(Novum) - Het gerechtshof in Arnhem roept advocaat Willem Jan Ausma niet op als getuige in de hoger beroepszaak tegen drie mannen die terechtstaan voor moord, wapenbezit en handel in harddrugs. Dat heeft het hof woensdag besloten in een tussenvonnis.
Het Openbaar Ministerie (OM) vroeg tijdens een eerdere zitting om het horen van de raadsman. Volgens justitie kan Ausma duidelijkheid verschaffen over de vraag of een van de verdachten, de 28-jarige Erçan T. uit Nieuwegein, een wapen bezat. T. ontkende voor het hof ooit in het bezit van een wapen te zijn geweest, maar zou op aanraden van Ausma eerder voor de rechtbank in Utrecht hebben gezegd dat hij wel een vuurwapen had om zich op noodweer te kunnen beroepen. Het OM wilde de raadsman hierover aan de tand voelen, maar het hof acht dat getuigenverhoor niet nodig. Het zou geen toegevoegde waarde hebben voor de strafzaak.
Wel wordt een aantal getuigen gehoord bij de rechter-commissaris. Zij kunnen mogelijk meer vertellen over de rol van de drie verdachten in de zaak. Om diezelfde reden wordt ook een getuige aan de tand gevoeld tijdens de inhoudelijke behandeling op 8 november. Cees Korvinus, de raadsman van de drie verdachten, had om het horen van de getuigen gevraagd.
De drie verdachten, in leeftijd variërend van 21 tot 29 jaar, zijn broers en handelden volgens het OM in cocaïne. De verdachten zouden op 17 september 2004 ruzie hebben gekregen met rivaliserende dealers. Een van mannen zou de 27-jarige Randir Asrai hebben gesommeerd niet meer in hun wijk te dealen. Nadat de twee andere broers bij de ruzie betrokken werden, zou het meningsverschil uit de hand zijn gelopen en werd er op het slachtoffer bij een tramhalte op de Weegbree in IIsselstein geschoten. Asrai, bijgenaamd 'Ganja', overleed kort na het schietincident aan zijn verwondingen. De rechtbank in Utrecht veroordeelde de drie broers vorig jaar november tot tien, veertien en zeventien jaar gevangenisstraf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.