Mirjam van Dijk (34) lette vooral op één ding toen ze laatst werd rondgeleid op een crèche: Hoe zijn de leidsters? Hebben ze een beetje pit, letten ze goed op?
„Ze vertelden ons daar van alles, over de maaltijden bijvoorbeeld en hoe de kinderen slapen. Dat boeit me echter niet, het gaat erom hoe de leidsters met je kinderen omgaan. Hebben ze het in de peiling als er een kindje huilt, hoe reageren ze daarop?”
Mirjam van Van Dijk heeft een zoon van bijna twee en verwacht in mei haar tweede kind. De zoon zat eerst op een crèche in Amsterdam, tot het gezin een jaar geleden naar Hilversum verhuisde. Daar vonden ze een nieuwe crèche, waar ze tevreden over zijn.
Toch stappen ze, als de tweede is geboren, over naar een crèche dichter in de buurt. „Met twee kinderen is het nog belangrijker dat het kinderdagverblijf dichtbij is. We hebben er nu een op loopafstand gevonden. Onze eerste indruk is goed: pittige leidsters, een grote tuin, rustige omgeving, geen tv die aanstaat en versieringen aan de muren.”
Net als bij Mirjam is voor veel ouders de afstand tot de crèche een van de belangrijkste criteria waarop ze hun keuze baseren. Tot voor kort vroegen veel ouders zich verder nauwelijks af op welke punten ze kunnen letten. De wachtlijsten waren vaak lang, met een plek waren ze al blij.
Inmiddels zijn deze wachtlijsten korter of zelfs verdwenen, omdat het aantal plaatsen in kinderdagverblijven is toegenomen en omdat de wet kinderopvang (ingegaan op 1 januari 2005) een aantal ouders juist van een crèche deed afzien.
Voor veel ouders is de crèche door deze nieuwe wet duurder geworden. Moeders (soms ook vaders) besluiten daarom minder te gaan werken, of kiezen voor oppas aan huis. Ouders die wél een crèche voor hun kind zoeken, vinden de prijs niet eens zo belangrijk, zo blijkt uit een onderzoek van Kinderopvangonline (www.kol.nl).
„Ouders zoeken op de eerste plaats naar een crèche in de buurt”, vertelt Wendeline van Luijk van Kinderopvangline. „Zestig procent van onze respondenten gaf aan dat heel belangrijk te vinden, bij de prijs vulde slechts 21 procent deze antwoord-categorie in.”
Van Luijk beschrijft haar organisatie als een digitale marktplaats op het gebied van de kinderopvang. Voor de ouders is de website een handige zoekmachine (tik je postcode in en alle crèches uit de buurt rollen eruit), voor de instellingen voor kinderopvang vormt de site een ’etalage’.
Aan haar onderzoek naar crèche- keuze werkten 540 ouders en 175 kinderopvangorganisaties mee. Dit zijn ’actieve ouders’, typeert Van Luijk, omdat het ouders zijn die haar website hebben gevonden en gebruiken.
Zulke (aanstaande) ouders bezoeken vaak een of meer crèches in de buurt en letten op voor de hand liggende zaken: is het schoon, is het veilig, waar en hoe slapen de baby’s, hoe groot zijn de groepen, hoeveel leidsters zijn er per groep, wat is er aan speelgoed?
Andere aandachtspunten zijn bijvoorbeeld de openingstijden, vakantieperiodes, medezeggenschap (oudercommissie) en de prijs (inclusief of exclusief luiers en maaltijden). „Ook deze eerste indruk van de organisaties telt voor ouders zwaar”, vertelt Van Luijk. „Bijna 50 procent van onze respondenten vindt dit heel belangrijk, bijna 40 procent noemt het belangrijk. Het is een soort onderbuikgevoel: zullen mijn kind en ik ons hier thuisvoelen?”
Voorzitter G. Jellesma van Boink, de landelijke belangenorganisatie van ouders in de kinderopvang, verwacht dat steeds meer ouders ook andere aspecten in hun afweging zullen betrekken. Heeft de crèche een keurmerk, hoe luidt het inspectierapport van de GGD?
Jellesma maakt een vergelijking met de keuze voor (basis- en middelbare) scholen. Ook daar zijn afstand en eerste indruk vaak belangrijke criteria, maar daarnaast kijken veel ouders op internet naar de rapporten van de onderwijsinspectie. De inspectie toetst elke school op vijf aspecten (zoals sfeer op de school en leerresultaten) en zet alle rapporten op één website bij elkaar.
„Ook de inspectierapporten van de GGD over kinderdagverblijven zijn openbaar”, vertelt Jellesma. „Veel ouders weten dat echter nog niet.”
Sinds de wet op de kinderopvang is ingevoerd, toetsen de gezondheidsinspecteurs elke instelling op meer punten dan voorheen. Naast veiligheid, gezondheid, hygiëne en accommodatie gaan de inspecteurs na of er een pedagogisch beleidsplan is en of de leidsters zich hieraan houden. Hoe is de interactie tussen leidster en kind? Zijn de leidsters competent, dragen zij normen en waarden over?
Voor de gemeente Amsterdam staan nu alle geregistreerde crèches met hun meeste recente inspectierapport op één site (www.ggd.amsterdam.nl) bij elkaar. Typ een postcode in en floep, alle instellingen voor kinderopvang in de buurt staan op het scherm. „Ik vind deze rapporten nog belangrijker dan die van de scholen”, stelt Jellesma. „Op de scholen zijn ouders veel meer aanwezig, dus is er automatisch ook meer informatie.”
Wel geven de school-inspectierapporten meer inzicht, voegt de Boink-voorzitter toe. De onderwijsinspectie geeft namelijk bij elke school op alle getoetste aspecten een oordeel: groen is voldoende, rood is onvoldoende en blank betekent dat er (nog) geen oordeel op dit punt is.
De crèche-inspectierapporten bevatten zo’n oordeel niet. Toch valt er voor aanstaand ouders veel wetenswaardigs in te lezen. Zo laat een blik op de Amsterdamse rapporten zien dat op menig crèche de buitenruimte te klein is, dat klachtenregelingen ontbreken of verouderd zijn en dat veiligheidsmaatregelen nogal eens te wensen over laten.
Ook de Rotterdamse GGD beschikt over zo’n site. Welke gemeenten nog meer zo’n handig overzicht hebben, kan niemand in de kinderopvang vertellen. Boink niet, Kinderopvangonline niet, de werkgeversorganisatie MO-groep niet en het expertisecentrum kinderopvang van het NIZW niet.
„Met die openbaarheid is het nog maar zeer matig gesteld”, verzucht Jellesma. „Soms komt dit door de gemeente: de rapporten blijven daar liggen, terwijl de gemeente er wél voor moet zorgen dat ze openbaar worden. Ook kan het zijn dat de rapporten nog niet beschikbaar zijn omdat de inspectie achterloopt.”
Een derde reden, voegt Jellesma toe, is verzet bij de crèches zelf. „Sommige instellingen zeggen tegen de gemeente dat ze niet willen dat de rapporten gepubliceerd worden, omdat er bij hen negatieve punten zijn geconstateerd, terwijl andere instellingen nog niet gecontroleerd zijn. Ze willen dan niet ’alleen’ met hun gegevens op een site.”
Mirjam van Dijk heeft bij haar toekomstige crèche niet naar het GGD- inspectierapport gevraagd. „Ik weet wel dat het daar ter inzage ligt voor ouders. Dan zal het wel oké zijn, dacht ik.” Eigenlijk, mijmert deze moeder, is het gek dat er bij de keuze voor de basisschool zoveel beter naar dit soort gegevens wordt gekeken. „Ook bij het kinderdagverblijf zit je kind vier jaar, dat is toch lang?”
Hetzelfde geldt voor de keuze voor de verloskundige, realiseerde ze zich laatst zelf. Toen ze zwanger was van haar tweede, schreef ze zich zomaar ergens in, zonder dat ze iets over deze verloskundigepraktijk wist.
„Dat is toch gek? Een geboorte is het belangrijkste moment in je leven. Is er bijvoorbeeld iets over de sterftecijfers bekend? Over de ziekenhuizen wordt nu steeds meer bekend hoe ze het doen, dat zou bij verloskundigen ook zo moeten zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.