*

 

Breedveld / Goud wordt het, maar naar te vrezen valt, uitsluitend inwisselbaar tegen een minderheidskabinet.

Willem Breedveld − 14/11/06, 21:09

Sinds Wim Kok in 1994 de leus muntte dat hij opging voor goud, is er in het politieke bestel onherroepelijk iets veranderd.

Meer dan enig lijsttrekker voor hem, legde hij er immers de nadruk op dat het premierschap de hoofdprijs is en dat die vraag de kiezers meer bezighoudt dan het beleid. En zo pakte het ook uit, hoewel een overwinning voor Kok op dat moment nog in geen velden of wegen was te bekennen. Hij moest zelfs het beeld oproepen van een marathonloper om nog een beetje geloofwaardig over te komen.

Iets soortgelijks lijkt zich in deze campagne te hebben voltrokken, met dit verschil dat de marathonloper dit keer niet Wim Kok heet maar Jan Peter Balkenende. Ook hij stond er beroerd voor in de peilingen, maar inmiddels lijkt het goud royaal binnen handbereik. Het houden van premierverkiezingen lijkt een lonende activiteit. In het geval van Balkenende zit er ook een zekere rechtvaardiging in. Anders dan Bos begon hij in feite al in 2002 aan zijn marathon. Zijn lot was het om de hitte des daags en de koude des nachts te trotseren. Bos daarentegen leek in al die jaren comfortabel achterover te leunen. Het zware en vaak ondankbare oppositiewerk liet hij over aan Marijnissen en Halsema. Zelf stelde hij zich ten doel te luisteren en hij werd er nog slapende rijk van ook. Ik herinner me zelfs een peiling waarin de PvdA op zestig zetels stond.

Een andere vraag is het of met het goud van Balkenende straks ook het beleid te maken valt dat de kiezer wil. Vergis ik me niet, dan bestaat daarover ook binnen het CDA twijfel. Om een paar dwarsstraten te noemen: tegen de zin van veel van zijn kiezers zal Balkenende geen generaal pardon verlenen aan de 26.000 asielzoekers (met Verdonk in de buurt kan dat niet) en zal de sociale zekerheid nog meer op liberale leest geschoeid worden, met een versoepeling van het ontslagrecht en het leggen van een zwaar accent op de eigen verantwoordelijkheid. Dezer dagen hoorde ik de premier (in Kruispunt-tv) zelfs pleiten voor een verbod op een sharia-partij. Dat worden nog zware tijden voor de SGP met haar theocratie. Overigens zal een premierschap van Bos weer andere twijfels oproepen. Persoonlijk kan ik leven met beperking van de hypotheekrenteaftrek en het invoeren van ’bejaardenbelasting', maar het geschipper ermee stuit me tegen de borst. En wat me het meest dwars zit, is dat Bos over andere zaken rijkelijk vaag is. De toekomst van Europa, het veiligstellen van het milieu, de multiculturele samenleving? Wat is het?

Kortom, de vraag is of we met die premierverkiezing op de goede weg zijn. In landen waar zo’n systeem echt bestaat, kan de premier na de verkiezingen meteen aan de slag: the winner takes it all. In Nederland geldt echter nog altijd het principe van evenredigheid en zal er na verkiezingen macht gedeeld moeten worden. Zo willen we het ook, bleek vorige week nog eens uit de bevindingen van het burgerforum. En delen betekent in het geval van Balkenende dat hij te biecht zal moeten bij de VVD en een derde en wellicht zelfs vierde partij, want samen halen ze vast geen 75 zetels. Dat wordt een gehannes van jewelste. Ik zie het al voor me: Wilders die zijn opwachting maakt als minister van vreemdelingenzaken.

Een kabinet met de PvdA zit er ook niet in: hier komt de premierverkiezing zichzelf tegen. De logica daarvan is immers dat de rivalen elkaar uitsluiten. Trouwens, nog afgezien daarvan: tussen de PvdA en het CDA is het sinds 1956, toen de rooms-rode coalitie op haar eind liep, nooit meer wat geworden; op wat vecht- en rampkabinetten na. Het ziet er dus naar uit dat het goud van Balkenende straks uitsluitend inwisselbaar is voor een minderheidskabinet. Dat zal voor het eerst zijn in de naoorlogse geschiedenis. Het lijkt een schrikbeeld, maar ik hou het erop dat zo’n kabinet verfrissend kan zijn. Bovendien is het gedwongen serieus te luisteren naar het parlement. Dat is pure winst.

mailIcon print |