Het is hoog tijd dat er bezinning komt op de tradities rond het ambt van predikant. Een hbo’er kan ook een goede pastor zijn, naast de academicus.
Iets wat eeuwenlang bestaat krijgt soms een heilige sfeer, haast onaantastbaar, alsof het door God zelf ingesteld is. Dit lijkt het geval te zijn bij de rechterflank van de PKN die het toelaten van hbo’ers als predikant een verkwanseling vindt van het hoogheilig ambt. Zij huldigen het oude idee van Calvijn, van een dominee die namens Christus tot de gemeente spreekt.
Het is echter gevaarlijk, en vreemd, om een koppeling te maken tussen Christus, predikant en ambt. Niet alleen omdat het mogelijk is dat een predikant slecht functioneert en fouten maakt, ook is het moeilijk vol te houden dat door een predikant Christus tot de gemeente spreekt. Het kan toch niet zo zijn dat Christus verschillende en tegenstrijdige visies heeft, of exclusief via sommige kerkelijke stromingen spreekt? Eveneens is voor het spreken namens Christus geen academische scholing of ambt nodig.
Een predikant heeft theologie gestudeerd, een vak dat zich bezighoudt met vragen ontstaan binnen, door en rondom religie. Dat maakt de predikant een deskundige om de Bijbel te interpreteren, en te vertalen naar onze tijd.
Bij angst voor verkwanseling van het hoogheilig ambt is het verstandig de vraag te stellen wie het ambt zo hoog en heilig heeft gemaakt. Alle gewoontes en afspraken in de kerk zijn door mensen bedacht en ingevoerd. Die afspraken kunnen ook door mensen veranderd worden als het daar de tijd voor is. Dat geldt voor de kerkelijke leerstelligheden die eeuwenlang hun nut gehad hebben, maar voor velen hun waarde beginnen te verliezen. Eenzelfde bezinning kan op gang komen ten aanzien van de kerkelijke ambtsleer. Die sluit niet meer aan bij de tijd en de situatie van mondige mensen van nu.
Het blijkt overigens (Trouw, 10 november) dat de rechterflank van de PKN, de hbo’ers óók wil weren om van de problematische thematiek met vrouwelijke kerkelijk werkers verlost te zijn. Maar Jezus zelf gaf destijds een ander voorbeeld. Hij verscheen na zijn opstanding het eerst aan Maria Magdalena.
Het commentaar van Trouw (1 november) stelt dat een traditie van eeuwen niet achteloos opzij geschoven mag worden. Maar een traditie van eeuwen achteloos in stand houden, mag evenmin. Eerlijke bezinning op de traditie is zinvol.
Het probleem dat dreigt om dat nog weinig mensen kiezen voor een academische theologische studie, lost zich misschien vanzelf op. De kerkverlating zal de komende jaren vermoedelijk veel groter zijn dan de kerk nu denkt. Er zijn in de toekomst veel minder predikanten nodig dan nu gedacht wordt.
Maar ook juist dan is het van belang dat er in de protestantse kerken een bezinning komt op de traditie. Misschien speelt de eeuwenoude traditie van de kerk, waar de ambtsleer een onderdeel van is, een rol bij zowel het predikantstekort als de kerkverlating. Misschien zijn deze beide fenomenen te beschouwen als een signaal van de kloof tussen deze eeuwenoude traditie en mensen van deze tijd.
Zou een andere kerk met andere opvatting over de rol van de pastor niet meer studenten trekken die op academisch niveau theologie willen studeren? En zou zo’n kerk ook weer aantrekkelijker kunnen zijn voor gelovige mensen van deze tijd? Met andere opvattingen over het ambt komt er vermoedelijk ook ruimte voor goedopgeleide hbo-theologen.
Het is zeker belangrijk dat er in de kerk ook predikanten blijven die academisch gevormd zijn. „Het is een ingewikkeld beroep waar erg veel bij komt kijken”, stelde Theo Boer terecht vast (Trouw, 30 oktober). Toch is het niet zo dat het met het functioneren van de academisch geschoolde predikant in de praktijk automatisch altijd wel goed zit en dat er aan het functioneren van hbo-theologen risico’s kleven. Wel of niet goed functioneren staat los van opleidingsniveau. De pastor moet niet alleen een gesprekspartner zijn over geloof en theologie, maar moet ook over sociale vaardigheden beschikken. Waar de ene gemeente meer gediend is met een praktisch ingestelde pastor, is in een andere gemeente iemand met een grote intellectuele bagage gewenst.
Ik zie een toekomstbeeld van samenwerken in één kerk tussen de verschillende soorten van pastores met verschillende kwaliteiten. De predikant die een uitgebreide theologische bagage heeft en kennis van de klassieke talen, kan geraadpleegd worden wanneer aan deze kennis behoefte is. Hbo’ers hebben hun eigen kwaliteiten. Zodat de kerk een plaats kan zijn waar het goed is voor ieder. Een levende kerk weet zich aan te passen aan de eisen van de tijd.
Berthilde van der Zwaag studeert theologie aan de Vrije Universiteit.
Voor eerdere stukken zie www.trouw.nl/discussie
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.