat de militairen en de bevolking al te incasseren heeft gekregen, zeer grote belangen op het spel. Alles wat er in Nederland door politici wordt gezegd over deze zaak, wordt door de ambassades in Den Haag onmiddellijk geanalyseerd en aan de regeringen in Londen en Ottawa gerapporteerd. Hun kernvraag is: kunnen we in deze operatie op Nederland blijven vertrouwen?

Onze hoofdzorg moet zijn dat we een betrouwbare partner worden geacht, dat is ook de primaire voorwaarde voor de Nederlandse slaagkans bij deze operatie. Laten we ervoor zorgen dat we in de internationale contacten ons straks niet behoeven te schamen om Nederlander te zijn; aan ’onze’ militairen zal het niet liggen.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d.

mailIcon print |