De alliantie ’School & Sport Samen Sterker’, die gisteren operationeel werd, is volgens OCW minister Maria van der Hoeven geen project.
,,Een project houdt op, maar dit gaat door. Wat wij de komende twee jaar doen, is een zwieper geven die onderwijs en sport structureel met elkaar in verbinding brengt.”
Zowaar kwam er gisteren aan het einde van het rondetafelgesprek in Nieuwspoort te Den Haag enig vuur in de discussie. Erg aardig natuurlijk dat in Nederland ten langen leste het logische verband tussen onderwijs en sport wordt gelegd.
„Maar handhaaf dan wel de minimumtabel voor bewegingsonderwijs. Het afschaffen daarvan is in discrepantie met deze alliantie”, aldus René Maertens, projectleider (top)sport aan de openbare scholengemeenschap Echnaton in Almere.
Hij kreeg luidruchtige steun vanuit de zaal. Vorig jaar besloot Van der Hoeven het onderwijs zelf te laten beslissen hoeveel uur lichamelijke opvoeding er wordt gegeven. „Dat is bijna misdadig gedrag”, werd zelfs geroepen. Genuanceerder was de vaststelling dat veel scholen in het middelbaar beroepsonderwijs liever inzetten op cultuur dan op sport. Dat geeft als ’voordeel’ dat bezuinigd kan worden op dure sportaccommodaties, die worden omgebouwd tot IT-centra of kantines.
Van der Hoeven zat zusterlijk naast staatssecretaris Clemence Ross-Van Dorp van VWS en NOC- NSF-preses Erica Terpstra om met de alliantie het tegendeel te promoten. Doel van de samenwerking is het bereiken van ’levenslang sporten en bewegen van jongeren’. In 2010 zou op 90 procent van alle scholen elke leerling dagelijks moeten kunnen sporten binnen en buiten de schooluren. Dat doel moet worden bereikt door scholen en sportverenigingen met elkaar te laten samenwerken.
De school van Maertens werd gepresenteerd als een van de voorbeeldprojecten waar al is begonnen met naschoolse sport. Elke maand is er een ander sportaanbod, zodat er voor ieder kind wat wils is. Er zijn klassen gericht op topsport en er zijn sportklassen waarin kinderen vier uur per week extra sport krijgen. „Onderwijs moet aansluiten bij de interesses van de kinderen.”
Maertens deed enkele jaren geleden een onderzoekje naar het TV kijkgedrag van leerlingen van 12 en 13 jaar. Hij kwam tot een gemiddelde van 40 uur per week. Daarbij concludeerde hij dat slechts 30 procent van zijn leerlingen lid was van een sportvereniging. „Toen rees de vraag, wat doen we met die andere 70 procent van de kinderen? Die halen nu hun sport bij ons.”
Volgens Eric Gudde van Sport en Recreatie Rotterdam hangt alles af van samenwerking en geld. Het kostte hem jaren om de juiste mensen uit sport, onderwijs en gemeente samen te brengen, maar het is in Rotterdam gelukt om op 30 scholen het aantal van twee wekelijkse gymlessen te verhogen naar vijf. Daaronder vallen ook de zogenaamde kennismakingslessen die worden gegeven door topsporters uit basketbal, volleybal, honkbal en voetbal.
„Men moet keuzes durven maken”, zegt Gudde. „Dat heeft Rotterdam gedaan door er miljoenen tegenaan te gooien. Maar dat is wel tijdelijk geld, ik maak me zorgen over de situatie over twee jaar.”
Wereldkampioene zwemmen Marleen Veldhuis is in een voorbeeldfunctie aan de alliantie verbonden. Zij heeft maar een oneliner nodig om de boodschap uit te dragen: „Bij mij is het begonnen met schoolzwemmen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.