*

 

Dorpsdominee is fan van Maria

door Berber Bijma − 11/10/06, 22:48

Het was een eigenaardig tafereel, die zaterdag in Den Bosch: terwijl Christus geheel verlaten midden in de Sint Jan hing, was het een drukte van belang in een zijkapel, gewijd aan Maria. De Friese dorpsdominee Herman F. de Vries voelde weerzin én raakte gefascineerd. Resultaat: een bundel Maria-meditaties, intussen vijfmaal herdrukt, en vertaald in het Engels, Frans, Duits, Fries en Spaans.

Een dorpsdominee uit het Friese Ternaard, van de behoudende soort nog wel, die een boekje maakt met meditaties over Maria en daarin alle katholieke dogma’s een plaats geeft, van de onbevlekte ontvangenis tot en met de tenhemelopneming. Het was even slikken twee jaar geleden, vertelt ds. Herman de Vries (45), vooral voor z’n eigen gemeenteleden in het dorp aan de Waddenkust.

’Dominee de Vries hangt een nieuwe leer aan, hij aanbidt Maria tegenwoordig.’ Met een paar gezinnen was een goed gesprek nodig. Protestanten van wat verder weg die hem niet persoonlijk kenden, vroegen zich af: ’wat voor een dominee moet dat wel niet zijn – die kant moeten we niet op’.

„Ik heb de kerkenraad toestemming gevraagd voor publicatie. Als ik die niet had gekregen, weet ik niet wat ik gedaan zou hebben. Uiteindelijk ben je als dominee in dienst van de gemeente en de kerkenraad, dus je moet niet koste wat het kost je eigen wensen of ideeën willen opdringen. Daar wilde ik mijn gemeente niet mee opzadelen.”

De kerkenraad ging akkoord, volgens De Vries vooral omdat ze zag dat hij dezelfde bleef en op de kansel niet ineens andere dingen verkondigde. „Ik ben een confessionele predikant met een evangelicale inslag, en dat ben ik gebleven. Ik voel me bij veel verschillende groepen thuis, zolang Christus maar centraal staat.” En dat is, zegt De Vries, het geval bij zowel behoudende gereformeerden als bij mensen die een speciale band met Maria hebben. „Het draait nooit om Maria zelf. Zij verwijst altijd naar Christus. Daarom zeggen katholieken ook nooit ’wij aanbidden Maria’. Ze vereren haar, omdat ze de moeder van Gods Zoon was. En daarmee wordt Jezus niet tekortgedaan. Vergelijk het met een vriend die je moeder een compliment geeft. Dan deelt de zoon toch in de eer?” Om de rangorde van Jezus en Maria duidelijk te maken schrijft hij in zijn meditaties Zoon telkens met een hoofdletter en moeder met een kleine letter.

De toestemming van zijn eigen kerkenraad alleen was De Vries niet genoeg. Hij schreef ook een brief naar de top van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) waarin hij ’min of meer’ een akkoord vroeg voor de publicatie van het Maria-boekje. „Ik geloof toch wel in een soort hiërarchie”, verklaart hij. „Bovendien wilde ik ook mijn verlegenheid voorleggen: wat moet ik met deze gedachten?” Bas Plaisier, scriba van de PKN, gaf hem ’alle ruimte’ zegt De Vries. Bovendien stelde de kerkleiding in de antwoordbrief dat de PKN nu eenmaal niet een officiële leer over Maria heeft, en er dus eigenlijk ook niks over kan zeggen.

Diezelfde verlegenheid merkte De Vries ook bij collega-predikanten. Zo gretig als sommige kerkgangers dichtbij en verder weg soms waren met commentaar, zo weinig hoorde hij van collega’s. „Toch hebben er heel wat mijn boekje wel gelezen. Ik kreeg geen theologisch weerwoord, ze reageerden hooguit met: ’dat had ik niet van jou verwacht’.

Van katholieke zijde kreeg hij daarentegen veel reacties, vrijwel allemaal positief. Op zijn studeerkamer staan een paar tijdschrifthouders vol met recensies en brieven die hij kreeg van onder meer kloosterlingen en een enkele bisschop. „Voor veel katholieken was het heel boeiend om de Maria-dogma’s die voor hen zo vanzelfsprekend zijn, nu eens uitgedrukt te zien in de woorden van een protestant. Ik hoorde zelfs van een katholiek: ’nu begrijp ik beter waarom ik Maria zo belangrijk vind’. Het boekje is totnogtoe uitgegeven bij een kleine uitgever in Leeuwarden, die vooral toegang heeft tot kloosters, maar minder tot reguliere boekwinkels. Met een nieuwe uitgave, dit najaar bij Kok in Kampen, hoopt De Vries meer protestantse lezers te krijgen.

Hij hield de afgelopen jaren zo’n veertig lezingen, veel bij protestantse vrouwenverenigingen in zijn eigen omgeving. „Je merkt altijd eerst afstand, verzet. ’O, Maria, wat een gedoe’. Ik probeer mensen voorzichtig mee te nemen zodat ze er aan het eind van de avond meer voor open staan. Ik leg er nadruk op dat Maria een voorbeeld is, niet de verlosser. Wij kunnen van haar leren – zoals ook van sommige andere mensen – om vol te houden tot het eind, ook als het heel moeilijk is.”

Maar in zijn meditaties gaat hij verder, want ook de ’echt’ katholieke dogma’s komen aan de orde en die gaan er bij de vrouwenvereniging uiteraard minder goed in. De Vries zoekt een tussenweg door de dogma’s te vertalen naar het perspectief van de gelovige. In zijn meditatie over Maria’s maagdelijkheid verschijnen zodoende de zinnen: ’God maakt dat wij opnieuw kunnen beginnen. Ook ik word maagd.’ Over de onbevlekte ontvangenis: ’Haar volgend zullen ook onze zonden verdwijnen’. Hij heeft met opzet meer meditatief dan theologisch geschreven, zegt hij. „Dat is de beste manier om een oecumenische brug te slaan.”

Hij heeft al vaker de vraag voorgelegd gekregen of hij nou maar niet katholiek moet worden. Stellig: „Nee. De protestantse traditie is mij dierbaar. Bovendien wil ik me aansluiten bij de geloofsgemeenschap van de plaats waar ik woon, en katholieken heb je hier nu eenmaal nauwelijks.” De Vries wil verder benadrukken dat de leer over Maria slechts een onderdeel is van het katholieke geloof. „Op dát punt heb ik nu wel een brug proberen te slaan, maar er zijn nog genoeg hindernissen over, zoals de opvattingen over het priesterschap en de eucharistie.” Te grote verschillen om katholiek te willen worden. „En soms gaat het me ook gewoon te ver hoor, dat katholieke. Ik was met een bisschopsreis naar Kevelaer, had de hele dag prima mee kunnen maken en voelde me heel verbonden met de katholieken, tot aan het eind van de dag ineens de souvenirtjes ingezegend moesten worden. Iedereen haalde als de wiedeweerga de papiertjes eraf en zette ze klaar voor de wijwaterkwast. Kijk, daar heb ik dan echt níks mee. Als ze dan zo nodig gezegend moeten worden – ik had ook wat dingetjes voor de kinderen gekocht – dan gaat dat ook wel door mijn tas en door de verpakking heen.”

Over die kinderen gesproken: De Vries wil toch wel graag even vermeld hebben dat hij gewoon getrouwd is en vijf jonge kinderen heeft. Na de publicatie van zijn meditaties werd, vertelt hij lachend, hier en daar gesuggereerd dat hij wel een gefrustreerde vrijgezel zou zijn, die bij gebrek aan een vrouw zijn heil maar bij Maria had gezocht.

En zijn eigen moeder? Ach, die is eigenlijk best te spreken over het Maria-boekje, al vermoed hij wel dat ze trotser is op een artikel over de opleving van zijn gemeente in Ter-naard dat hij onlangs voor het Evangelisch Werkverband schreef.

H.F. de Vries: ’Maria, een weg tot Christus’. Vernieuwde uitgave dit najaar bij uitgeverij Kok Kampen; circa €11,50.

mailIcon print |