Niet vaak wordt de naam van een bedrijf zo vaak gebruikt dat er een werkwoord uit groeit. Ik googel, jij googelt, wij zullen googelen. Een succes is het bedrijf Google zeker. Maar hoe serieus moeten we de 'idealen' van de oprichters nemen?
'Ik wil het hele internet downloaden“, zei Larry Page toen zijn mentor op de Stanford University hem vroeg wat hij wilde bereiken. Dat klonk krankzinnig, maar het lukte en werd de basis van het succes van het internetbedrijf Google, dat Page samen met zijn compagnon Sergey Brin oprichtte.
Hoe het zo kwam, onder welke omstandigheden, en met welke hoofdrolspelers, beschrijven 'Google-watchers' David A. Vise en Mark Malseed in hun boek 'Google, het verhaal achter het mediasucces'.
Wie, zoals Brin en Page, alles wint wat er te winnen valt, krijgt meestal twee groepen volgers. Zij die zich vereenzelvigen met de winnaar en zij die hopen op diens ondergang. Google vormt op deze regel tot nu toe een uitzondering. Dit zoekhulpje van vrijwel iedere surfer heeft zo'n fris en innovatief imago, dat je goed je best moet doen om er een hekel aan te krijgen.
Ook de twee journalisten Vise en Malseed (beiden van The Washington Post ) hebben er, zo blijkt uit het boek, moeite mee om hun kritische beroepshouding niet te verloochenen. In ieder hoofdstuk staat wel een passage waaruit onverholen adoratie voor Page en Brin spreekt. De staat van dienst van de twee jonge Google-mannen (ze zijn allebei nog geen 27 jaar oud) maakt de verleiding tot verering ook wel erg groot.
Een bedrijf waarvan de naam inmiddels een werkwoord is (“Zullen we naar Londen? Ik Google wel even naar een hotel“ ) en waarvan de beurswaarde al is opgelopen tot meer dan die van Ford en General Motors samen, zo'n bedrijf dus, heeft bijzondere mensen aan het roer staan. Geen typische nerds, maar sociaal vaardige slimmeriken met idealen en tomeloze ambities, zo blijkt uit de notities van de schrijvers, die tot diep in de Google-keuken doordrongen.
Uitdagen, bluffen, vernieuwen, het altijd beter willen doen dan anderen, ingaan tegen de gangbare manier van zaken doen, het scheppen van een 'losse' bedrijfscultuur (het personeel stept met autopeds door de gangen van het Googleplex), dat is Google volgens de twee auteurs. Met de wereldverbeteraars Brin en Page als roergangers.
Een zeker idealisme kan de twee inderdaad niet worden ontzegd. Zo vinden ze dat niet de best betalende adverteerder bovenaan moet komen te staan in de zoekresultaten (zoals bij concurrent Yahoo, bijvoorbeeld), maar het bedrijf dat de meeste hits heeft gehad. De gedachte hierachter is een democratische: de meerderheid bepaalt wat 'het beste' is.
De privacy van de gebruiker is heilig en moet goed worden beschermd. Google heeft als bedrijfsmotto 'don't be evil'.
Dat zijn mooie woorden, maar in het boek komt ook naar voren hoe de idealisten Page en Brin aanlopen tegen de beperkingen van hun gedachtegoed. Idealisme en zaken doen, dat gaat niet altijd samen. Dat ondervond Google bij de introductie van GMail, de e-maildienst van het bedrijf. Door advertenties te koppelen aan de inhoud van e-mails, schond Google in de ogen van velen de privacy van de gebruikers. Page en Brin wezen de kritiek van de hand: handel is handel. Zo gaat dat als kleine jongens groot worden.
Het boek van Vise en Malseed roept meer vragen op over de goede bedoelingen van Google. Wat doet het bedrijf bijvoorbeeld met alle informatie die het heeft? Of, misschien wel belangrijker, wat doet het niet? Twee weken geleden werd bekend dat de zoekmachine een overeenkomst met China heeft getekend, waarin Google toezegt zoektermen als 'Falung Gong', 'Dalai Lama' en 'onafhankelijk Taiwan' te blokkeren, in ruil voor toegang tot de lucratieve Chinese markt.
Na het dichtslaan van het boek van Vise en Malseed, blijft de lezer in elk geval met een interessante vraag achter: zijn Page en Brin in de eerste plaats de informatie-goeroes die ze zelf graag willen zijn (en die ze onmiskenbaar óók zijn) of zijn ze allereerst reusachtige schenders van onze privacy, met winst maken als hoofddoel?
Volgens Larry Page gaan winst maken en idealisme gewoon samen. Toen hem onlangs gevraagd werd Google's visie op het armoedeprobleem te geven, zei hij: “Als je naar een sattelietopname van de aarde 's nachts kijkt, zie je het duidelijk; in Afrika is het donker. Als er licht is, is er electriciteit. Als er electriciteit is, is er Google. Dat komt heel mooi met elkaar overeen.“
David A. Vise en Mark Malseed: Google - het verhaal achter het mediasucces. Vert. Frans Reusink e.a. , De Boekerij, Amsterdam. ISBN 902254365x; 352 blz. 19,90
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.