*

 

Flecha is altijd op zoek naar het geluk

door John Graat − 31/03/06, 22:25

Eigenlijk is er niets logisch aan de keuzes die hij maakte. Maar Juan Antonio Flecha (28), de Argentijns-Spaanse kasseienvreter van de Rabobank, houdt van avontuur.

Een paar wetten zijn heilig bij Flecha. ,,Toeval bestaat niet”, is er één. De andere ligt in het verlengde daarvan: ,,Doe in het leven wat je het liefste wilt doen.’’ Dat andere mensen zijn keuzes niet altijd hebben begrepen, heeft hem nooit gestoord. Het begon al als jongen, in Junin, een stadje op 160 kilometer van Buenos Aires, waar zijn leven begon. Klasgenootjes gingen voetballen, hij wilde fietsen. Eindeloos reed hij dezelfde rondjes op de zanderige weg om Junin. ,,Vriendjes vroegen aan mij: als je voetballen niet leuk vindt, waarom ga je dan niet tennissen? Wielrennen is in Argentinië een sport voor armen die geld willen verdienen, zoals boksen.’’

Zelf was hij van goede komaf. Zijn vader was rechter, zijn moeder advocaat, zijn zus is dat nu ook. ,,Ik heb als enige niet gestudeerd. Ik ben het zwarte schaap.’’ Maar zijn moeder heeft zijn keuzes altijd gerespecteerd. Omdat hij de wens van zijn vader volgde. Die is omgekomen bij een auto-ongeluk toen hij vier jaar was. ,,Hij heeft altijd moeten studeren en had nooit mogen sporten. Hij wilde dat zijn zoon wel die kans zou krijgen.’’ Die gedachte zit gebeiteld in zijn achterhoofd.

Omdat zijn moeder hertrouwde met een Spanjaard groeide hij vanaf zijn elfde op in Catalonië, bepaald geen wielerstreek. Weer draaide alles om voetbal in zijn omgeving. ,,Daarom pakte ik in het weekeinde altijd de bus naar Baskenland. Daar waren op zaterdag en zondag altijd wel wedstrijden. Zes uur heen, zes uur terug. In de bus zat ik maar te denken en te dromen. Over wielrennen.’’

Hij werd beroepsrenner maar merkte snel dat hij binnen de Spaanse wielercultuur alweer een uitzondering was. Etappekoersen waren heilig, hij reed liever klassiekers, bij voorkeur het ruige werk over kasseien. Sinds hij in 1996 beelden had gezien van de Ronde van Vlaanderen droomde hij van die koers. Bij Banesto moesten ze daar om lachen. In 2002 beleefde hij zijn vuurdoop. ,,Ik had al zo vaak de videobeelden bekeken dat ik alle bergjes herkende. Ik was ook niet bang voor de kasseien, zoals de andere Spanjaarden.’’

Bij het Italiaanse Fassa Bortolo werd hij een grote naam in het peloton. Befaamd om zijn aanvalsdriften. Hij noemt zichzelf een avonturier. ,,Als ik twee weken op dezelfde plaats ben, moet ik weer weg. Ik woon met mijn vriendin bij Barcelona, maar ik heb ook een huis voor mezelf in de Pyreneeën. Ik zoek daar vaak de eenzaamheid van de natuur op. Met een fototoestel en met mijn fiets. Ik hou van reizen. Als ik gestopt ben, wil ik naar Afrika. Andere culturen ontdekken.’’

Om zich heen ziet hij vaak passieve renners. ,,Sommigen zeggen dat ze wielrennen helemaal niet leuk vinden. Ik begrijp dat niet. Het leven is simpel: geboorte, werk, familie, en dan ga je dood. Zorg dan dat je weet wat je het liefste doet. Als je drie weken de Tour moet rijden, weet je van tevoren dat je goede en slechte dagen zult hebben. Ga dan op zoek naar het geluk, want dat komt nooit vanzelf naar je toe. Misschien zit daarin wel de essentie van de wielersport. Ik houd van renners die resultaten niet het belangrijkste vinden. Paolo Bettini krijgt soms het verwijt dat hij dom aanvalt, hij zegt dan ’ik heb een mooie dag gehad’. Ik denk er net zo over. Doe wat je wilt en je wordt beloond.’’

Niet het resultaat, maar de weg ernaartoe boeit hem. Daarom fascineren de veldtochten door Vlaanderen en Noord-Frankrijk hem zo. Hij vindt er wegen terug die lijken op de paden van Junin, waar het ooit begon. ,,Misschien komt het daar wel vandaan.’’

mailIcon print |