Meer ouderen, minder jongeren, en in totaal minder mensen: dat is vanaf 2035 het toekomstbeeld van Nederland, waarschuwen demografen. Dat zeggen ze al langer, maar onderhand begint hun boodschap door te dringen. Op sommige plekken zijn de gevolgen nu al zichtbaar.
Zijn klarinet lag op de kist toen Marten Lenoir vorig jaar werd begraven. In zijn uniform. De Heerlense groenteboer was meer dan zestig jaar lid van de harmonie geweest. „Dat maak je niet meer mee”, zegt voorzitter Hans Derkx van TOG (’Tot Onderling Genoegen’) Welten. „Dat uniform hadden we er graag voor over.”
TOG Welten ontstond in 1919 uit een van de vele ’koelkapellen’: elke mijn, of in de volksmond ’koel’ –kuil – had in die tijd zijn eigen fanfare. Zoals groenteboer Lenoir placht te zeggen: „Muziek maken geeft lucht aan de ziel.” Maar de jeugd van tegenwoordig komt niet meer automatisch. Er zijn minder jongeren, de aanvoer van de basisscholen droogt op, weet Derkx. In vijftien jaar zakte TOG Welten van tachtig naar zestig leden en bij optredens moet de harmonie soms blazers van andere korpsen inhuren.
Na de bevolkingsexplosie van de 20ste eeuw, krijgen we nu de 21ste eeuw van de structurele krimp, zo waarschuwden bestuurskundigen onlangs in het rapport ’Structurele bevolkingsdaling – Een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers’. Wereldwijd begint dat pas rond 2075, maar in Europa en ook in delen van ons land heeft de bevolkingsdaling inmiddels ingezet. Voor heel Nederland geldt 2035 als omslagpunt – of al eerder als de immigratie sneller dan verwacht afneemt.
Voor Joop de Beer van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) zijn de conclusies uit het onderzoek niet nieuw en roepen demografen al tien, twintig jaar dat er een terugval van de bevolking aankomt. Maar de cijfers lijken nu door te dringen tot een bredere kring. Met name in de grensregio’s, waar de krimp het sterkst zal zijn, lijken beleidsmakers wakker geschud, zegt De Beer. „Wat dat betreft is het rapport een succes.”
Een van de regio’s die al veel ervaring hebben met de ontvolking is Zuid-Limburg, na de Randstad ooit het dichtstbevolkte gebied van Nederland. Tienduizenden arbeiders van elders vonden werk in de staatsmijnen. Maar sinds de sluiting van de mijnen in de jaren zestig en zeventig loopt de regio rond Heerlen en Kerkrade leeg. Het vruchtbaarheidscijfer ligt er met 1,5 nog lager dan het landelijk gemiddelde van 1,7 kind per vrouw en er trekken meer mensen weg dan er komen. In tien jaar is de bevolking met een tiende teruggelopen.
„De sociale problematiek is nijpend, de werkloosheid is hoog, het regionaal inkomen is laag, de hoger opgeleide jongeren trekken weg en startende ondernemingen groeien te langzaam. Dit is een van de eerste regio’s in Europa waarin ontgroening (de afname van het aantal jongeren, red.), vergrijzing en ontvolking hand in hand gaan. De problematiek is zo hardnekkig en complex dat ingrijpende maatregelen op korte termijn nodig zijn”, schreef een jaar geleden het bestuur van Parkstad Limburg, een samenwerkingsverband waarmee de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Voerendaal, Simpelveld het tij hopen te keren.
„Je zou een monitor op dit gebied moeten zetten”, zegt Thijs Wöltgens, een van de initiatiefnemers achter Parkstad Limburg. De vroegere PvdA-voorman woont al zijn hele leven in Kerkrade, waar hij na zijn vertrek uit de Tweede Kamer ook enkele jaren burgemeester was. Voor de demografische veranderingen in de samenleving is veel te weinig aandacht, meent hij. ,,Welke minister houdt zich eigenlijk met vergrijzing en ontgroening bezig?”
„Ik had je willen meenemen naar de markt om je te laten kennismaken met de rollator-economie”, bast Wöltgens, zelf 62 jaar. „Jammer dat het regent. Dan blijven de oudjes thuis.” Dat klopt. Op het druilerige marktplein van Kerkrade staan de kooplieden er mistroostig bij. Slechts een enkele klant duikt onder de druipende dekzeilen om een visje te happen of groente te halen.
Achter de kramen is te zien wat Wöltgens bedoelt: de binnenstad bestaat voornamelijk uit seniorenappartementen in alle soorten en maten. „Hier zijn de voorzieningen dichtbij. Als de bevolking krimpt, is het een opgave voor de overheid om winkels, postkantoor, huisarts en zorg op loopafstand te houden. In de dorpen wordt dat een groot probleem.”
Volgens Wöltgens is Zuid-Limburg weliswaar gecompenseerd voor de sluiting van de mijnen, maar heeft vooral Maastricht daarvan geprofiteerd. „Die stad bloeit en heeft de universiteit, terwijl we hier achterlopen.”
Ontvolking roept bij velen positieve associaties op: meer ruimte, een schoner milieu, minder files en ook niet per se minder welvaart. Zolang er per hoofd van de bevolking maar genoeg economische groei is – en dat is door de toenemende arbeidsproductiviteit heel waarschijnlijk, is er weinig aan de hand. Maar de harmonie van Welten worstelt met de veranderingen. „De jeugd van nu is kieskeuriger”, zegt Eussen, bastubaspeler en al 42 jaar bij TOG Welten. Met optredens in de bioscoop, ondersteund door filmbeelden, probeert de harmonie de jeugd te paaien. Volgende weekend is er weer zo’n gala. Voorzitter Derkx: „Het kost handenvol geld, maar de leden krijgen er een kick van. Spelen voor een paar honderd man publiek, dat is toch wat anders dan met een bandje in een zaaltje voor papa en mama.”
Wat is de invloed van de vergrijzing op arbeid en wonen in Parkstad? Eke Zijlstra, bestuursvoorzitter van het Atrium Medisch Centrum, met vestigingen in Heerlen, Brunssum en Kerkrade, deed er onderzoek naar: „De bevolking raakt uit balans door een grote groep vergrijzende inactieven en een tekort aan jongeren. Na de ontvolking van het platteland zien we nu de ontvolking van de stad, waarin een slecht geschoolde, vergrijzende groep werklozen achterblijft. Die help je door innovatie niet aan de slag.”
Een heel bekend gevolg van de ontvolking is de daarmee onlosmakelijk verbonden vergrijzing, die ingrijpende gevolgen voor de overheidsfinanciën heeft. Het Centraal Planbureau waarschuwde half maart in een rapport dat nog verdergaande ingrepen nodig zijn om de kosten daarvan te dekken. „Het aantal werkende mensen en het totale aantal mensen groeit uit elkaar. Staat nu tegenover ongeveer elke vijf werkenden nog één gepensioneerde, in 2040 is die verhouding vijf op twee bejaarden”, vertelt Ed Westerhout, een van de opstellers van het rapport. „De vergrijzing is geen tijdelijk fenomeen. Weliswaar krijgen we in de komende jaren de uittreding van de babyboomers, wat eenmalig is. Maar het lage aantal geboortes en de groeiende levensverwachting blijven.”
Bij ongewijzigd beleid moet de overheid in 2011 een begrotingsoverschot van 3 procent zien te realiseren, becijferde het CPB. Wordt wél ingegrepen, door bijvoorbeeld de pensioenleeftijd te verhogen en gepensioneerden ook AOW-premie te laten betalen, dan is een overschot van 1,5 procent in 2011 voldoende om de lasten van de vergrijzing eerlijk te verdelen. „Anders draaien de toekomstige generaties op voor de problemen.”
Voor Limburg Parkstad ziet Thijs Wöltgens twee toekomstscenario’s: „Misschien gaan we terug naar het lieflijke dunbevolkte gebied van honderd jaar geleden. Geen industrieterreinen meer, geen nieuwe wegen, alleen een Florida-achtige bebouwing. Dan accepteer je de krimp.
Als je dat niet wilt, moet je zorgen voor instroom van nieuwe bewoners. Eerst de ’postactieven’, gelokt door de omgeving en de lage huizenprijs. Immigratie is nu niet populair, maar binnenkort zullen we een heel andere discussie over integratie voeren. Ook de mijnen zijn groot geworden door de immigranten, niet door de kinderrijke katholieke gezinnen.”
Er liggen gouden mogelijkheden in de zorg en diensten voor ouderen, denkt Eke Zijlstra. Voor ouderen zijn inmiddels Servicewinkels in het leven geroepen, met meerdere voorzieningen onder één dak. „Maar eigenlijk heb je ook hele ’levensloopbestendige’ wijken nodig. Als opa zijn heup breekt en in huis een stoellift krijgt, blijft nu zo’n luxe voorziening ongebruikt als hij overlijdt. Dan moet het eigenlijk mogelijk zijn dat oma een andere woning krijgt, maar wel vlakbij haar oude huis. Hier in Limburg zouden we ervaring kunnen opdoen voor de rest van Nederland.”
Ook het Atrium Medisch Centrum kan daarvan profiteren, denkt Zijlstra: ,,We krijgen een ander type patiënt, met meerdere kwalen. Daarvoor hebben we ook hoger opgeleid personeel nodig.”
De nieuwe initiatieven nopen wél tot steun op nationaal niveau. „Bij een van onze vestigingen hebben we enkele appartementen gebouwd, waarin patiënten na een ingreep langdurig kunnen verblijven voor herstel. Dichtbij het ziekenhuis, maar de mensen zorgen er grotendeels voor zichzelf. Dat is veel goedkoper. Die fantastische voorzieningen moeten we overal hebben, maar wie betaalt dat? De zorgverzekeringen voorzien er nog niet in.”
Een ander initiatief om Parkstad Limburg te revitaliseren wil nog niet erg vlotten. Tussen Aken en Heerlen strekt zich bedrijventerrein Avantis uit: 60 hectare in Duitsland, 40 in Nederland. Tot dusver vestigden zich slechts enkele bedrijven op de glooiende hoogte bij het drielandenpunt. „De grenzen zijn er helaas nog”, verzucht Thijs Wöltgens. „Dat geeft papieren gedoe, bureaucratie, precies wat een jonge ondernemer niet wil. Al heeft dit gebied een hogere potentie dan de Randstad, het kan zich pas echt ontwikkelen als we Duitsland en België erbij betrekken.”
Joop de Beer van het NIDI benadrukt dat de overheid maar zeer beperkte invloed heeft op de demografische ontwikkelingen. De ontvolking van de komende decennia vereist vooral flexibiliteit: „Burgers en bedrijfsleven hebben hun eigen dynamiek, die kun je hoogstens wat bijsturen. En sommige zaken dienen zich heel onverwacht aan. Zo zie je de laatste jaren een toenemende emigratie uit Nederland – en niet alleen net de grens over naar Duitsland en België – waar geen duidelijke verklaring voor is”, zegt De Beer.
„Afgezien daarvan is het ook haast onmogelijk om vast te stellen wat de economische gevolgen van bepaalde ontwikkelingen zijn. Vooruit kijken is heel moeilijk. Het Centraal Planbureau heeft wel eens achteraf berekend hoe vergrijzing nu echt de kosten van de gezondheidszorg had beïnvloed. Niet de aantallen ouderen, maar heel andere factoren bleken bepalend, zoals het feit dat een breder scala aan medische ingrepen mogelijk was en dat mensen ook meer eisten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.