*

 

Het Stadsgedicht

Joost van Velzen − 27/01/06, 16:24

Het Stadsgedicht

Zonder pretenties

Over hoogmoed en val

Trachten de letters

te vormen tot woorden en zinnen

De gedachten te structuren

Hoor waar ooit de voetstappen

Achtergelaten door locale grootheden

We kennen ze allemaal

Zomaar een maandagmorgen

Verlaten binnenstad met winkelstraten

De geur van de stad ruikt, als pas gevallen regen

Rolluiken gaan omhoog

Kijkend naar de stad

vanuit het hoogste punt

Dat eeuwenlang de kerktoren was

En als schaduw staat van kantoorkolossen

Waar treinen

Aankomen en vertrekken

Mensen verblijven

Kantoren tijdelijk bevolken

Hun dagelijks ritueel

Onderbreken voor boterham en wandeling

De Lommerijke buurten en achterstandsgebieden

Juist opgenomen in grootschalig renovatieplan

Vinex wijken omzomen het stadsgebied ,een vleugje nostalgie

Verwerkt in gevels

Onze stad

Verlangt naar eeuwigdurende bewondering,

vaak verfoeid om stadsbeleid, hondenpoep

Parkeerproblemen zwerfaval en ander overlast

De stad waar wij geboren zijn

In Nederland of daarbuiten

Wordt soms verlaten om te wonen in een andere stad

De geboortestad sterk of vervaagd maar

immer bij ons zullen dragen als herinnering

De Stad, onze stad gevolg van

ruimtelijke ordening

mailIcon print |