(Novum) - De Raad van Hoofdcommissarissen wil dat alle korpsen nagaan of zij hun geursorteerproeven met politiehonden volgens de regels uitvoeren. De korpsen krijgen binnenkort per brief het verzoek om hun eigen geursorteerproeven te controleren, zegt Cees den Bakker van de raad. Aanleiding is een onderzoek van de Rijksrecherche naar de geurproeven uitgevoerd door politiehondenbegeleiders van politiekorpsen in Noord- en Oost-Nederland. Daarvan vermoedt het Openbaar Ministerie dat de proeven niet blind werden uitgevoerd.
Bij geurproeven loopt een politiehond langs metalen buisjes waarvan één de geur van de verdachte bevat. Voorafgaand heeft de hond de geur van een gebruikt voorwerp bij het misdrijf, zoals een wapen, opgesnoven. Als hij dezelfde geur op een buisje tegenkomt, blaft de hond. Volgens de regels mag de politieagent die de hond begeleidt niet weten welk staafje de geur van de gedachte bevat. Dit om te voorkomen dat hij de hond door middel van zijn lichaamstaal beïnvloedt en het dier op het staafje met de geur van de verdachte attendeert.
De raad dringt nu aan op landelijke controle omdat het 'de ogen niet wil sluiten voor verdere fouten elders in het land', aldus Den Bakker. "Want waarom zou het alleen in Noord- en Oost-Nederland zijn misgegaan?" Volgens hem zijn de hoofdcommissarissen niet erg bezorgd. De Rijksrecherche zag namelijk eerder geen aanleiding voor strafrechtelijk onderzoek naar andere korpsen. "Maar extra controle past gewoon bij onze professionaliteit."
Inmiddels is het speurhondengeleidersteam uit Noord- en Oost-Nederland opgeheven. De proeven worden tijdelijk overgenomen door andere medewerkers en honden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.