*

 

Zeeschildpadden / De bedreigde schatten van Sint Eustatius

door Jeannette van Ditzhuijzen − 05/09/06, 19:16

De zeeschildpadden in het Caribisch gebied zijn beroemd, maar hun aantal slinkt dramatisch, ook op de Nederlandse Antillen. Daar proberen vrijwilligers elk nieuw nest te beschermen – een hele klus.

Het is aardedonker op Zeelandia Beach, op het eiland Sint-Eustatius. In een rustig tempo lopen onderzoekster dr. Emma Harrison en vrijwilligster Hannah Madden langs de vloedlijn. Harrison coördineert voor het Nationaal Park van Sint-Eustatius, het zeeschildpaddenonderzoek op het eiland. Het gezelschap speurt naar een leggende driekiel (Dermochelys coriacea), een zeeschildpad met een schild van wel twee meter. De kans is groot dat het dier zich vannacht vertoont, denkt Harrison. De driekiel legt om de negen tot elf dagen haar eieren. En precies tien dagen geleden kwam er een vrouwtje aan land.

Het is lastig om in het donker iets te onderscheiden, zelfs al gaat het om een schildpad van twee meter. In de verte branden de lichtjes van de eilanden Sint-Maarten en en St. Barths. Juist de Nederlandse Antillen zijn favoriet bij zeeschildpadden. En dan met name het strand Zeelandia op Sint-Eustatius. In 2005 groeven drie soorten schildpadden er 26 van de 28 nesten.

Helaas, het gaat niet goed met de zeeschildpadden. Op alle Caribische eilanden neemt hun aantal af. Half augustus maakte het Amerikaanse Scripps Instituut voor Oceanografie (SIO) bekend dat de achteruitgang van zeeschildpadden in het Caribisch gebied veel dramatischer is dan werd aangenomen. Uit historisch onderzoek van het SIO blijkt dat van de naar schatting 91 miljoen groene schildpadden (Chelonia mydas) uit de 17de eeuw, er nog maar 300.000 over zijn. De karetschildpad (Eretmochelys imbricata) liep terug van 11 miljoen tot minder dan 30.000 exemplaren.

Oorzaak? Het verdwijnen van nestplekken. Als gevolg van de jacht op zeeschildpadden en bebouwing van de kustlijn, is in het Caribisch gebied al twintig procent van de nestplekken verloren gegaan. En zonder adequate bescherming staat de helft van de overgebleven legstranden op de nominatie om de functie van kraamkamer eveneens te verliezen.

Bescherming van het strand zoals op Sint-Eustatius is dus belangrijk. Ook al omdat zeeschildpadden voor de leg altijd terugkeren naar de plek waar ze zelf uit het ei zijn gekropen. Als er vanwege kustbebouwing –hotels!– te veel licht brandt, raken de jonge schildpadjes gedesoriënteerd. Ze lopen dan niet de zee in, nadat ze uit het nest zijn gekomen, maar het land op. Een probleem dat Sint-Eustatius overigens (nog) niet kent.

Daarom loopt onderzoekster Emma Harrison in het donker op het strand van Sint-Eustatius, samen met de vrijwilligers. Stenapa, de organisatie van Nationaal Park, patrouilleert tijdens het legseizoen (maart tot oktober) elke nacht, in de hoop een schildpad aan land te zien komen. Mocht een schildpad haar eieren te dicht bij de vloedlijn leggen, dan wordt het nest verplaatst. Op die manier hebben de eieren nog enige kans om uit te komen.

Harrison werkt samen met Widecast, een organisatie die in de Cariben de zeeschildpad probeert te beschermen. Volgens een vaste procedure registreert ze welke schildpadden leggen, en hoe vaak. Daarvoor voorziet ze elk dier na de leg van twee merkjes met een identificatienummer. Enkele schildpadden krijgen bovendien een zender, waardoor precies bekend is waar ze zich na vertrek van Zeelandia bevinden.

Harrison probeert ook in kaart te brengen hoe de zeeschildpaddenstand op Sint-Eustatius vroeger is geweest. Getallen heeft ze niet, maar uit gesprekken met oudere Statianen blijkt dat het er beslist meer moeten zijn geweest dan nu. Zo werd er volop gejaagd, zowel vanwege het vlees als de eieren. In het toeristenbureau hangt een grote foto uit 1932 van een enorme driekiel op zijn kop, met daaromheen trotse Statianen. Het dier werd geslacht voor het aan leggen toekwam, en op een ezelkar naar Oranjestad gebracht. In de schildpad werden 200 eieren gevonden.

Direct resultaat verwacht Harrison niet van haar inspanningen om zoveel mogelijk legsels te behouden. „Het duurt wel twaalf tot vijftien jaar voor schildpadden geslachtsrijp zijn. Een groene schildpad doet er zelfs twintig tot vijfentwintig jaar over. Voordat we een eventuele toename van zeeschildpadden zien, zijn we wel een generatie verder.” Bescherming is ook belangrijk vanwege de genetische diversiteit, vervolgt ze. Er zouden namelijk wel eens genetische verschillen kunnen bestaan tussen de schildpadden van de verschillende eilanden. „Dus als de kleine populatie van Sint-Eustatius uitsterft –die misschien net een ander gen heeft dan de andere Caribische schildpadden– dan verlies je die genetische diversiteit.”

Maar er is meer. Het SIO meldt dat het afnemen van de zeeschildpaddenpopulaties gevolgen heeft voor het overige leven in de Caribische Zee. Groene zeeschildpadden eten bijvoorbeeld zeegrassen. Als dat ophoudt, krijgt één soort zeegras de overhand en verdwijnen de andere soorten. Dat heeft weer gevolgen voor de rifvissen, voedsel voor de eilandbewoners.

Paul Hoetjes, van het Antilliaanse departement van natuur en milieu, wil dat de handel in zeeschildpadden verboden blijft. Het verbod staat onder druk. In Den Haag vergadert volgend jaar de organisatie Cites, die de handel reguleert in met uitsterven bedreigde dier- en plantensoorten. De karetschildpad staat nog op Lijst I (handel onder geen enkele voorwaarde toegestaan), maar in Den Haag zullen sommigen voorstellen om het verbod deels op te heffen. Zodat er weer schildpadkammen kunnen worden verkocht.

Hoetjes: „Dan is het hek van de dam en zal men overal in het Caribisch gebied uitzonderingen willen maken. Wat zeg je tegen vissers op Bonaire, die van oudsher schildpadden vingen totdat dit verboden werd, als op een ander eiland wel beperkte vangst wordt toegestaan?” Hoetjes vindt uitzonderingen hooguit te overwegen als de aantallen weer sterk toenemen. „Maar uit dit onderzoek van SIO blijkt duidelijk dat er totaal geen sprake is van herstel van de schildpaddenpopulaties. Ze hebben nog steeds volledige bescherming nodig.”

Tegen zandafgraving bijvoorbeeld, de grootste bedreiging op Sint-Eustatius. Vroeger reed men met enorme bulldozers over het Zeelandia- strand. De ondergrondse nesten werden vernield, de kustbegroeiing verdween. Bij een flinke regenbui stroomt het water nu met geweld over het strand en komen de nesten onder water te staan. Emma Harrison vertelt dat er ondanks een verbod uit 2001 nog steeds zand wordt afgegraven. „Weliswaar op kleinere schaal en met kleinere trucks. De schuldigen zijn meestal al weg tegen de tijd dat de politie arriveert.”

Net op dat moment vraagt een van de vrijwilligers zich hardop af of ze een walvis ziet. Harrison helpt haar uit de droom: het is het licht dat op het schild van een driekiel reflecteert. Op vrijwel dezelfde plek als de vorige keren dit seizoen, kruipt het logge dier moeizaam het steile strand op. Terwijl ze met haar achterflippers een perfecte, smalle kuil graaft, worden diverse Statianen via de radio opgepiept. Zo gewoon is een leggende schildpad nu ook weer niet op het eiland. Een uur later liggen er zo’n 80 tot 90 biljartbalgrote eieren. Van de jonkies zullen er misschien één of twee volwassen worden. Als ze niet in netten verstrikt raken, plastic zakken aanzien voor kwallen, of een tik van een scheepsschroef krijgen. Of van de Cites-lijst worden geschrapt.

mailIcon print |