(voor Bas)
Bij de dood van een Haarlemse Kunstenares
Joos Clijsen 1942-2005
Silhouet van Haarlem, staand,
gegrond tussen hemelen en aarde,
geklonken aan de lucht, geworteld in het Spaarne,
gevuld met leven dat geweest en nu en altijd is,
de Bavo.
De zerken, waarop ooit haar kunst
met lood bekleed de sarcofagen,
ultramarijn het licht van Saenredam,
de zoon zingt zwijgend voor zijn moeder
-Stabat Mater Dolorosa-
vanaf de orgelbank(waar vroeger Mozart niet
bij de pedalen kon, zo klein)
fluisteren nu zacht de zangers tranen,
strijken snaren vol violen,
ratelen ritmisch kettingen
onvermijdelijk
de dood.
Achter de pilaren echter, langs de gewelven,
tot in de bordoenen sluieren de geesten voort,
zij minnen dartel, sneller dan de tijd,
paren lichaamloos en dol van vreugde
tot een nieuw nageslacht,
een eigen eeuwigheid
-haar wederglans-
verschijnt.
Marre van Utrecht
januari 2006
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.