*

 

Vangen Bin Laden niet meer hoogste prioriteit VS

Door: redactie − 05/09/06, 14:50

(Novum/AP) - Vijf jaar na de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington is Osama bin Laden nog altijd niet gepakt. Amerikaanse soldaten die de beboste bergen in de Afghaanse provincie Kunar beklimmen, waar Bin Laden in de jaren '80 vocht in een door Washington gesteunde jihad tegen de Sovjets, koesteren nog hoop dat zij hem ooit levend of dood te pakken krijgen.

Maar hem vangen is nu niet meer hun hoofdtaak: zij moeten in de eerste plaats Afghanistan weer helpen opbouwen en de regering overeind houden tegen de aanvallen van de streng-islamitische Taliban die Bin Laden onderdak boden.

Ondanks de inzet van meer dan honderdduizend Amerikaanse, Afghaanse en Pakistaanse militairen in het Afghaans-Pakistaanse grensgebied, het gebruik van elektronische luisterposten, spionagesatellieten en onbemande vliegtuigen zijn Bin Laden en zijn rechterhand Ayman al-Zawahri ongrijpbaar gebleven. Op hun hoofd staat een premie van 25 miljoen dollar.

Zij weten via omwegen met de buitenwereld te communiceren en boodschappen op islamitische websites te publiceren waarin ze aansporen tot verdere aanvallen op het Westen. De samenwerking tussen Afghanistan en Pakistan verloopt stroef. Pakistan heeft het merendeel van de luitenanten van Bin Laden opgepakt, onder wie de veronderstelde coördinator van de aanslagen van 11 september, Khalid Sheikh Mohammed, en claimt dat wat van het Al-Qaida-commando is overgebleven vrijwel tandeloos is. Ook verloor Pakistan in de strijd met Al-Qaida- en Taliban-aanhangers 350 militairen.

Afghaanse functionarissen menen echter dat Pakistan Taliban-leiders onderdak biedt en hen in staat stelt strijders te rekruteren op radicale islamitische scholen. Boze tongen beweren zelfs dat Pakistan Bin Laden verborgen houdt, misschien om te verzekeren dat het land van strategisch belang blijft voor Washington.

Latfullah Mashal, een voormalig woordvoerder van het Afghaanse ministerie van binnenlandse zaken, meent zeker te weten dat Bin Laden zich schuilhoudt in een afgelegen vallei in de Pakistaanse regio Noord-Waziristan. Daar bevindt zich een fort in de bergen met een netwerk aan tunnels, bewaakt door Afrikanen die zich zelden of nooit laten zien.

Pakistan, dat zijn steun voor de Taliban na 11 september formeel introk, wijst de beschuldigingen van de hand. Het zegt in de ruige tribale gebieden langs de Afghaanse grens 80.000 militairen te hebben gestationeerd, waaronder een door de Amerikanen opgeleide en uitgeruste snelle reactiemacht.

Luitenant-generaal buiten dienst Ali Mohammed Jan Aurakzai, die het Pakistaanse leger na 11 september in het grensgebied aanvoerde, zegt dat zelfs met 200.000 militairen de grens niet waterdicht kan worden afgesloten.

Door de oorlog in Irak heeft het Amerikaanse leger maar 20.000 militairen in Afghanistan gestationeerd, van wie ruwweg de helft in het grensgebied. Zij moeten 78.000 vierkante kilometer bijzonder ruig terrein in het oog houden. Daarnaast hebben zij te maken met een diep gelovige en xenofobe bevolking die niet erg meewerkt.

"Bin Laden beschikt over een netwerk aan contacten en schuilplaatsen dat bijna twintig jaar oud is. Hij kent het gebied op zijn duimpje en hij is erg moeilijk te vinden", aldus Michael Scheuer, voormalig hoofd van een CIA-afdeling die jacht moest maken op de leider van Al-Qaida. "Zijn heldenstatus in de islamitische wereld is ook een reden waarom hij niet gepakt is." Een voormalige Pakistaanse inlichtingenfunctionaris zegt hetzelfde: "Deze Pathanen hebben hun tradities. Ze gaan nog eerder dood dan dat ze Bin Laden uitleveren."

Voor de Amerikaanse troepen wordt de oorlog in Afghanistan gevaarlijker. Sinds oktober 2001 zijn er 272 Amerikaanse militairen in en rond Afghanistan omgekomen: 44 in 2004, 92 in 2005 en 61 tot nog toe in 2006.

Westerse, Afghaanse en Pakistaanse functionarissen zijn het erover eens dat ze het dichtst bij Bin Laden waren in november 2001, toen hij zich vermoedelijk ophield in de bergketen Tora Bora in Kunar. De Pakistaanse inlichtingendiensten vermoedden dat hij bij een bombardement was omgekomen, tot zij Khalid Sheikh Mohammed in maart 2003 gevangen namen en bij hem een brief van Bin Laden aan zijn familie vonden.

Nadien is verschillende keren geprobeerd Bin Laden of Al-Zawahri te pakken te krijgen. In het meest recente geval, in januari, vuurde de CIA met een onbemand Predator-vliegtuig een raket af op een huis in Damadola, een afgelegen Pakistaans dorp 250 kilometer ten noordoosten van Waziristan. Al-Zawahri zou daar eten, maar liet verstek gaan. Minstens dertien burgers lieten het leven en mogelijk ook een aantal Al-Qaida-figuren, ook al zijn hun lichamen daar nooit gevonden. Pakistaanse inlichtingenfunctionarissen en plaatselijke bewoners verklaarden later dat Al-Zawahri in Salarzi was, elf kilometer verderop.

Stamleden in de Pakistaanse regio Bajur, tegenover Kunar, zeggen dat Al-Zawahri zich met een klein gevolg afwisselend in Afghanistan en Pakistan ophoudt. Hij zou in juli kort in Damadola zijn geweest om zich te verloven of in het huwelijk te treden; verscheidene stamhoofden zouden de ceremonie hebben bijgewoond. Pakistaanse inlichtingendiensten bevestigden de verhalen, maar Aurakzai, die nu gouverneur is van de provincie, houdt vol dat het louter speculatie is.

Het is levensgevaarlijk om te proberen keiharde informatie te verkrijgen. Onder de bevolking van het Pakistaanse grensgebied heerst groeiend ongenoegen over de aanwezigheid van het leger. Sinds Pakistan in 1947 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië had het leger het semi-autonome gebied met rust gelaten, maar na 11 september kwam daar een einde aan.

Aurakzai zegt dat sinds eind 2004 ongeveer zeventig stamleden zijn vermoord, het merendeel omdat ze samenwerkten met de autoriteiten. Andere functionarissen spreken zelfs van meer dan honderd van zulke doden. Een hooggeplaatste officier van de Pakistaanse inlichtingendienst, die anonimiteit bedong, zegt dat minstens dertig van zijn informanten zijn omgebracht. Vaak werden ze onthoofd, waarna hun hoofden op voor het publiek duidelijk zichtbaar werden achtergelaten om verklikkers af te schrikken. Een andere inlichtingenofficier zegt dat Pakistaanse agenten gemakkelijker opereren in India dan in de eigen traditionele stamgebieden.

Pakistaanse inlichtingenfunctionarissen zeggen dat Bin Laden en Al-Zawahri zeer waarschijnlijk apart van elkaar optrekken, elk met een klein gevolg van Arabische vertrouwelingen en meerdere verdedigingskringen om hen heen, waarbij de buitenste ring gevormd wordt door plaatselijke militanten.

Om met de buitenwereld te communiceren maken zij gebruik van een complexe keten van menselijke koeriers, in plaats van vrij eenvoudig te onderscheppen elektronische middelen. Al-Zawahri heeft dit jaar tien audio- en videoboodschappen uitgebracht en Bin Laden, van wie de laatste videoboodschap dateert van oktober 2004, vijf audioboodschappen.

Een van de boodschappen was een eerbetoon aan Abu Musab al-Zarqawi, de leider van Al-Qaida in Irak, die 7 juni ten noorden van Bagdad werd gedood. En hoewel Pakistan claimt dat de leiders van Al-Qaida zijn gereduceerd tot symbolen, zeggen Pakistaanse agenten te hebben vernomen dat Al-Zawahri zijn zegen heeft gegeven aan het in Groot-Brittannië verijdelde plan om trans-Atlantische verkeersvliegtuigen op te blazen.

mailIcon print |