De tanker Probo Koala mag Estland verlaten. In Spanje wil Greenpeace dat de overheid een onderzoek instelt naar een zusterschip, de Probo Emu.
De Probo Koala, gehuurd door olie- en metalenhandelaar Trafigura, is onderdeel van een justitieel onderzoek van zowel de Ivoriaanse autoriteiten als het Nederlandse functioneel parket in Den Haag. Het schip heeft een giftige lading gelost in Abidjan, de economische hoofdstad van Ivoorkust. Het gif wordt in verband gebracht met acht doden en duizenden mensen die zich met ademhalingsproblemen bij ziekenhuizen hebben gemeld. Of er een relatie bestaat tussen het gif en slachtoffers is (nog) niet vastgesteld. Uit een rapportage van de Verenigde Naties blijkt dat geen sectie is verricht op de lichamen van de overleden Ivorianen. In Estland, waar de tanker geruime tijd aan de ketting heeft gelegen, hoopten de Ivoriaanse onderzoekers meer duidelijkheid te krijgen over de aard van het gif en de wijze waarop het is ontstaan. Daar ligt de link met de tanker Probo Emu die voor de kust van Spanje heeft gelegen en nu richting Noorwegen vaart. Al geruime tijd wordt gespeculeerd dat aan boord van de Probo Koala, en mogelijk ook de Probo Emu, uit olieafval een brandbare stof is gemaakt. Dat zou ook verklaren waarom de chemische samenstelling van het afval niet de kenmerken draagt van het olie-watermengsel dat tankers normaal bij afvalverwerkers aanbieden. Dat scheepsafval ontstaat bij het spoelen van de compartimenten van de tankers. Zeer sterke aanwijzingen voor de theorie dat op de schepen van afval brandstof is gemaakt en of dat in opdracht van Trafigura is geschied, zijn er vooralsnog niet. Wel staat in een analyserapport dat onder beheer van de VN is gemaakt, dat de stof die op de stortplaatsen in Abidjan is gevonden een petrochemische stof is die op enkele punten gelijkenis vertoont met benzine. Trafigura heeft tot op heden overigens in alle toonaarden ontkent dat aan boord van de Probo Koala, en nu ook de Probo Emu, een productieproces heeft plaats gevonden. Het openbaar ministerie in Nederland geeft als grond voor het onderzoek overigens wel op dat gekeken wordt ,,naar bedrijfsmatige processen op het schip’’.
En die uitspraak steunt weer de theorie dat aan boord een raffinageproces heeft gevonden. Ook justitie in Estland heeft voeding gegeven aan die theorie. Er zouden aan boord stoffen zijn gevonden die in die richting wijzen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.