De overheid moet moslimjongeren andere geloofsbronnen aanreiken dan de orthodoxe die zij nu op internet vinden. Dat betekent dat niet meer strikt moet worden vastgehouden aan de scheiding tussen kerk en staat.
Dat zegt politicoloog Frank Buijs van de Universiteit van Amsterdam. Gisteren publiceerde hij het onderzoek ’Strijders van eigen bodem’. In opdracht van minister Verdonk (integratie) bracht hij de politieke oriĆ«ntatie van democratische en salafistische moslimjongeren in kaart.
De laatsten staan terugkeer naar de zuivere islam voor en kent een vleugel die geweld niet schuwt, de jihadi-salafisten. Om te voorkomen dat jongeren vooral hun heil zoeken op internet, waar (jihadi) salafistische bronnen dominant zijn, zou de overheid zelf alternatieven onder de aandacht moeten brengen.
Buijs: „Het argument dat de overheid zich niet met religie mag bezighouden, is achterhaald. De scheiding tussen kerk en staat dateert uit een tijd dat de kerk machtig was en haar invloed beperkt moest worden. Zodoende is seculariteit een vaststaand principe geworden. Maar dat is nu niet meer erg doordacht.”
De politicoloog beseft dat de overheid omzichtig te werk moet gaan. Zo is het volgens hem ondenkbaar dat er overheidssites met islamitische bronnen komen. „Maar je moet wel iets doen om een meer pluriform aanbod te creĆ«ren. Dan zeg ik: hup overheid, doe het dan maar indirect, bijvoorbeeld door andere partijen te stimuleren bij het maken van websites, het oprichten van universiteiten met een open klimaat of het financieren van zomerscholen voor moslimjongeren.”
Buijs vindt wel dat er ruimte moet zijn voor alle niet-extremistische stromingen. Dus ook voor orthodoxe salafisten, die geweld afzweren en zich houden aan de wet, maar tegelijkertijd een terugkeer naar de ’zuivere’ islam voorstaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.