Charles van Commenée slaat weinig acht op het streven van zijn werkgever NOC-NSF om bij de beste tien medaillelanden ter wereld te horen. Een betere topsportstructuur vindt hij belangrijker.
Ergens in het Chinese badwater drijft in 2008 een olympische medaille die voor Nederlands beste zwemster ooit met wat trainingsarbeid op te vissen moet zijn. Maar verwacht van de technisch directeur van sportkoepel NOC-NSF niet dat hij Inge de Bruijn gaat smeken om straks van de 50 meter vrije slag een doel te maken. Twee keer sprak Van Commenée haar voicemail in, nooit werd hij teruggebeld.
„Het is eigenlijk al te gek dat ik twee keer heb gebeld”, zei hij gisteren op Papendal, waar de kwalificatieregels voor de Spelen van Peking in 2008 werden gepresenteerd. „Ik ben eerlijk gezegd niet veel met individuele sporters bezig. Ik praat meer met bonden en coaches. Ik probeer coaches in het zadel te helpen zodat zij slagkracht hebben. Als ik over hen heen ga, ontkracht ik dat.”
Als technisch directeur en chef de mission voor Peking heeft hij voor een ander beleid gekozen dan zijn voorganger Joop Alberda. De Fries onderhield met veel sporters, vooral de toppers, intensief contact. Scoren in het medailleklassement was voor Alberda én voor NOC-NSF prioriteit. Van Commenée zegt de ambitie om bij de beste tien landen van de wereld te horen te onderschrijven, maar wil zich niet blindstaren. „De Nederlandse sport moet meer zijn dan een paar gouden medailles.”
Toen hij twee jaar geleden op Papendal begon, keken mensen hem af en toe ’meewarig’ aan. „Met een blik van: waar begin je aan? Coryfeeën als Van Moorsel en De Bruijn waren net gestopt. Het beeld overheerste dat het allemaal minder zou worden. Dat beeld is veranderd. We hebben nu meer sporters die bij de toptien van de wereld horen. Met drie grossiers in gouden medailles hoor je bij de top, maar ik vind het ook belangrijk dat er balans is tussen team- en individuele sporten, een gezonde verhouding mannen-vrouwen en een goede spreiding tussen verschillende sporten. Dan ben je minder kwetsbaar dan met een paar hitters in het verleden.”
Sinds zijn aantreden heeft de Amsterdammer zich vooral gericht op het neerzetten van een ’sterkere topsportstructuur’ bij de kansrijke sporten en bij bonden die olympische potentie hebben. Hij had grote invloed op de aanstelling van Jacco Verhaeren als technisch directeur van de zwembond. Van Commenée ziet nu ook hoopgevende ontwikkelingen bij handbal, volleybal (vrouwen en mannen), voetbal en waterpolo (vrouwen). „In het handbal vind ik een goede structuur waar een hele generatie mee vooruit kan belangrijker dan vijf of tien meiden met een missie. Een structuur levert niet binnen 24 uur medailles op, maar ik kijk wat verder.”
Onzinnig vindt Van Commenée het om te speculeren over het aantal medailles en de grootte van de ploeg in Peking. „Als ik nu aan coaches en sporters vraag wat ze verwachten, dan mogen we wel een extra vliegtuig bestellen om al het eremetaal te vervoeren. Maar we leven 660 dagen vóór Peking. Stel je die vraag 60 dagen voor de Spelen dan zijn het er al een stuk minder. Vraag je het 20 dagen voor de Spelen dan zijn er mensen in paniek. Ik heb geleerd dat het niet zo veel waarde heeft.”
Hij stelt wel tevreden vast dat Nederland ’behoorlijk op koers’ ligt. Na het zeer succesvolle post-olympische jaar 2005 waren er dit jaar weer wereldtitels in wielrennen (5x), paardensport (2x), zeilen (2x), windsurfen en hockey. Het afgelopen halfjaar stelde Van Commenée samen met de bonden de normen en limieten op voor kwalificatie voor Peking. Daarbij blijft ’een reële kans op een topacht’ net als bij voorgaande Spelen het uitgangspunt. Van Commenée: „Dat is niet te streng. Ik vind dat een olympische ploeg een winnende cultuur moet hebben. Dat lukt alleen als een groot deel van de sporters succesvol is. Als te veel sporters er al in de eerste ronde uitvliegen, ontstaat een andere sfeer. Met deze eisen heb je genoeg garanties.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.