Eerst streed de PKN voor een zesjarige academische studie tot predikant, en nu meent diezelfde PKN dat een hbo-opleiding tot predikant ook voldoet.
Het rapport ’Pastor in beweging’, dat binnenkort in de PKN-synode ter tafel komt, is niets minder dan revolutionair. Als het tot beleid wordt verheven, zal de predikant voor het eerst in eeuwen niet langer een academicus hoeven te zijn. Ook hbo’ers met een aanvullende cursus ’voorgaan in de eredienst’ heten voortaan predikant.
De ’oude’, academisch gevormde predikant krijgt op het niveau van de classis de taak om zijn hbo-collega’s visie en leiderschap te tonen. Volgens het rapport pure noodzaak: alleen zo kunnen predikantsvacatures in de toekomst nog worden opgevuld. Bovendien is zo’n hbo-predikant voor gemeenten tenminste nog betaalbaar.
Ik zal niet de enige zijn die bij het lezen van dit rapport perplex was. Als de minister voor onderwijs het leest, moet ze denken dat de PKN niet weet wat ze doet, of knettergek is geworden. Anderhalf jaar geleden bood zij, via staatssecretaris Rutte, de PKN aan om ook in de toekomst een zesjarige universitaire predikantenopleiding te financieren. De Theologische Universiteit Kampen en de Kerkelijke Opleidingen aan de Universiteiten Utrecht en Leiden zullen daartoe per 1 januari 2007 fuseren tot een grote academische onderwijsinstelling (de PThU).
Die zes jaar werden niet zonder slag of stoot binnengehaald. Begin 2003 meldde de toenmalige Utrechtse theologiedecaan in een interview aan het Friesch Dagblad dat iemand in vier jaar net zo’n goede dominee kan worden als in zes.
De PKN-kerken stonden op hun achterste benen. Het ambt van predikant is immers een ingewikkeld beroep waar erg veel bij komt kijken. Om voorganger te kunnen zijn in een moderne kerk moet er gedegen studie worden gemaakt van andere godsdiensten, van culturele en filosofische stromingen en van aanverwante velden als psychologie en sociologie. Vervolgens moet zo iemand zich ook nog verdiepen in organisatiekunde, retorica, pastoraat, geloofsleer en ethiek. En wat vooral belangrijk is: omdat de predikant geacht wordt elke zondag de Bijbel uit te kunnen leggen, moet zij of hij er ook nog eens Grieks en Hebreeuws bij studeren. Die zes jaren kwamen er en de kwartiermakers voor de PThU gingen hard aan de slag om de predikantenopleiding nog verder te moderniseren, in samenspraak met de universiteiten van Utrecht en Leiden.
Maar dan komt het. Dezelfde synode die op 17 november een definitief besluit zal gaan nemen over die nieuwe zesjarige PKN-universiteit, moet op 16 november instemmen met een rapport waarin staat dat je eigenlijk ook wel dominee kunt worden als je vier jaar hebt gestudeerd, en dat bovendien bij een hbo-onderwijsinstelling waar de PKN geen enkele zegging over heeft. Dat kan niet anders dan als mismanagement worden aangeduid. Naar de nieuwe universiteit omdat haar bestaansrecht nog voor de oprichting in twijfel wordt getrokken. En naar de minister omdat een zorgvuldig uitonderhandelde deal te kijk wordt gezet.
Wat de synodecommissie hier voorstelt, is bovendien ook inhoudelijk niet uit te leggen. Stel, een breed samengestelde commissie van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen doet de aanbeveling om alle hbo-verpleegkundigen voortaan arts te noemen. Wel moet er in elke vleugel van een ziekenhuis één ’arts oude stijl’ ressorteren om de ’artsen nieuwe stijl’ leiderschap en visie bij te brengen. Ook moet zo’n ’arts nieuwe stijl’ een cursus ’diagnostiek voor verpleegkundigen’ volgen, maar dat is in twee maanden gepiept. Bijna iedereen is blij: de ziekenhuizen hebben er voor hetzelfde geld een hoop dokters bij en kunnen een vertrekkende arts (‘oude stijl’) laten opvolgen door een goedkopere collega. Ook de patiënten zijn blij: zo krijg je weer eens een dokter aan je bed, in een tijd van dalende aantallen geneeskundestudenten. De hbo-verpleegkundigen zijn verguld: eindelijk verlost van die ellendige pikorde tussen dokters en verpleegkundigen. De hbo-V opleidingen staan intussen te popelen om zich als ’Artsenopleiding’ te afficheren. Het ministerie van onderwijs reageert vergenoegd: het veld zelf biedt aan om te bezuinigen! Wel zijn er een paar boze universiteiten en een boze KNMG. Maar dat zij tegensputteren, is logisch: dat doet iedereen die een deel van zijn oude privileges ziet verdampen.
Intussen peinst in werkelijkheid niemand erover om het beroep van dokter open te stellen voor hbo’ers, evenmin als dat bij advocaten, dierenartsen of apothekers het geval is. Hoe kan de PKN-commissie het academisch niveau van het predikantschap dan wél zo te grabbel gooien? We zullen het nooit weten, want het rapport ’Pastor in beweging’ bevat geen enkele (nul) inhoudelijke analyse van wat het beroep van academisch gevormd predikant ook al weer inhield. Opvallend is dat noch de academische predikantenopleidingen noch de predikantenbond door de commissie is gehoord. Het resultaat is een rapport met de theologische diepgang van een kassabon.
Moet er dan helemaal niks veranderen? Natuurlijk wel! En het rapport bevat heus wel een paar zinvolle aanbevelingen. De hbo-opgeleide kerkelijk werker moet liever vandaag dan morgen een ambtelijke status krijgen. Bij zo’n status behoort ook het mogen bedienen van de sacramenten. De bijdrage van hbo’ers aan het kerkelijk leven is fantastisch en dankzij hen zijn veel gemeenten bloeiende gemeenten. Maar over het opgeven van het eeuwenlange principe dat een predikant een academische opleiding moet hebben gehad, kan niet in een namiddag worden beslist.
Theo Boer is Universitair Docent christelijke ethiek vanwege de PKN bij de Universiteit Utrecht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.