*

 

Onderhoud grenspalen pronkt in museum voor overbodig beleid

Edo Sturm − 02/02/06, 07:05

De overheid wil vernieuwing en het liefst ook een ander imago. Het logge moet eraf. Jonge ambtenaren moeten de ruimte krijgen om ideeën te ontwikkelen en uit te voeren. In dit licht is het Museum voor Overbodig Beleid opgericht. Op 6 april wordt het het virtuele initiatief gelanceerd op Museumvooroverbodigbeleid.nl (nog niet actief). Het eerste Nederlandse museum op internet.

Overbodig beleid is beleid waarvan de onderliggende argumentatie is verdwenen. Het beheer van grenspaaltjes tussen Nederland en Duitsland bijvoorbeeld. Hoewel er in administratieve zin geen grenzen meer bestaan, worden de paaltjes nog altijd geïnspecteerd, gerestaureerd en schoongemaakt. Wat is daar in hemelsnaam het nut van? Een ander voorbeeld zou het Rijkstoezicht op de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand van gemeentes kunnen zijn. Veel gemeentes vinden dat toezicht dubbelop en overbodig. In de wet zelf zit namelijk al een prikkel om het beleid goed uit te voeren. Blijft een gemeente in gebreke dan kan ze financiële strubbelingen tegemoet zien. Dus waarom dan nog dat toezicht van het rijk?

Een pronkstuk in de collectie is het beleid dat het mensen mogelijk maakt om een vergunning aan te vragen voor verboden activiteiten op Antarctica. Het heeft iets cartoonesks, iets Suske en Wiske-achtigs en het is de vraag wat je je erbij moet voorstellen. De conservator van het museum zoekt dat nu uit.

Iets soortgelijks geldt voor een Arbo-wet die zei dat scouts, vrijwilligers, per se een bureaustoel met vijf poten moeten hebben. Na enig napluizen bleek dit een Broodje Aapverhaal, maar apart genoeg om in het museum te worden opgenomen. Het arbeidstijdenbesluit voor de Binnenvaart, stammend uit de 19de eeuw, is eveneens een juweeltje. Hoewel de regelgeving in de vorige eeuw een paar keer is aangepast, staat nog steeds geschreven dat het arbeidstijdenbesluit niet geldt voor mensen die op vlotten varen.

Minke van de Zande is de organisator van het museumproject en is met haar 31 jaar zelf een jonge hond op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze werkt bij InAxis, ofwel de commissie die innovatie binnen het Nederlands openbaar bestuur voor elkaar moet zien te boksen. Aan plannen geen gebrek, aan energie evenmin. Van de Zande vindt dat jonge talenten moeten blijven bloeien om zich betrokken te blijven voelen bij overheden. „Jongeren willen maar al te graag verantwoording dragen voor hun organisatie”, heeft ze gemerkt. „Ze zoeken prikkels.” En die reikt Van de Zande hun graag aan. Tijdens een brainstormsessie, codenaam Bliks’em, waar ervaren ambtenaren en jonge ambtenaren out of the box leren denken, kwam de gedachte van een museum voor overbodig beleid bovendrijven. „Een frisse blik”, zegt Van de Zande, „en een leuke, niet alledaagse manier om regelgeving binnen de overheid aan de kaak te stellen. Die combinatie vind ik super. Jongeren willen de ruimte. Ruimte voor nieuwe ideeën, maar ook ruimte door dingen af te schaffen zonder dat er iets anders voor in de plaats komt.” Het is de tand des tijds. Jongeren willen altijd afrekenen met gruis en grijze verledens en beslist niet het gevoel hebben dat ze in een tafereel uit Het Bureau van Voskuil zijn beland en daar in zullen ondersneeuwen tot de wekker gaat en hun pensioen zich aandient.

Op het ministerie werd de gedachte al snel omarmd; het mocht niet bij een idee blijven. Van de Zande mocht het museum via internet tot leven te wekken. ’Wauw’, dacht ze, ’wat geweldig dat ik die ruimte krijg’, en ging aan de slag. Ze plaatste oproepen bij alle departementen en provinciale en lokale overheden en toen de redactie van de website geenstijl.nl lucht kreeg van de museale gedachte en er aandacht aan besteedde, kreeg ze ’een lawine van respons over zich heen’. Van de Zande ontving meer dan 200 tips van ambtenaren, ondernemers en ’burgers’. „Onder de inzendingen zat opvallend veel over flitspalen en het wietbeleid van de overheid. En er was een slimmerd die InAxis zelf als overbodig beleid kwalificeerde. Tja, dat kun je verwachten. Maar er zaten ook heel serieuze dingen tussen.” Zaken die tot volwaardige museumstukken kunnen uitgroeien.

De conservator en haar medewerkers zijn druk doende om de kwesties te prepareren. Zij vergewissen zich van de ins en outs en beoordelen alle zaken op hun merites. „Klopt het wat wordt beweerd? Is het roddelpraat, is het waar? Wat zijn de achterliggende gedachten van het beleid? Wij streven naar objectiviteit. We willen dat het plaatje compleet is. Alle kanten van de zaak moeten worden belicht, het mag beslist geen eenzijdig verhaal zijn. Wij zeggen ook niet dat iets overbodig is. Dat moeten de mensen zelf maar bepalen. Wij willen objectieve museumstukken tentoonstellen waarover scherp kan worden gediscussieerd. Het is ons doel om mensen aan te zetten tot nadenken.”

Inmiddels zijn dertig zaken in kaart gebracht en worden voorgelegd aan de museumdirectie. Die bepaalt wat er mee gebeurt. De directie bestaat uit mensen uit het bedrijfsleven (Alexander Ribbink van TomTom en Nima Obohat van de Boston Consultancy Group), de overheid (Erik Gerritsen, gemeentesecretaris van Amsterdam, Wim van der Giessen, gemeentesecretaris van Rheden en Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere) en de jeugdsector (Marc Albers, de 18-jarige burgemeester van Madurodam). Kees van Twist, directeur van het Groninger museum, treedt op als adviseur. Aan het septet de eer van het oordeel over de indeling van de collectie. Overbodig beleid kent vele gradaties en verschijningsvormen. In navolging van de kunst, heeft de directie enkele stromingen benoemd: de absurdistische, de futuristische, de provocatieve en het Broodje Aap. Elke stroming krijgt haar eigen ruimte in het internetmuseum. De rest van de vertrekken is bestemd voor de vaste collectie. „Stukken met een vaste waarde waar iedereen van kan genieten”, aldus Van de Zande.

Ieder stuk zal online vergezeld gaan van een kunstwerk. Conservator Van de Zande heeft flink wat Nederlandse kunstkringen en academies benaderd met de vraag of hun leden en studenten werk willen afstaan. Alle soorten kunst zijn welkom. „We hebben ook oproepen geplaatst op sites die kunstenaars veel bezoeken. Het enthousiasme was meteen al heel groot en de respons begint nu binnen te komen. De directie bepaalt welk kunstwerk past bij welke vorm van overbodig beleid. Het belooft een heel gevarieerde samenstelling te worden. Het gaat veelal om bestaand werk, maar als een kunstenaar speciaal voor een museumstuk iets wil maken dan zeggen we natuurlijk geen nee”, zegt Van de Zande. Hoe het museum er gaat uitzien is nog even de vraag. Vier studenten werken er hard aan, maar hebben nog geen tip van de sluier opgelicht. De opening vindt hoe dan ook plaats tijdens het Innovatiecongres op 6 april in Dordrecht. Die dag is de hele collectie ook fysiek te zien in op een nog nader te bepalen locatie in Dordt. De toegang zal gratis zijn. Het museum geeft ook een catalogus uit die voer voor discussies zal opleveren, belooft Van de Zande.

Of het museum een antwoord is op de regelzucht waaraan overheden lijden, blijft de vraag. „Er is moed voor nodig om overbodig beleid aan de kaak te stellen en er is nog meer moed voor nodig om overbodigheid helemaal af te schaffen. Er zit vaak veel meer aan vast dan je in eerste instantie denkt.. We willen de discussie aanzwengelen. Overheden moeten kritisch naar zichzelf durven kijken. Het museum is een goede impuls. Het is een eye-opener en creëert beweging. Door te laten zien dat zo’n initiatief ook binnen een overheid mogelijk is, stimuleer je een andere manier van denken en een andere manier van werken. Dat is precies waar jonge ambtenaren op zitten te wachten.”

mailIcon print |