*

 

Kleur bekennen zonder onbetrouwbaar te zijn

door Frits van Exter − 27/01/06, 21:22

’Neutraliteit is geen verdienste, nu de samenleving schreeuwt om betrokkenheid en richting", schreef Ton Verlind van de KRO vorige week zaterdag op onze Podium-pagina. Hij ziet de toekomst van de journalistiek in het engagement. Hij zal het misschien niet zo bedoeld hebben, maar het klinkt in de verte als een pleidooi voor herzuiling. Een pluriforme samenleving is gebaat bij pluriforme media, maar dan moet je kleur bekennen: rechts, links, idealistisch, materialistisch, katholiek, protestant of ’iets’. Het was even weg (’Paars!’), maar het is er weer.

Verlind ziet dan ook niks in de gedachte om ’Netwerk’, ’2Vandaag’ en ’Nova’ samen te laten gaan in één publieke actualiteitenrubriek: goedkoper en beter. Het zou volgens Verlind de valse schijn wekken dat, als je er maar genoeg journalistieke energie in stopt, het nieuws voor iedereen op dezelfde manier te begrijpen is. Dat kan natuurlijk niet. De selectie van nieuws is al niet neutraal en, zonder filosofisch te willen zijn, wat voor de een een feit is wordt door de ander betwist. Laat staan dat er maar één interpretatie mogelijk is.

Krant is niet neutraal, maar moet partij kiezen voor onafhankelijke identiteit

Om de crisis in het omroepbestel het hoofd te bieden zoeken verenigingen weer kracht in hun beginselen. Volgens Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant en voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren, moeten kranten dat ook doen: „Journalistieke organisaties, onontbeerlijk voor een sterke democratie, moeten uit hun schulp kruipen en beter over het voetlicht brengen wie ze zijn en hoe ze werken. Lezers, kijkers, luisteraars zijn niet dom en vermoeden toch wel een journalistieke voorkeur en maatschappelijke agenda. Voor de draad ermee (...) en weg met het professionele neutralisme”, zei hij in 2004 tot zijn collega’s.

De vroegere D66-minister Thom de Graaf heeft zijn bedenkingen. In een lezing voor het Katholieke Instituut voor Massamedia op 19 januari zei hij niet te hopen dat het de bedoeling is dat media zich weer verbinden met politieke stromingen. Het zou misschien de duidelijkheid maar zeker niet de geloofwaardigheid ten goede komen. Zijn bezwaar tegen de (politieke) journalistiek is juist de hoge mate van subjectiviteit. „Interpretatieve journalistiek is gevaarlijk omdat het een zeer actieve bijdrage levert aan de werkelijkheidsbeleving van de nieuwsconsument. Die hoort geen nieuws, maar een gedachtevorming die is gebaseerd op een subjectieve rangschikking van feiten.” Wat hem betreft moet de identiteit van media niet meer dan impliciet blijken uit de selectie van onderwerpen die verder zo objectief mogelijk gebracht moeten worden.

Terecht stelde Broertjes daar in een reactie tegenover dat het bieden van inzicht een steeds belangrijker opdracht is voor goede journalistiek. Daarbij is een visie op de wereld onontbeerlijk. Dat betekent geen herzuiling in de geest van de fractievoorzitter van het CDA, Maxime Verhagen, die vorig jaar bij de lancering van Trouw op compact formaat zei: „De journalistiek zou volgens mij het maatschappelijk debat dienen als ze vaker expliciet aangeeft dat ze partij kiest, en niet pretendeert dat ze objectief en onafhankelijk de realiteit weerspiegelt.”

Wat ons betreft denk ik dat wij partij moeten kiezen, maar geen politieke partij. De identiteit van de krant met voorop het kritisch volgen van inspanningen voor vrede, vrijheid en gerechtigheid is, in de geest van Broertjes, onze partij. In de redactionele formule betekent het dat wij sommige thema’s belangrijker vinden dan andere. Om de lezers daarover goed te kunnen informeren moeten wij, in de geest van De Graaf, onze (voor)oordelen opzij zetten, blijven streven naar het opdiepen van relevante feiten en achtergronden, nieuws en opinie scheiden en verantwoording afleggen aan ons publiek. Dat publiek moet onze identiteit kunnen herkennen, maar ook erop rekenen dat wij zo onafhankelijk en betrouwbaar mogelijk willen zijn.

mailIcon print |