*

 

Londen dreigt uit JSF-project te stappen

Door: redactie − 15/03/06, 06:27

(Novum/AP) - De Britse deelname aan het Joint Strike Fighter project kan op losse schroeven komen te staan als de Amerikaanse regering vasthoudt aan haar voornemen om gelden voor een alternatieve straalmotor voor het gevechtsvliegtuig te schrappen. Dat heeft de Britse staatssecretaris van defensie Lord Peter Drayson dinsdag voor de senaatscommissie voor de strijdkrachten in Washington gezegd.

  • Besluit over jsf staat onder druk (AP)

Groot-Brittannië was in 2001 het eerste land dat besloot mee te doen aan het project. Inmiddels doen naast de Verenigde Staten acht landen mee, waaronder Nederland. Londen legde zich vast voor 150 toestellen, voor een bedrag van twee miljard dollar. Drayson zei dat Groot-Brittannië de vliegtuigen alleen kan betalen als er overdracht van technologie plaatsheeft, in dit geval de ontwikkeling van een tweede motor door het Amerikaanse General Electric en het Britse Rolls-Royce.

De motoren zouden tussen de zeven en negen miljoen dollar per stuk kosten. De Amerikaanse regering wil uit bezuinigingsoverwegingen maar één motor voor de JSF laten ontwikkelen, door het Amerikaanse Pratt & Whitney. De regering komt daarmee terug op een onderzoeks- en ontwikkelingscontract van twee miljard dollar dat afgelopen zomer met GE en Rolls-Royce werd gesloten.

Commissievoorzitter John Warner is tegen het plan van de regering-Bush, omdat het op korte termijn weliswaar geld bespaart, maar voorbij gaat aan potentiële kostenbesparingen en kwaliteitsverbeteringen gedurende de dertigjarige looptijd van het contract. De Democratische senator Joe Lieberman, uit Connecticut waar ook Pratt & Whitney is gevestigd, zei echter dat Pratt & Whitney de concurrentieslag heeft gewonnen en dat een tweede motor geen voordelen meer zou bieden. GE-woordvoerder Rick Kennedy was het daar niet mee eens. Door de concurrentieslag heeft de Amerikaanse overheid al 20 procent op de uitrustingskosten bespaard en dat zou bij voortgezette concurrentie voor de motoren kunnen oplopen tot twaalf miljard dollar, zei hij.

mailIcon print |