*

 

Ouderen in Zweden / Onafhankelijk tot de dood erop volgt

door Henriëtte Lakmaker − 27/07/06, 22:33

Zorg van de wieg tot het graf, dat is wat Zweden wil bieden. Nu het aantal ouderen groeit, moet die zorg goedkoper. Steeds vaker doet de staat een beroep op vrienden en familie. Dat valt de individualistisch ingestelde Zweden niet mee.

Olle Hallin komt in de rolstoel zijn kamer uit. Door zijn dikke brillenglazen kijkt hij onderzoekend om zich heen. Oudste dochter Karen duwt haar 76-jarige vader naar de gemeenschappelijke ruimte van het opvangcentrum De Vuurtoren in LuleÃ¥. Wat haar vader precies heeft, weet ze niet. Het zal iets met dementie of de ziekte van Alzheimer zijn – haar moeder vangt hem al jaren op, vertelt Karen Hallin (42), maar twee weken geleden kreeg die een beroerte. Ze ligt nog steeds in het ziekenhuis. „We realiseerden ons eigenlijk toen pas dat hij niet zonder haar zorg kan leven. We bleven om de beurt bij hem slapen, maar mijn zuster en ik werken allebei, dat konden we niet volhouden.”

Vader Olle bleek terecht te kunnen in de kortetermijnopvang van De Vuurtoren, centrum voor ouderen. Een uitkomst, vindt Karen Hallin. „Wij kunnen weer even ademhalen. We waren wel bang hoe mijn vader zou reageren, maar dat gaat goed. Hij beseft dat er thuis niet voor hem gezorgd kan worden.”

De staat zorgt voor de burger, van de wieg tot het graf – dat is het uitgangspunt in Zweden. Maar de staat kan het niet alleen af. Om de zorg betaalbaar te houden voor een groeiende groep ouderen, zette Zweden in de jaren negentig in op de zorg rondom de bejaarde thuis. De mantelzorger kreeg een cruciale rol.

Inmiddels is ruim 17 procent van de Zweedse bevolking (9 miljoen mensen) ouder dan 65, en een aanzienlijk deel daarvan is ouder dan 80. De meeste ouderen wonen lang thuis, tot het echt niet meer gaat. Daar kunnen ze thuiszorg krijgen en – is de veronderstelling – aandacht van hun kinderen of verwanten.

Het is veel beleidsmakers ondertussen ook duidelijk geworden dat steeds meer mantelzorgers dreigen te bezwijken onder hun vaak driedubbele belasting: werk, gezin, bejaarde ouders. Daarom kunnen in De Vuurtoren in Luleå familieleden hun zieke ouders, echtgenoot of echtgenote voor een korte periode laten verblijven, zodat ze zelf even op adem kunnen komen.

Ook is er een dagcentrum, waar ouderen activiteiten kunnen doen zoals schilderen, knutselen of in de tuin werken. De ouderen kunnen gebruikmaken van een gymzaal, zwembadje, massagestoel, en uiteraard een sauna.

De gasten, zoals ze de patiënten noemt, moeten een ‘certificaat’ hebben om gebruik te kunnen maken van de kortetermijnopvang en dagopvang. De Vuurtoren is deel van het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten blijven.

Is het aanbod van de Vuurtoren toereikend in de gemeente Lulea, waar 12.100 van de 72.000 bewoners boven de 65 zijn? Meestal niet, zegt Anderson. Het grootste deel van het jaar zijn er wachtlijsten. Maar soms zijn die, door sterfgevallen, opeens verdwenen.

„Mantelzorgers willen het allemaal alleen doen”, zegt Anette Borg van Action, een project van de ouderenzorgorganisatie in Jürfülla, een buitenwijk van Stockholm. Het is een door de EU gesubsidieerd project, in samenwerking met gemeenten en universiteiten in Zweden en andere Europese landen. Mantelzorgers in het stadsdeel krijgen thuis een computer met webcam, verbonden met het kantoor van de organisatie. Zodra er iets aan de hand is met de ’patiënt’, als de verzorger vragen wil stellen of gewoon om een praatje verlegen zit, kan ze inloggen en krijgt ze contact.

Voor de computer zijn de meesten niet bang – Zweden is in hoge mate gedigitaliseerd, en veel 65-plussers hebben er een thuis staan. Die hulp, die ligt lastiger voor veel oudere mantelzorgers. Borg: „Je moet hen echt overhalen voordat ze je steun accepteren. Eerst zeggen ze dat ze geen problemen hebben en dat ze het best redden. Ze zien zichzelf niet als verzorgers.”

Doorgaans gaat het bij mantelzorg om de echtgenoot of echtgenote. Kinderen wonen vaak ver weg, hebben een baan en een eigen gezin; vrijwilligers zijn buitengewoon lastig te vinden in Zweden. De partner neemt als vanzelfsprekend de zorg op zich, en cijfert zichzelf daarbij weg. Dat geldt vooral voor vrouwen. „Vaak nemen ze het woord ’ik’ niet in de mond”, zegt Borg. „Ze hebben het alleen over hun man.”

Dan komt de mantelzorger zelf in beeld. De bel gaat op het computerscherm achterin het kantoortje. Laila Larsson, kortgeknipt grijs haar, verschijnt op het computerscherm. Ze staat in haar huiskamer – op de muur achter haar zijn foto’s te zien. De 67-jarige vrouw kijkt erg zorgelijk in de camera. Haar man, gehandicapt na een beroerte, is die ochtend gevallen. Hij heeft erge pijn. Lopen gaat bijna niet. Hoe moet hij nu naar de wc? En hoe moet het nu met zijn verjaardag, morgen?

Elisabeth Helgóstan, de fysiotherapeute van het centrum in Jürfülla, geeft advies: ze moet hem eerst pijnstillers geven en dan naar het toilet helpen. Larsson lijkt enigszins gerustgesteld. Ze verdwijnt van het scherm. „Ze was wanhopig, dat zag je”, zegt Borg. Behalve voor haar man, moet Larsson ook voor haar 90-jarige moeder zorgen, die vier kilometer verder woont. Haar kinderen werken fulltime, hebben zelf kinderen en eigen besognes.

Ouderen zijn vaak te trots om van hun eigen kinderen hulp te krijgen, zegt Borg. „Als je vraagt wie er voor hen zou moeten zorgen, noemen ze de overheid – niet hun kinderen. We rekenen op onze regering.”

Het is ook schaamte, zegt fysiotherapeute Elisabeth Helgóstan. „Ze willen wel leuke uitstapjes met hun kinderen maken, maar niet door hen onder de douche worden gezet. En ze weigeren zichzelf als oud te zien.” Borg: „Zweden willen onafhankelijk blijven tot de dood erop volgt.”

mailIcon print |