*

 

Ephimenco / De beker van Alexander Pechtold

Leo van Essen − 27/01/06, 21:48

Je hebt mensen die zich aan minister Pechtold mateloos kunnen ergeren. Ze zijn het gedraai van Alexander beu, zijn ondeugende fratsen zat en eisen dat hij zo snel mogelijk politiek dood wordt verklaard. Oké, Pechtold is het typetje dat ’vuil en vunzig!’ roept zodra je je hebt omgedraaid, maar ook snel een warme arm om je schouder slaat en je vriendelijk toelacht dat hij het niet zo had bedoeld. Zeker wanneer hij merkt dat je nog op gehoorafstand liep. Geen kwaadaardige man.

Ik heb het gewraakte Opzij-interview gelezen waarin Pechtold zijn omstreden uitspraken deed: niets aan de hand. Uit het onderhoud met hoofdredactrice Dresselhuys ontstaat het lieflijke beeld van een twijfelkontje. Een man die ervan droomde de Jan Pronk van D66 te worden, de dwarsligger die geen ’schuwe aap’ wilde zijn. Totdat hij erachter kwam dat hij veel meer weg had van een chimpansee met een niet helemaal perfect imiteergedrag. In Opzij kun je met gemak de Pechtold-code ontcijferen. De man snakt naar spanning en heeft daarom de kleine bellentrekker in hem nooit kunnen vermoorden. Het is iedere keer weer stoutmoedig aan de bellen van de buren hangen en zo snel mogelijk met die te korte beentjes wegrennen. En telkens weer hoort hij achter hem die zware voetstappen die dichterbij komen, en voelt hij al die grote hand die hem bij zijn oor gaat grijpen. Ook de onzekerheid zit diep bij Alexander: als twintigjarige was hij „als de dood nooit een baan te zullen vinden”. Ik durf te wedden dat het hem er nu om gaat die koste wat het kost niet te verliezen. Het gehele interview in het feministische maandblad is verder vergeven van veilige oppervlakkigheden. Pechtold keuvelt voort als een tevreden huisvrouw met een algeheel straatverbod. Achter de vitrages is het warm en safe en lijkt de buitenwereld inderdaad vuil en vunzig. Binnen? Binnen zijn de „bakken mijn taak”. De vuilnisbakken en de kattenbakken. Hij ruimt ook de dode muizen op, wat hem een uitzonderlijk hoog cijfer oplevert op de feministische meetlat. Het is toch altijd makkelijk scoren bij de paarse tuinbroeken. Uiteindelijk komt aan het einde van het gesprek de enige echte onthulling: Pechtold verzamelt zilveren lepeltjes en bekers en zou hiervoor een moord kunnen plegen. Zo wenste hij ooit iemand een hartinfarct toe, die er op een veiling met het door hem begeerde bekertje vandoor dreigde te gaan. De oude zilveren beker van zeer lang geleden kostte niet minder dan 11000 euro. Sindsdien is Alexander dolgelukkig: „Met die beker in mijn hand kan ik uren stilzitten. Alleen. Nadenken over de geschiedenis ervan: Wie hebben hem in de hand gehad, wat heeft hij meegemaakt? En als je dat allemaal weet en je zit dan met die beker in je hand‿ dat is genieten, mevrouw, puur genieten.” Het maakt de man sympathieker en tot op het bot D66’er: uren-, maanden-, jarenlang stilzitten en dromen bij de radiator met op schoot je virtuele kroonjuwelen.

mailIcon print |