Vrouwenuniversiteit Al Ahfad in Soedan hoort bij de beste van het land. Door het islamitisch bewind met zachte hand te benaderen, kan Al Ahfad groeien. De 5000 studentes voelen zich nergens zo vrij als hier.
Bij de ingang van het universiteitsterrein zitten jonge vrouwen op de stoeprand, achter hen een berg koffers en tassen. Samen met hun begeleiders gaan ze een week in een dorp wonen om daar hun kennis over te dragen aan de gewone Soedanezen. „Het is een verplichte cursus”, verklaart dr. Balghis Badri, antropologe. Zij is al sinds 1974 verbonden aan vrouwenuniversiteit Al Ahfad in Omdurman, een stad die is vastgegroeid aan de miljoenenhoofdstad Khartoem. „Aanvankelijk zagen ouders en studentes de werkweek niet zitten, maar inmiddels zien ze het nut er wel van in.”
De Soedanese dictatuur heeft diverse universiteiten herhaaldelijk tot sluiting gedwongen. Hoe kan het dat Al Ahfad daaraan ontsnapt, en toch cursussen over vrouwenstudies, vredesprocessen en goed bestuur kan geven? „Wij houden ons op de achtergrond. Soms doet het regime moeilijk, soms laten ze de teugels vieren. Wij volgen die beweging. Maar altijd doceren wij mensenrechten.”
Natuurlijk zien de machthebbers Al Ahfad als bedreiging, maar tegelijkertijd sturen velen aan de top hun kinderen er naartoe. „Vanwege de goede kwaliteit van het onderwijs en de continuïteit hier. Wij gebruiken al die connecties en netwerken veel, zonder oppositie te voeren”, legt Badri uit, terwijl de ventilator aan het plafond van haar werkkamer rammelt en buiten moskeegezang klinkt. Het bewind ziet demonstraties en stakingen als politiek, de omzeilende weg van Al Ahfad is tot nu toe acceptabel.
Voor de psychologiefaculteit zitten drie vriendinnen te giebelen. Ze zijn alledrie 23 jaar en praten net als de andere studentes graag met buitenlanders om hun Engels te oefenen, dat overigens uitstekend is. Waarom ze hier studeren? „Het is een beroemde universiteit met goede docenten”, antwoordt Iman Hassan, „bovendien wordt hier in het Engels onderwezen.” „Dat is de taal van de wereld. Je kunt in het Engels veel goede boeken vinden plus verwijzingen op internet”, vult Hannadri Ibrahim aan. Iman deed het in haar eerste jaar zo goed dat ze een beurs verwierf. Inmiddels is ze klaar met haar studie voedings- en gezondheidswetenschap, maar bij sollicitaties is ze al vaker afgewezen om haar gebrek aan ervaring. „Daarom geef ik nu als vrijwilliger les op een middelbare school.”
Ze komt nog vaak op Al Ahfad, waar de sfeer voor islamitische vrouwen ongekend vrij en vrolijk is. „Of je een hoofddoek draagt, of een lange broek, of je je onderarmen bloot laat, mag je hier zelf beslissen. Dat kan elders niet”, zegt Nahla Abdulla, die in de weer is met haar verlengde handschoenen, een paar in het wit en een paar in het zwart. Voor warm weer en voor heet weer. „Zonder jongens kunnen we doen wat we willen, kinderachtig doen, lachen, vrij zijn.”
Iman speelt fluit en saxofoon, haar vriendin doet aan taekwondo. „De eenheid die talenten ontwikkelt organiseert competities tussen faculteiten op gebied van sport en drama.” Op de jaarlijkse vrouwenweek zijn er ook poëzie- en muziekwedstrijden. Eigen werk krijgt extra punten.
Maar er wordt niet alleen gesport en gelachen aan deze vrouwenuniversiteit. Verder op het terrein gooit een jonge vrouw na een korte introductie spontaan haar zorg op tafel: Zij is aan haar laatste jaar bezig, en is daarna officieel arts. „Een dokter wordt hier gezien als god. Die verantwoording - als er nou een ziek kind bij me komt, zal ik dan wel de goede beslissing nemen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.