*

 

De peutervoeding van Olvarit

door Kees de Vré − 18/10/06, 22:15

Hoe groot de verschillen op latere leeftijd ook zijn, bijna alle Nederlanders van na de oorlog hebben in ieder geval één ding gemeen: ze zijn grootgebracht met Olvarit peutervoeding. Na vier maanden moedermelk vormden worteltjes en bruine bonen met appelmoes vaak de eerste smaaksensatie in een Nederlands mensenleven. Inmiddels zijn er honderd verschillende baby- en peutermaaltijden, fruithapjes en -sapjes van het Nutricia-merk te koop. Ook de peuters genieten nu, naast de Hollandse bruine bonen, van een wereldkeuken.

Olvarit bestaat inmiddels 60 jaar. Het was de eerste specifieke babyvoeding in Nederland buiten zuigelingenvoeding. Die voorsprong is het nooit meer kwijtgeraakt. Van concurrentie is amper sprake. Olvarit is kennelijk zo’n vertrouwde klank in ons land dat moeders nauwelijks iets anders kopen voor hun kroost. En die laten het zich goed smaken; jaarlijks gaan er veertig miljoen potjes met de bekende babykopjes over de toonbank.

Toen Nutricia, dat tot dan toe alleen flesvoeding maakte, in 1946 met Olvarit kwam – van het Latijnse olus (groente) en varot (variatie) – zagen de eerste kant-en-klare groenten voor baby’s het licht: bruine bonen met appelmoes, worteltjes en worteltjes met appelmoes. In blik toen nog met een getekend babykopje erop. „Moeders waren er erg gelukkig mee”, zegt marketing manager babyvoeding Andrea Dold. „Zeker toen we in 1948 diëtisten in dienst namen. Kinderen grootbrengen is een spannende reis. Wij konden met die diëtisten vele praktische vragen van moeders beantwoorden. Daar was grote behoefte aan, want je wilt het goed doen. Met eten kan dat soms best lastig zijn. Kinderen hebben zo hun eigen voorkeuren. Kinderartsen en consultatiebureaus gaven zelfs etiketten mee aan ouders zodat ze wisten wat ze moesten kopen. Zo stonden we – en staan we – dicht bij de consument.”

In de steden begon de glorie. Dold: „Vanuit de steden, waar de behoefte aan goede babyvoeding het grootst was na de oorlog, werd langzaamaan het platteland bereikt. Ook daar waren moeders op den duur meer weg, aan het werk, en kwam er behoefte aan gemaksvoeding.”

Aanvankelijk zijn de grondstoffen voor de babymaaltijden afkomstig van boeren in de omgeving van de fabriek in Zoetermeer. Ook het seizoen speelt een grote rol in het aanbod. Later komen de groenten- en fruitsoorten van steeds verder weg. De wereld wordt kleiner, contacten met leveranciers over de grens gemakkelijker. De ’schijf van 5’ gaat een prominente rol spelen. Olvarit volgt in de jaren zeventig met een heel weekmenu, die ouders in staat stelt hun peuters iedere dag iets anders te geven, gebaseerd op de juiste balans van de benodigde voedingsstoffen. Inmiddels is er een tweewekelijks menu met 14 verschillende maaltijden als steun voor werkende ouders die nauwelijks tijd of zin hebben om in de keuken te staan. „Maar vooral ook om aan te geven wat mogelijk is”, benadrukt Dold. „Er is vandaag de dag zo veel variatie in eten mogelijk dat ouders het soms ook niet meer weten. Wij reiken praktische oplossingen aan.”

Zo volgt Olvarit niet alleen de nieuwste inzichten in goede voeding maar ook de veranderingen in de samenleving. En eveneens nieuwe fysiologische ontdekkingen. „Niet alleen van voedingsstoffen wordt steeds meer bekend, ook kwam men er achter dat de mondmotoriek een stimulans kreeg door voeding in grotere stukjes aan te bieden. Tot een maand of acht leert een kind smaak te ontwikkelen. Dat begint met zachte smaken als wortels en appels. Daarna wordt het al complexer. Gepureerd eten maakt plaats voor grotere stukjes groenten en fruit en die blijken op hun beurt weer de mondspieren te stimuleren. Dat is weer goed voor de ontwikkeling van het spraakvermogen.”

Voedselveiligheid speelt zeker in een gevoelige markt als babyvoeding een vooraanstaande rol. Daartoe worden in de jaren zestig de glazen potjes geïntroduceerd. In glas wordt de voedingswaarde beter behouden en vreemd genoeg houdt glas het licht, dat leidt tot sneller bederf, beter tegen dan blik. Op het etiket wordt het getekende kinderkopje vervangen door een gefotografeerd kindje. In de jaren tachtig volgt de speciale deksel die perfect afsluit en weer wat later de plastic zegel om de deksel heen die moet aantonen dat niemand er met zijn vingers aan heeft gezeten totdat het in je eigen pannetje gaat. Dold: „Voedselveiligheid moet top zijn bij kindervoeding. Dat is ons belangrijkste onderwerp. Ik kom van een ander voedingsbedrijf en ik merk het verschil. Alles wordt hier 25 keer omgedraaid voordat het de deur uit mag. Als manager marketing krijg ik daar soms de kriebels van, maar ik begrijp het wel.”

De bruine bonen met appelmoes hebben de laatste jaren gezelschap gekregen van exotischer zaken als spaghetti, goulash, bami, paëlla en zoetzure kip. Meestal is Olvarit trendvolger. „Ouders bepalen toch hoe zij hun kinderen voeden en dan spelen meestal de eigen eetgewoonten een rol. Wij volgen doorgaans de ontwikkelingen in de volwassen voeding. Soms zetten wij een trend zoals met de vis en risotto. Het Nederlandse menu kent weinig variatie. Daarom hebben we die visrisotto ontwikkeld met extra gezonde vetten. Visrisotto is iets dat ouders zelf niet zo snel eten, maar voor hun kinderen willen ze het beste.”

Ondanks al die voedingstrends blijft het Olvarit-aanbod opgebouwd rond ijzersterke klassiekers. „Bruine bonen met appelmoes of appelschijfjes en verder de aardappelen, rundvlees en boontjes en alles rondom pasta. Dat is ons vaste assortiment. Daar omheen draaien trends die na een paar jaar verdwijnen.”

Ondanks al die variatie zijn er maaltijden die tegen de verwachting in niet aanslaan, zoals rode bietjes, aardappeltjes met appel en kip en goulash. Dold: „Moeders worden daarbij vooral door hun omgeving beïnvloed: familie, vrienden en daarna door tijdschriften en tegenwoordig internet.” Spelen vaders nog een rol? „Ja, we zien de invloed van de papadag. We krijgen steeds meer vaders aan de telefoon en dan meestal rond etenstijd. Moeders bellen ons meestal van tevoren om advies, vaders hebben de maaltijd al gereed en bij obstructie van de kleine bellen ze ons.” Voor de steeds groter wordende groep allochtone kinderen heeft Olvarit (nog) geen aparte maaltijden in petto. „We kunnen ze nog prima bedienen met ons huidige aanbod”, zegt Dold.

Zestig jaar schier onaantastbaar, met een marktaandeel dat eind jaren zestig opliep tot in de negentig procent en daar nu nog steeds niet ver vanaf is. Hoe krijg je dat voor elkaar? „Wij zijn een pure babyvoedingproducent, daardoor optimaal geconcentreerd op die markt met zijn specifieke eigenschappen. Onze concurrenten doen het er bij. Wij waren de eerste en dus zijn er drie generaties, zo’n tien miljoen mensen, opgegroeid met Olvarit. En boven alles: wij weten wat onze klanten willen. Moeders en vaders kunnen ons 24 uur per dag zeven dagen in de week bereiken. Ikzelf loop regelmatig de straat op en praat in speeltuinen of bij scholen met moeders. Ik weet wat zij willen. Dat maakt het verschil.”

mailIcon print |