Suleymania is vandaag een verregende stad. De kuilen in de trottoirs en straten staan vol plassen, die groen zijn van het opgeloste stof. Auto’s spatten het water hoog op. Schoenen en broekspijpen van voetgangers zitten onder de grijze spetters. Toch staat een jonge verkoper met zijn karretje vlak bij de bushalte te kleumen. De rook slaat van de grote pan waarin hij staat te roeren. Hij verkoopt sjellem, een soort aardappel die lang is gekookt in een zoete syroop en met poedersuiker warm wordt gegeten. Het smaakt naar spruitjes, en Lizan is er gek op.
Automobilisten stoppen bij de kar om snel een bordje te eten, als wij de lekkernij proeven en een praatje aanknopen. De jongen is twintig, moet een gezin van tien personen onderhouden, vertelt hij, zijn vader is gestorven, zijn broers werken ook. Iedere dag staat hij hier al in alle vroegte met een nieuwe portie sjellem. Die wordt ’s nachts gekookt en haalt hij ’s ochtends bij een soort groothandel op. Hij is blij met het praatje. Die regen? Ach, hij moet toch zijn geld verdienen‿
Hoe doet hij dat, met de gestegen bandstofprijzen waar de cursisten ons herhaaldelijk op wijzen? Ja, zegt hij, de petroleum waarop hij zijn sjellem warm houdt is duurder geworden. Heeft dat gevolgen voor de prijs? Hij beaamt dat dit wel zo zou moeten zijn. Terwijl ik Lizan suggereer om door te vragen, roept een klant die zijn bordje terugzet op de kar en naar z’n auto loopt: ,,Hij heeft zijn prijzen verhoogd.’’ De jongen lacht, een beetje schuldig. ,,Ik moest wel.’’
Is het dan verbazingwekkend dat zoveel van de nieuwsitems die we te zien krijgen van de cursisten, betrekking hebben op de stijgende prijzen? De lonen van ambtenaren zijn dan ook verhoogd, en journalisten krijgen een soort bonus van 200 dollar, is mij vanmiddag nog verteld. Hoewel de journalistenvakbond daar niets van weet, zo bleek uit een telefoontje van een wakkere cursist.
,,Mensen gaan door die hogere lonen nu weer meer uit eten’’, zegt Lizan, als we later samen lunchen in een Koerdisch eettentje. Het is inderdaad vol in de familiezaal, waar wij als vrouwen nu eenmaal horen. We voelen ons niet gebonden aan het protocol, maar weten dat we in de andere ruimte verschrikkelijk aangestaard zullen worden door de mannen. Alle tafeltjes vullen zich onmiddellijk weer als ze vrijkomen. We zien families, maar ook stellen en groepjes vrienden. Allemaal eten ze bordjes Koerdische rijst (uitje fruiten in dierlijk vet, water erbij en aan de kook brengen, rijst en zout erin en koken tot het water is verdwenen) met rozijntjes erop, met daarbij bordjes met witte bonen in een warme tomatensaus, tomatensaus met courgette en een bordje met gebraden lamsvlees. Lekker, maar wel wat zwaar als lunch voor ons Hollanders.
Na vier dagen ligt de cursus lekker op stoom. Bij de plenaire sessie met alle 45 cursisten was het vanochtend muisstil, toen we Asos’ interview met Kassim voorlazen. Ja, zo moet het, beaamde de een na de ander, maar dat was hun schuld niet: wij, docenten hadden ze verkeerde informatie gegeven. Zij dachten dat ze in die tien minuten alle onderwerpen die we hadden genoemd met Kassim moesten doornemen. Smoesjes, want toen uiteindelijk vanmiddag hun interviews werden besproken bleek dat menigeen toch wel degelijk voor een hoofdonderwerp had gekozen. Maar door het gebrek aan doorvragen bleven hun artikelen ver onder de maat.
Daarom is er morgen een herkansing: opnieuw een gast die ze in groepjes mogen interviewen. Ik heb goede hoop, want de boodschap lijkt wel overgekomen te zijn.
De leukste oefening van de cursus, het ooggetuigenverslag, liep gesmeerd. Opdracht: beschrijf een gebeurtenis en beschrijf het toilet van een café of openbare ruimte. Vooral dat laatste zorgde voor grote hilariteit, na een aanvankelijke aarzeling, want het toilet is hier een taboe-onderwerp, en wellicht daarom zijn de hurktoiletten hier vrijwel zonder uitzondering enorm smerig. Bij een vorige cursus in Doehok was er grote schroom om het gat tussen de plaatsen voor de voeten te beschrijven, waarin altijd te zien is wat de vorige bezoeker heeft achtergelaten, en ook de poepsporen in de witte bak werden genegeerd. Maar deze keer waren het humoristische en correcte beschrijvingen. De mooiste vond ik die van de moskee waar de staat van de toiletten in ernstige tegenspraak is met het bordje dat in het gebedshuis hangt, dat ‘reinheid het teken is van de goede burger’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.