Kerkelijkheid wordt een margeverschijnsel, voorspelt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat laat de gelovigen niet onberoerd, denkt godsdienstpsycholoog Rein Nauta.
’Het is niet prettig deel uit te maken van een bedrijf dat ooit floreerde en nu geen winst meer maakt”, zegt Rein Nauta, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de theologische faculteit van Tilburg. „Stel, je beweert dat je misschien wel de beste krant van Nederland bent, maar niemand wil hem nog lezen. Dan ga je je wel afvragen: zou dat echt zo zijn?”
Ofschoon Nauta vindt dat de cijfers die het SCP gisteren over de godsdienstige veranderingen in Nederland publiek maakte wat te nuanceren zijn, „valt niet te ontkennen dat het met de kerkelijkheid het echt minder is dan het was, en het wordt nog veel minder.”
| Klik hier voor eerdere artikelen en het SCP-rapport |
Voor gewone gelovigen is het treurig, zegt Nauta. Niet alleen om de legere kerken, maar ook omdat ze de sociale bevestiging missen van hun persoonlijke keuze. „Het confronteert hen eerst met de vraag: waarom komen de anderen, die je hier vroeger wel zag, niet meer? Dan dringt zich de vraag op waarom ze zelf niet in staat zijn om die anderen te enthousiasmeren.” Ten slotte werpt deze ontwikkeling de onontkoombare en ’verlammende’ kwestie op: „Als al die anderen het niks vinden, wat zoek ik dan zélf in een kerk? En zou wat ik voor waar houd, wel waar zijn?”
Zo kan de ontkerkelijking een vliegwiel worden dat zichzelf draaiende houdt.
De godsdienstpsycholoog ziet de effecten van de kerkelijk krimp ook bij de geestelijkheid. „Noem ze de managers van het kerkelijk bedrijf of de religieuze leiders van het volk Gods. Met dat bedrijf en dat volk gaat het niet goed. De belangrijkste factoren die burn-out veroorzaken zijn volop aanwezig: ze doen zo hun best, er is een grote betrokkenheid op mensen, maar die mensen keren zich van hen af – veel resultaat boeken ze niet. Vrienden en buren bekijken de pastor meewarig, met medelijden en mededogen: ’Wat doe jij eigenlijk nog in de kerk – zou je niet wat leukers gaan doen?’”
Je ziet, de pastores ’vluchten naar andere instituten’, zegt Nauta. „Dan worden ze pastoraal werker in een ziekenhuis, zo komen ze onder de terugloop van de kerk uit, en onder het odium van die kerk die het niet goed doet.”
Bij de geestelijken die blijven, bespeurt Nauta ook vluchtgedrag. „Neem die jonge dominees van Op Goed Gerucht, of de jonge priesters afkomstig uit de bisschoppelijke seminaries. Niet weinigen vluchten in een verlicht of conservatief traditionalisme. Waarin een goed gesprek over kunst en cultuur, veraangenaamd door een goed glas wijn, of een geurige sigaar, de essentie is van de rol die zij als pastor willen spelen.”
Volgens Nauta maken veel geestelijken zich ’uit lijfsbehoud schuldig aan escapisme’. „Of ze hard werken, dat weet ik niet, maar ze zijn druk bezig. Studeren doen ze weinig; persoonlijke geloofsontwikkeling, daar komen ze niet aan toe, want ze moeten regelen. Begrafenissen, bejaardenpastoraat, terwijl ook de jeugd de nodige aandacht moet krijgen. Maar ze weten niet hoe, of hebben er geen tijd voor.”
Vluchten, dat doen niet alleen de geestelijke leidslieden, maar ook de kerken zelf, zegt Nauta. Hij wijst naar een vrij populair concept: dat van de kerk als herberg, waar iedereen zich thuis moet kunnen voelen, aan kan kloppen, verdergaan. „Dát vind ik een vlucht. Het moet gezellig zijn, en wat je wel of niet gelooft, ach, het doet er niet toe. De kerk doet zo aan zelfontkenning.”
Voor de rol die de kerken in de samenleving spelen, hebben de analyses van het SCP ongetwijfeld gevolgen, denkt Nauta. Die wordt kleiner, minder belangrijk. Maar daar willen de instituten zelf nog nauwelijks aan, stelt hij vast. „Ik zou willen dat ze rouwden om het verlies aan invloed, maar ze blijven hangen in ontkenning. Alsof het nog íets uitmaakt wat de kerken zeggen.”
Maar de kerken erkennen in hun reacties op het SCP-rapport toch dat ze een minderheidje aan het worden zijn? Jawel, zegt Nauta, maar dat is oppervlakkig. „In hun hart houden katholieken vast aan het vanzelfsprekende van het kerklidmaatschap. En veel protestanten komen echt niet los van de gedachte dat ze de ’volkskerk’ zijn – dé kerk voor heel Nederland.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.