Botswana is voor velen het paradijs van Afrika. Maar het land verklaarde hoogleraar politicologie Kenneth Good vanwege zijn kritiek tot ’staatsvijand nummer één’.
De Australiër Kenneth Good (72) oogt breekbaar. Toch is deze man door zijn aanhoudende kritiek vorig jaar het altijd zo kalme Botswana uitgezet, na een verblijf van vijftien jaar. De president verklaarde hem persoonlijk tot ’ongewenst immigrant’. „Ik zat vrijdagavond thuis en kreeg te horen dat ik binnen 48 uur het land moest verlaten.”
Via de rechtbank wist hij nog drie maanden uitstel te krijgen. Tot Goods verbazing ging een rechter uiteindelijk akkoord met de uitwijzing. In de grondwet van Botswana staat dat de president in zijn eentje dit soort beslissingen kan nemen. „Dat gaat blijkbaar boven het recht op een vrije mening, dat eveneens in de grondwet verankerd is”, zegt Good, wiens armband zijn Afrikaanse herkomst verraadt. Officiële reden voor de uitzetting is niet gegeven, ’want de president hoeft zijn beslissing niet toe te lichten’. Ook Goods salaris werd acuut stopgezet, hij procedeert daarover nog bij de mensenrechtencommissie van de Afrikaanse Unie.
De politicoloog was zojuist bij het Afrika Studiecentrum te Leiden. Good stelt dat de elite van Botswana een één-partijsysteem heeft gecreëerd, waarbij de president bijzonder veel macht heeft. „Er zijn wel meer partijen, maar de BDP is al veertig jaar aan de macht. De ministers noemen president Festus Mogae de chief. De vorige president trad terug na corruptieschandalen en werd weer ’s lands grootste veeboer.”
Van oudsher zijn in het land de lokale leiders ook de grootste veehouders. Het Tswana-woord voor koning, ’kgosi’, betekent ook rijk man. Niet verwonderlijk dat sinds de onafhankelijkheid de regering de grote veeboeren het meest heeft bevoordeeld. Good erkent dat Botswana duurzaam groeit en dat infrastructuur en onderwijs goed zijn geregeld. „Maar de armoede is nog groot, terwijl de kloof tussen arm en rijk groeit.” Cijfers van de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, UNDP, tonen bovendien dat Botswana het afgelopen decennium is gezakt op de index die de sociale ontwikkeling van landen aangeeft.
Good waarschuwt behalve voor de autoritaire politieke aanpak ook voor economische eenzijdigheid: „Botswana is té afhankelijk van zijn diamanten en de regering is te dikke maatjes met een ondoorzichtige diamantgigant als De Beers. Bovendien vergt die industrie weinig arbeidskracht. Het land heeft meer mensen die voedselhulp behoeven, dan diamantwerkers. Waarom is er amper geïnvesteerd in landbouw en industrialisering?”
Maar waarom zou een land met 1,7 miljoen inwoners zelf industrie opzetten, als importeren goedkoper is? Good stelt dat een landje als Mauritius daar wel in geslaagd is. En hij noemt het voorbeeld van de assemblagefabriek waar Hyundai en Volvo in de jaren negentig samenwerkten voor export. „De regering heeft niets ondernomen om instorten van die fabriek te voorkomen, toen concurrent Zuid-Afrika daarop aanstuurde.”
De combinatie van machtsconcentratie en afhankelijkheid van één inkomstenbron beperkt de democratie en vergroot de kans op fraude, stelt Good. „Dat zie je aan de corruptieschandalen van de jaren negentig. Ministers reageerden buitengewoon arrogant op aantijgingen in de media.”
Decennialang was dankzij de diamanten in Botswana onderwijs gratis, tot en met studiebeurzen voor buitenlandse universiteiten. Sinds deze maand kost voortgezet onderwijs geld, tot grote zorg van onderwijsvakbonden, ouders en leerlingen. „Tegenwoordig gaat er meer geld naar defensie dan naar onderwijs”, reageert Good. „Natuurlijk zal ook dat de armen treffen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.