*

 

Bij de dood van een Haarlemse Kunstenares

Joost van Velzen − 02/02/06, 16:23

(voor Bas)

Bij de dood van een Haarlemse Kunstenares

Joos Clijsen 1942-2005

Silhouet van Haarlem, staand,

gegrond tussen hemelen en aarde,

geklonken aan de lucht, geworteld in het Spaarne,

gevuld met leven dat geweest en nu en altijd is,

de Bavo.

De zerken, waarop ooit haar kunst

met lood bekleed de sarcofagen,

ultramarijn het licht van Saenredam,

de zoon zingt zwijgend voor zijn moeder

-Stabat Mater Dolorosa-

vanaf de orgelbank(waar vroeger Mozart niet

bij de pedalen kon, zo klein)

fluisteren nu zacht de zangers tranen,

strijken snaren vol violen,

ratelen ritmisch kettingen

onvermijdelijk

de dood.

Achter de pilaren echter, langs de gewelven,

tot in de bordoenen sluieren de geesten voort,

zij minnen dartel, sneller dan de tijd,

paren lichaamloos en dol van vreugde

tot een nieuw nageslacht,

een eigen eeuwigheid

-haar wederglans-

verschijnt.

Marre van Utrecht

januari 2006

mailIcon print |