*

 

Bouw een hedendaagse idylle, met bakstenen en dakpannen van de sloop.

door Wybo Algra − 14/06/06, 21:00

De zon schijnt uitbundig, het is stil. Zwaar loofgroen omzoomt slingerende weggetjes met kinderhoofdjes. Achter de hagen staan Engelse cottages en huizen in Kempische stijl. Hier, op de Betuwe bij Zetten, verrijst een woonwijk die nog het meest associaties oproept met BBC-programma’s over ’the perfect village’.

Maar in tegenstelling tot die schilderachtige Britse dorpen, zijn deze huizen pas de afgelopen paar jaar gebouwd. De nieuwigheid is is er nog een beetje aan af te zien, voor wie goed kijkt. „Ik hoop dat mensen zich over een tijdje gaan afvragen hoe lang dit er staat”, zegt initiatiefnemer Kees Pouwer.

Laat een Nederlander bouwen wat ’ie zelf het mooiste vindt, en de kans is groot dat hij aankomt met iets geruststellend landelijks, liefst een rustieke boerderette, of anders een notarisachtig huis in jaren dertig-stijl. Imitaties die er meestal flink naast zitten, vaak rechtstreeks uit de catalogus geplukt en met een Lego-achtige uitstraling. Slechts hier en daar is een positieve uitzondering te zien. Zo zagen verbijsterde Amsterdammers het afgelopen jaar tussen de designvilla’s in nieuwbouwwijk IJburg een heuse dijkwoning verrijzen – een wonderlijke verschijning tussen de bouwkranen en het zand, maar onmiskenbaar met aandacht ontworpen en gebouwd.

Dat geldt ook, of je er nu van houdt of niet, voor de authentiek ogende huizen die Pouwer aan de Linge bij Zetten bouwt. Die zijn de nep-boerderij ontegenzeggelijk voorbij. Pouwers recept: bakstenen en dakpannen van de sloop, en verder louter ambachtelijk gemaakte materialen. Geen kunststof, wel mooie natuurstenen lateien boven de ramen en deuren. „Detail, detail, detail”, hamert Pouwer. Soms wordt dat uitgangspunt wel heel ver doorgevoerd: een van de huizen beschikt al sinds de bouwtekeningen over een dichtgemetseld raam.

Sinds 2001 bouwt Pouwer hier vier of vijf huizen per jaar, voor elke koper precies op maat, en elke keer weer houdt hij de bouw vanaf het prilste stadium scherp in de gaten. „Als je mensen hun gang laat gaan, willen ze koperen goten en zuilen voor de voordeuren”, zegt hij. De voortuinen worden door een tuinarchitect bedacht en voor de kopers aangelegd en onderhouden. Voorbij het tuinhek mogen ze doen wat ze willen. Achter een van die houten hekjes is nog net een pad van betonklinkers te zien: een doorn in Pouwers oog. „We leggen tegenwoordig ook de tuinpaden aan, met gebakken klinkers.”

De zeven hectare grond waar de woonwijk in aanbouw verrijst, had hij al jaren in zijn bezit. Daar stonden Franse zoogkoeien op, en Engelse schapen. Twaalf jaar kostten de procedures hem om hier te mogen bouwen. Wat het moest worden, wist hij allang. „Mijn grootouders hadden een boerderij uit 1641. Die stijl zocht ik.” In België deed hij zijn verdere inspiratie op. Daar wordt, zegt hij, veel lelijks gebouwd – maar ook veel prachtigs. „Ik wilde een bouwstijl die de sleet der jaren heeft doorstaan. Mensen vinden deze huizen al eeuwenlang mooi, dus waarom zou je zo niet meer bouwen?”

De wijk bij Zetten telt uiteindelijk, over een jaar of vijf, rond de vijftig huizen. In de Haagse nieuwbouwwijk Vroondaal gaat Pouwer zeven huizen neerzetten, met andere gemeenten is hij in overleg over kleine projecten. Er komt in Zetten regelmatig een bus met gemeentebestuurders voorrijden.

De Britse kroonprins Charles heeft ook zo zijn ideeën over hedendaagse woningbouw. Hij bouwt een heus modeldorp, onbeschaamd traditioneel van architectuur met huizen in Georgian en Victoriaanse stijl, tegen de historische Engelse stad Dorchester aan. Daar is hij nu ruim tien jaar mee bezig. Over nog eens vijftien jaar moet Poundbury meer dan 2200 huur- en koopwoningen tellen.

De ietwat excentrieke troonopvolger haalde recent de Britse pers na een bezoek aan Roemenië. Daar zag hij een gigantische oven naar middeleeuws model, geschikt voor 5000 bakstenen en 12.000 tegels of dakpannen die door het langzame bakproces op houtvuur een uniek, traditioneel uiterlijk krijgen. Naar verluidt besloot Charles ter plekke zo’n oven vanuit het diepst van Transylvanië naar Poundbury te halen, inclusief de bijbehorende, door een ploegpaard aangedreven kleimixer.

Het sprookjesdorp met zijn kronkelige steegjes en straatjes, binnenpleinen en winkels en bedrijfjes met knusse namen als The Stitching House, The Dolls House en Dorchester Chocolates, is opgetrokken uit streekeigen en deels gerecyclede materialen. Maar de bouwers zijn daarnaast verplicht de laatste snufjes voor isolatie en energiebesparing toe te passen. De bewoners hebben ook digitale televisie, om te voorkomen dat ze lelijke witte schotels aan de lieflijke gevels hangen.

Poundbury heeft voorstanders – onder meer vice-premier John Prescott is een warm pleitbezorger van het dorp, dat hij ’uiterst belangrijk voor de stedelijke ontwikkeling in Engeland’ noemt. De inwoners zijn dik tevreden en op Charles’ eigen website staan wervende citaten: ’Ik kwam naar Poundbury als scepticus, ik ging weg als bekeerde’. En critici zijn er ook. Poundbury, sneerde architectuurcriticus Jonathan Glancey van de Guardian, trekt mensen aan die willen wonen in suikerzoete cottages in een tot leven gewekte Quality Street. Als Poundbury een hond was, denkt Glancey, dan zou het een al wat oudere, te veel in de watten gelegde labrador zijn.

Kees Pouwer doet er naar eigen zeggen alles aan om een tuttig Anton Pieck-sfeertje te voorkomen: eenvoudige architectuur, zo min mogelijk frutsels. Vraag blijft wel wat een traditionele Vlaamse of Kempische woning doet in de Betuwe. Pouwer: „Eind 16de eeuw stonden aan de Amsterdamse grachten 105 koopmanshuizen, waarvan negentig waren gebouwd door Vlaamse kooplieden. De verwevenheid in architectuur is er al eeuwenlang.” Toch zijn architecten niet altijd van zijn werk gecharmeerd. „Er kloppen veel particulieren bij me aan die elders in het land zo’n huis willen. Maar dat ketst af op de architecten in de plaatselijke welstandscommissies. Die vinden dit maar niks.”

mailIcon print |