*

 

Probleemwijken / Ambassadeur van Slotervaart

Edo Sturm − 02/02/06, 20:23

Slotervaart een probleemwijk? Jawel, zegt Mourad Taimounti (25) CDA-raadslid in de deelraad, rijzende ster in de Amsterdamse politiek en nooit moe zijn wijk te verdedigen. Maar er is ook een andere kant, zegt hij. De benarde positie van Marokkaanse jongens maakt ook dat steeds meer jongeren zich willen inzetten voor hun lotgenoten.

Wie het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart bekijkt door de ogen van Mourad Taimounti (25) ziet geen getto, geen probleemwijk, geen grotestadsproblematiek. Door de bril van Taimounti is Slotervaart een dorp, zíjn dorp welteverstaan waar hij iedereen en elke straathoek kent. Hij zou nergens anders willen wonen. ,,Nee echt niet. Als ik hier uit de metro stap, slaak ik een zucht van verlichting.”

Het jonge CDA-deelraadslid moet het gesprek vaak onderbreken om mensen te groeten. Hij zwaait enthousiast naar vier Marokkaanse jongens die in een klein rood autootje geperst zitten –die lachen terug. Hij pakt oudere buurtbewoners bij wijze van begroeting bij de arm vast en wisselt een paar woorden met hen; hij geeft de eigenaar van het Marokkaanse eethuisje een hand. En hij praat, honderduit. Taimounti, onberispelijk gekleed in stropdas, jasje, modieuze spijkerbroek en een gelikt sikje, praat de hele dag. Hij is de ambassadeur van Slotervaart, voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor de sfeer, en heeft altijd energie om zijn wijk te verdedigen.

En dat is nodig, want Slotervaart heeft een slechte naam. Lange straten met eentonige naoorloogse flatblokken –bijnaam: schotelcity, 45000 bewoners. Het stadsdeel maakt onderdeel uit van de Westelijke Tuinsteden dat na de oorlog de krap behuisde Amsterdammers uit de 19de-eeuwse binnenstad ruimte en groen moest bieden. Maar die trokken de stad uit en arme allochtone gezinnen maken nu bijna de helft van de bevolking in de portiekflats uit.

Vooral de Marokkaanse jongens uit het stadsdeel zijn op drift: veel zijn werkeloos, ongeschoold en het stadsdeel lijkt een voedingsbodem voor radicalisering: Mohammed B., Ismaël A. en Samir A. groeiden er op. Vlak om de hoek van Taimounti’s ouderlijk huis, bij het Staalmanplein, is een criminele jeugdbende gesignaleerd. Het stadsdeel maakt zich ongerust: jongetjes van acht, negen jaar kiezen onder invloed van deze criminele leiders het verkeerde pad.

En dan waren er de rellen. In 1998 stonden honderden jongens tegenover de politie en onlangs trok er een groep jongens boos door de buurt. Burgemeester Cohen waarschuwde mede naar aanleiding van dit incident dat er maar weinig nodig was om de vlam in de pan te doen slaan. Parijs, zo zei Cohen, heeft ook in Amsterdam zijn naweeën.

Maar nu het Slotervaart van Taimounti. We beginnen bij hem thuis, aan de rand van Slotervaart vlakbij het de metrohalte Sneevlietweg. De ontvangst in de bescheiden bungalow van de familie Taimounti, die aan een ooit moderne maar nu hopeloos verouderde flat geplakt zit, is warm. Taimounti heeft vier zussen, allemaal even eigenwijs, als we de oudste broer moeten geloven. De jongste van zes maakt een praatje in het halletje. Daar domineert een zilverkleurige kampioensbeker van een halve meter hoog de ruimte: ’vrijwilliger 2003’ staat erop. Die kreeg vader Taimounti van het stadsbestuur voor zijn inzet voor de buurt. Hij organiseert onder andere taal- en zwemlessen. Moeder Taimounti serveert zoete thee in de zitkamer en wijdt zich dan weer aan haar eigen vrouwelijke bezoek, want alle Taimountis zijn betrokken buurtbewoners.

Als we opstaan om te vertrekken, spreidt vVader Taimounti –die halverwege ook aangeschoven is– rolt een rood kleedje uit op de grond om te bidden. ,,Hopelijk gaat u dat niet gebruiken voor het stuk. Dat schept meteen weer zo’n beeld”, zegt vader Taimounti die door de prijs die hij won al enige media-ervaring heeft. Ja, hij is vroom en een trouwe moskeeganger; maar hij is niet achterlijk.

Gezien door de ogen van Mourad Taimounti is er nuance. Hij wijst op speelsere nieuwbouwblokken die her en der verrijzen en die de koopkrachtiger bewoners moet trekken of overhalen om te blijven. En waarom ook niet? De buitenwijk ligt vlakbij de snelweg, metrolijn en zelfs een treinstation. Met een beetje beter imago zou het een prachtige vestigingsplaats zijn voor grote bedrijven. Of kijk naar de brede school in aanbouwbij hem om de hoek, waar kinderen en hun ouders binnenkort van ’s ochtends vroeg tot s avonds laat terecht kunnen. Stadsvernieuwing is hier in volle gang.

Taimounti zet zich in de deelraad vooral in voor de belangen van jongeren. In 1998 stond de buitenwijk in één klap midden in de schijnwerpers. Honderden jongeren kwamen in opstand tegen de politie nadat een van hen gearresteerd was door een wijkagent die slecht lag. Ze voelden zich opgejaagd en gediscrimineerd. Ook Taimounti was erbij, hij was toen zeventien. Amsterdam schrok op: boze Marokkaanse jongens, en zo veel! Wat was er aan de hand in de buitenwijken?

,,Ik ging na mijn werk bij een supermarkt kijken. Het zag hier zwart van de jongeren”, wijst hij over het brede kruispunt vlakbij het August Allebéplein. ,,Ze stonden met z’n allen tegenover de politie aan de overkant van de straat.” Veel is er niet gebeurd toen, wat vernielingen, een paar straten die door de oploop urenlang geblokkeerd werden., en veel zenuwachtige politiemensen die voor de zekerheid een peloton ME’ers hadden laten aanrukken. Maar als de jongeren bedoeld hadden om de aandacht op zich te vestigen, is dat goed gelukt.

Sindsdien is er veel veranderd in de wijk, ziet Taimounti. Politie, welzijnswerkers, buurtbewoners hebben de handen ineen geslagen. De Marokkaanse buurtvaders stonden op: iedere avond houden zij de wacht. Dat idee is inmiddels overal in het land gekopieerd. Het August Allebéplein is opgeknapt. Waar eerst een bioscoop stond verrees een gloednieuw politiebureau.

Onlangs leek het echter weer raak: ’rellen in Slotervaart’. Cohen riep zelfs alle stadsdeelvoorzitters bij elkaar voor spoedoverleg over ontsporende jeugd. Taimounti: ,,Er waren helemaal geen rellen. Er was een groep jongens die bij het politiebureau stond. Die zaten vol emoties omdat een kwartier eerder een vriend zich met zijn scooter had doodgereden en het gerucht ging dat hij werd achtervolgd werd door een agent. Jongerenwerkers hebben ze gekalmeerd. Vervolgens zijn er twee geweest die een steen door de ruit gooiden, dat was het. Het is binnen no time goed opgepakt.”

En dat is de winst van alle inspanningen die er sinds 1998 zijn gedaan, niet in de laatste plaats door Taimounti zelf. Vier jaar geleden kwam hij met voorkeursstemmen in de stadsdeelraad voor het CDA. Hij voelt zich aangesproken door het religieuze karakter van die partij, maar vooral had hij bewondering voor de wethouder welzijn Harro Hoogerwerf van het CDA. ,,Ik vind dat hij goed met jongeren en hun problemen omgaat.”

Taimounti, die havo heeft gedaan en een niet-voltooide opleiding journalistiek, heeft een dagtaak aan het raadslidmaatschap. Alle bijeenkomsten loopt hij af, openingen van jongerencentra, supermarkten, hij mist geen vergadering.

Maar vooral laat hij zich zien in de buurt. Taimounti wijst waar hij is opgegroeid voor het gezin naar de bungalow verhuisde, op vier hoog in een laagbouwflat. Zijn vrije tijd sleet hij op het voetbalveldje erachter: hij is er als stadsdeelraadslid voor verantwoordelijk dat er nu een kooi omheen is gebouwd zodat de kinderen nu de bal niet steeds in de bosjes hoeven te zoeken.

Hij stapt binnen bij wijkagent Ron Wessels die op het Staalmanplein spreekuur houdt. De agent is in gesprek met een bewoner die klaagt over het lawaai van de motor van een buurman, die altijd pal in zijn portiek parkeert. Hij behoort tot de groep tuinstadbewoners van het eerste uur. Veertig jaar woont hij al in de wijk. ,,Vroeger durfde ik zo’n lawaaimaker iemand nog wel zelf aan te spreken, maar nu niet meer. Het is de leeftijd, hè”, zegt de man. Wessels belooft binnenkort een bekeuring uit te schrijven.

De bevolkingssamenstelling is in rap tempo veranderd. Toen Taimounti zelf nog op school zat, was de basisschool een redelijk witte school. Hij had Nederlandse vriendjes bij wie hij ook thuis kwam. ,,Ik weet nog dat ik tien was en bij een jongetje thuis was. Om half zes zei die moeder dat ik weg moest omdat ze gingen eten. Ik was stomverbaasd! Bij mij thuis is het gewoon dat iedereen aanschuift. Mijn moeder heeft altijd extra eten. Ik heb het later uitgezocht: zo is dat in elke cultuur behalve de Nederlandse.”

Inmiddels groeit er een generatie jongeren op onder hem, die op zwarte scholen zit en nauwelijks nog met Nederlanders in aanraking komt. ,,Als je jong bent heb je daar geen erg in, vriendjes zijn vriendjes en je speelt allemaal met elkaar. Maar als je die stap naar volwassenheid worden gaat maken, zo rond je zeventiende, krijg je ineens door dat het allemaal niet zo makkelijk gaat. Dan realiseer je je dat je aansluiting mist.”

,,De Marokkaanse jongens hier hebben het tij tegen. Hun ouders zijn vaak laag opgeleid en arm. Ze kunnen geen stageplaats vinden, geen baan, ze zijn constant het mikpunt van kritiek. Sommige jongens kunnen daar niet tegen en gaan zich misdragen of worden crimineel.” Taimounti zegt zoals het een CDA’er betaamt: die jongens die echt niet willen deugen moet je hard aanpakken en niet zomaar loslaten als ze terug komen uit een internaat of jeugdgevangenis. Ook al gaat het om jongens die hij al zijn hele leven kent. Hij weet precies wie er crimineel is. ,,Van de meisjes hoor je weinig. Die maken hun opleiding af. Ze worden ook meer beschermd opgevoed.''

Nog steeds voetbalt hij ’s middags op het speelpleintje voor zijn huis met jongetjes uit de buurt. Ook de leden van de ’Hofstadgroep’ die nu voor de rechter staan – leeftijdgenoten – kende hij van gezicht. ,,Ze waren als kinderen geen groep, dat weet ik wel. Het contact moet later gekomen zijn. Of het terroristen zijn, valt nog te bezien. Hun uitleg van de Koran is voor mij onbegrijpelijk.”

Maar er zijn er ook die extra hard werken om iets te bereiken, de slimme jongens en meisjes die havo of vwo afmaken en zich inzetten. Dat weet Taimounti, want hij kent ze. En dat er ouders zijn die betrokken zijn bij hun kinderen, toont zijn eigen familie aan.

Maar dan nog: de maatschappij verhardt. Moslims zitten in het verdomhoekje. Dat merkte ook zijn oudste zus. Zij had met succes stage gelopen op haar voormalige middelbare school als docente Frans. Toen ze echter solliciteerde op een vacature werd ze niet aangenomen. Taimounti: ,,Ze is op haar twintigste een hoofddoekje gaan dragen. Echt niet helemaal bedekt, maar heel modieus, het staat haar leuk. Maar we hoorden via andere docenten dat dat de reden was om haar niet aan te nemen.” Nu geeft ze les op de Islamitische middelbare school in Slotervaart, de enige in Amsterdam. ,,Ze heeft het naar haar zin. Maar haar eerste keuze was toch een openbare school.”

De benarde positie van Marokkaanse jongens heeft ook een positief effect: steeds meer jongeren zetten zich in voor hun lotgenoten. ,,De jongerenwerkers in deze buurt zijn echte helden. Ze doen het zo ontzettend goed.” Om dat te illustreren, laat Taimounti het pas geopende jongerencentrum zien in de kelder onder een school. Iedere avond kunnen jongens daar terecht. Meisjes komen op een andere avond, dat is nu eenmaal gescheiden, zegt Taimounti. Oprichter Youssef Chraqi is negentien, doet dit jaar vwo-examen en regelde zelf subsidie voor ’the basement’. Aan hem de taak om de pubers uit de buurt, allemaal Marokkaans, bezig te houden. Dat valt niet altijd mee. Met hun grote jassen en stuurse blikken staan ze te tafeltennissen of hangen op de banken. Taimounti geeft ze allemaal een hand, maakt grapjes en een praatje. Hij sust wanneer een van de jongens ontstemd reageert op de komst van journalisten.

Vanavond zouden ze een film kijken. Maar de dvd is gejat. Chraqi en een andere jongerenwerker klappen abrupt de tafeltennistafels in. De ongeveer veertig jongens gaan gedwee naar buiten. Met weinig woorden laat Chraqi weten: als er gejat wordt, dan ook geen gezelligheid. Hij baalt zichtbaar. De jongens duiken diep in hun kragen en lopen in kleine groepjes de verlaten vriesnacht in.

mailIcon print |