Tijdens de verkiezingscampagne van 2002 probeerde Ad Melkert zijn aartsrivaal Pim Fortuyn schaakmat te zetten met de getergde uitroep:,,Voetnoten professor!”
Daarmee wilde de PvdA-leider gezegd hebben: prachtig dat u de wachtlijsten in de zorg wilt wegwerken. Maar hoe denkt u dat voor elkaar te krijgen als u op de zorg wilt bezuinigen, een kleinere overheid wilt en het management wilt uitkleden? Noem mij één rapport waarin staat dat je met minder geld meer handen aan het bed kunt krijgen?
Inmiddels blijkt dat de drie grote partijen Fortuyn alsnog gelijk geven. CDA, PvdA en VVD bepleiten een kleinere overheid met minder bureaucratie, een eerherstel van vakmensen en alledrie denken aldus bakken met geld vrij te spelen zonder de zorg en de kwaliteit van de overheidsdiensten aan te tasten. De ruzie tussen de drie gaat hooguit over de verdeling van de opbrengst. Kortom, nadat de drie eerst de integratie-agenda van Fortuyn hebben afgewerkt, maken zij zich nu op om ook het tweede deel van zijn erfenis veilig te stellen.
Ik heb drie vragen bij dit postume succes van Fortuyn. De eerste is, klopt het, is het mogelijk de overheid verder af te slanken zonder consequenties voor het dienstbetoon? Intuïtief vermoed ik dat Fortuyn een punt had en heeft. Voor iedere overheidsdaad, of het nu gaat om meer handen aan het bed, of een effectiever optredende politie, moeten eerst legio bureaucratische hordes genomen worden. Vervolgens verdampt het effect daarvan weer grotendeels, doordat uitvoerders zich voor iedere daad vooraf en achteraf uitvoerig moeten verantwoorden. De overheid draait één op twee, zegt het lid van de Rekenkamer, het oud-CDA-kamerlid De Jong. Wie effectief tien mensen meer op straat wil, moet ergens in de spelonken van de bureaucratie tien bureaus extra inruimen.
Interessant is dat Pim Fortuyn dit al haarscherp zag in 1992. In een column van het laatste nummer van Namens schreef hij: ,,In Den Haag worden alle grote problemen keurig behandeld in vuistdikke nota’s, waarin geen detail aan onze nijvere speurders ontsnapt. Maar als het erop aankomt de nota’s om te zetten in daden dan verzuipen we in het bureaucratische web van ambtenaren, beambten, belangenorganisaties en wat dies meer zij. En binnen de kortste keren is de meest ambitieuze politicus, c.q. bestuurder op slot gezet.” Daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop, overigens zonder resultaat, want sindsdien verschenen wel duizenden rapporten die meer markt en minder overheid bepleitten, maar met een groeiende overheid tot resultaat.
De enige garantie dat het dit keer wel lukt, is dat de drie inmiddels een scherper inzicht hebben in het probleem. Met Pim Fortuyn zien zij nu ook in dat politici en bestuurders teveel onderdeel zijn geworden van de bureaucratie. Zoals Fortuyn toen al sarcastisch vaststelde: de politicus gedraagt zich als een ambtenaar. Partijen willen dat nu rechttrekken door het aantal politici terug te brengen. De hoop is dat zij daardoor minder opgeslokt worden door de bureaucratie en zij zich meer zullen concentreren op hun eigenlijke werk: de hoofdlijnen uitzetten en de ambtenarij controleren.
Hamvraag is natuurlijk of dit gaat lukken. Ik heb er een hard hoofd in. Fortuyn wilde met dit doel de vertegenwoordigende democratie verbouwen tot een plebicitaire democratie. In zo’n democratie krijgt een volkstribuun een mandaat van de kiezer om er vier jaar lang keihard tegenaan te gaan. Deze oplossing staat haaks op onze vertrouwde democratie, waarin de vertegenwoordiging vrij veel macht heeft en we voor daadkracht aangewezen zijn op schikken en plooien. Het is onze manier van zaken doen. De drie zullen daar niet vanaf willen en terecht. Op de langere termijn loont het. Maar er hangt wel een duur prijskaartje aan, namelijk dat we ook in de toekomst al die ambtenaren hard nodig hebben. Minder overheid? Vergeet het maar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.