*

 

Deventer moordzaak / Twee keer flutbewijs en grote schade

Edo Sturm − 02/02/06, 20:08

De schade die de blunders in de Deventer-moordzaak aan de veroordeelde én in het vertrouwen aan de rechtsstaat heeft toegebracht, is niet te overzien.

Nu in de Deventer moordzaak de bom is gebarsten, zou je kunnen denken dat het erom gaat dat een nieuwe verdachte is gevonden van de moord op de weduwe Wittenberg en dat, als die maar met succes wordt vervolgd, de veroordeelde mr Ernest Louwes vrij kan komen. Neen dus. Het is geen kwestie van stuivertje verwisselen. Het gaat erom of door een ’nieuw feit’ kan worden aangetoond dat destijds het bewijs tegen Louwes onvoldoende is geweest om hem te veroordelen.

Tegen Louwes zijn twee strafprocedures gevoerd. In de eerste ging het om het mes waarvan de politie had aangenomen dat het het moordwapen was geweest. Dat mes was ver van het huis van de weduwe in het centrum van Deventer gevonden en een kersverse politiehond had daarop de geur van Louwes ’waargenomen.’

Het bevreemdt al zeer dat de geurproef ooit is afgenomen. Want op de blouse van mevrouw bevindt zich een bloedvlek in de vorm van een heel ander mes: met een kromme punt, een veel korter lemmet en puntjes op het heft. Eén blik op de blouse leert dat het gevonden mes niet kan kloppen: langer, met een rechte bovenkant van het lemmet.

De rechtbank in Zwolle sprak Louwes vrij, maar het Hof in Arnhem veroordeelde hem tot twaalf jaar zonder in de uitspraak het verweer van Louwes’ advocate te weerleggen, of zelfs maar te vermelden dat het mes van de geurproef, met het rechte lemmet nooit het moordwapen had kunnen zijn. De Hoge Raad bevestigde die uitspraak, want die oordeelt alleen over het recht, niet over de feiten.

Strafadvocaat professor Knoops wist te bereiken dat de Hoge Raad een nieuwe procedure beval. Die wees daarvoor het Hof in Den Bosch aan. Daar overviel het OM de verdediging met het ’bewijs’ dat er DNA van Louwes op de blouse van de weduwe was aangetroffen. Maar ten eerste is dat is helemaal geen bewijs. Want Louwes had die ochtend een zakelijk bezoekje aan mevrouw gebracht en vreselijk geniesd. Het is niet gezegd dat er bij het plegen van een moord wél DNA van de dader op het slachtoffer neerregent en bij een niesbui van een bezoeker niet. Het kan ook andersom zijn, dat er wél DNA van een onschuldige bezoeker op vast te stellen is en níet van de dader. De onafhankelijke DNA-deskundige, professor Peter de Knijff, vond het bewijs dan ook niet geleverd.

Nog kwalijker is dat het DNA van Louwes louter en alleen te vinden is in een bloedvlekje achter op de kraag en in vijf rose vlekjes op het voorpand van de blouse. Al die vlekjes, die duidelijk met het blote oog waarneembaar zijn, zijn niet zichtbaar op foto’s van de blouse die in 1999 en later zijn genomen. De blouse kwam voor het onderzoek in 2004 te voorschijn uit een niet afgesloten zolder van een politiegarage, uit een papieren zak waarin zich ook kleding van Louwes bevond. DNA verspreidt zich zo niet.

Niettemin kan een kledingstuk van een slachtoffer waar zo slordig mee omgesprongen is, moeilijk nog worden gebruikt voor DNA-bewijs. Het is bovendien niet uitgesloten dat er op het Nederlands Forensisch Instituut onzorgvuldig is omgegaan met het afgenomen lichaamsmateriaal van Louwes. Waarom zit dat in die rose vlekjes? Wat zijn die rose vlekjes? En waarom heeft het College van Procureurs-Generaal in september 2005 negatief beslist op het verzoek van Knoops om de blouse alsnog aan een onderzoek door een onafhankelijk instituut in het buitenland te mogen onderwerpen?

Gelukkig is het College nu op die beslissing teruggekomen: de blouse mag toch onderzocht. Hopelijk komt uit dat onderzoek voldoende naar voren voor nog weer een tweede herzieningsprocedure, zodat Louwes kan worden vrijgesproken, eerherstel krijgt (ik denk dan aan: excuusbrieven van de huidige en vorige super-pg, de minister van justitie, en, als zij daar iets in ziet, de Koningin) en schadevergoeding, bij voorbeeld 1 miljoen.

Hoe erg de ellende voor Louwes en zijn gezin ook is (geweest), de schade die door de opeenstapeling van blunders aan het vertrouwen in de rechtsstaat is toegebracht, is nog groter: ronduit niet te overzien. Om dat vertrouwen te herstellen zal heel wat moeten veranderen.

Ten eerste bij de politie. De recherche zal beter moeten worden opgeleid, voortdurend bijgeschoold en beter betaald. Ook bij het openbaar ministerie en de zittende magistratuur is bijscholing nodig voor allerlei technische kwesties in bewijsvoering, met name rond DNA. En bij het Nederlands Forensisch Instituut moet men leren niet correct bewaard materiaal te weigeren voor onderzoek en in het algemeen veel zorgvuldiger te handelen.

In het licht van het onomstotelijke feit dat tot nu toe meer slachtoffers van strafrechterlijke dwaling zijn gevallen dan terreurslachtoffers, doet alle aandacht voor terreurbestrijding in Nederland wat overdreven aan. Nu velen in Nederland met mij tot dat inzicht zijn gekomen, hoop ik dat de strafrechter weer spoedig tot zijn aloude, beproefde voorzichtigheid terugkeert.

Mr Hieke Snijders-Borst publiceert over recht en geld.

mailIcon print |