DEN HAAG (ANP) - De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van drie verdachten in de eerste Nederlandse terroristenzaak verworpen.
Volgens het hoogste rechtscollege mag justitie gegevens van een inlichtingen- en veiligheidsdienst gebruiken als startinformatie voor een strafrechtelijk onderzoek. Ook mag dergelijke informatie worden gebruikt als bewijs in een strafzaak.
In deze zaak ging het om drie mannen die volgens justitie in contact stonden met het terreurnetwerk al-Qaeda van Osama bin Laden. Zij werden onder meer verdacht van het voorbereiden van een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs. Het drietal opereerde vanuit twee woningen in Rotterdam, waar zij twee dagen na de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten werden aangehouden.
Veroordelingen definitief
De rechtbank in Rotterdam sprak de verdachten in eerste instantie vrij. De doorzoekingen van de woningen van de verdachten waren gebaseerd op ambtsberichten van de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de huidige Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
Volgens de rechtbank was een onderzoek van de BVD niet met ,,strafrechtelijke waarborgen'' omkleed en er had daarom niet mogen worden overgegaan tot doorzoeking en arrestaties. Justitie had eerst zelf onderzoek moeten doen.
Het Openbaar Ministerie zag zich door de uitspraak van de rechtbank ernstig belemmerd in de strijd tegen het terrorisme en tekende beroep aan tegen het vonnis. Het gerechtshof in Den Haag zette in hoger beroep een streep door de redenering van de rechtbank en veroordeelde het drietal tot straffen van één, vier en zes jaar cel. De verdachten stelden beroep in cassatie bij de Hoge Raad in. Met de verwerping daarvan zijn de veroordelingen van de drie mannen nu definitief.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.