*

 

Bezuinigen zonder kwaliteitsverlies?

door Frits van Exter − 31/03/06, 21:51

Sommige lezers zijn geschrokken van het nieuws dat Trouw moet bezuinigen. Wij ook. Vorig jaar om deze tijd waren wij vol goede moed. De overstap naar het compacte formaat in februari bleek een succes. De oplage groeide. De begroting rekende voor het eerst in lange tijd op een kleine winst. Maar na de zomer stortte de advertentiemarkt voor dagbladen verder in zonder zicht op herstel. ,,Ik snap het rationeel”, schreef een lezer, ,,maar ik vind het wrang.” Wij ook.

Inkomsten uit advertenties zijn net zo vitaal als abonnementsgelden. Oneerbiedig gezegd, bieden kranten een publiek aan adverteerders. Maar meer adverteerders denken dat zij hun publiek beter en goedkoper elders kunnen bereiken. Op internet bijvoorbeeld. Kranten profiteren daar wel van met hun websites, maar de spoeling is dun.

Ook bij voortzetting van de huidige oplagegroei, zouden we toch dieper in de rode cijfers komen.

Wij moesten wat doen, niet omwille van onze eigenaren, zoals sommige collega’s van andere media opperen, maar omwille van de krant. Wie dagelijks meer dan driehonderdduizend mensen bereikt en stevig aan zich bindt, heeft iets wezenlijks te verliezen.

Terecht vragen lezers zich af of bezuinigen niet al het begin is van een verlies. Sommigen zeggen dat ze dan liever meer abonnementsgeld betalen. Maar andere lezers voelen daar duidelijk minder voor. Begrijpelijk, want een krant moet betaalbaar blijven. Er zijn genoeg lezers die zelf ook moeten bezuinigen. Dus dat doen wij dan ook.

Maar wat zult u ervan merken? Minder kwaliteit? Het eerlijkste antwoord is: ik hoop het niet. Hoe weinig wervend dat misschien ook is, wie aankondigt dat 20 van de 138 arbeidsplaatsen op de redactie (en ondersteunende afdelingen) moeten verdwijnen, kan moeilijk volhouden dat dat geen verschil maakt. Alsof het werk van twintig collega’s (of meer, want er werken bij ons veel mensen in deeltijd) er niet toe zou doen. Dat zou de boodschap nog pijnlijker maken.

Er zal verschil zijn. Het enige wat je kunt doen is proberen het zo klein mogelijk te houden. U zult moeten vaststellen of wij daarin voldoende slagen.

In managementboeken valt te lezen dat er in elke organisatie altijd de mogelijkheid is om tien procent te besparen door het slimmer en beter te doen. Zulke gemeenplaatsen doen het altijd goed op cursussen en aan de bar, maar het is wijsheid met een natte vinger. Toch denken wij dat er te winnen valt door ons beter te organiseren. Hoe pijnlijk bezuinigen ook is, het dwingt je om zo kritisch mogelijk te kijken naar je werkwijze.

Maar tot welke besparing dat ook leidt, het zal niet genoeg zijn. Uiteindelijk zullen we ook inhoudelijke keuzes moeten maken: wat gaan we minder doen, wat blijven we doen en wat moeten we eigenlijk meer doen?

Het gaat niet alleen over kwaliteit; de breedte en de diepte van de informatie. Het gaat ook over de identiteit . Die kan wel een stootje hebben –niet elk bericht of elke rubriek draagt daar even sterk aan bij– maar ergens ligt een kritische grens. Als je daaronder gaat, verpieter je.

Toevallig kwam ik deze week een Zuid-Afrikaanse hoofdredacteur en uitgever tegen. Zij maken een krant voor arbeiders in de zwarte woonwijken buiten de grote steden. De redactie is klein, de krant is zo goedkoop mogelijk. Het is in onze ogen misschien een wat al te rauwe tabloid (veel aandacht bijvoorbeeld voor zwarte magie, maar dat is nu eenmaal een werkelijkheid voor de meeste lezers in Soweto en andere wijken) maar de krant is gemaakt met een passie om de burgers, die nog niet zo lang geleden niet vrij waren, te wapenen met informatie. In het gesprek over formaten, vormgeving, bezuinigen en wat al niet, zei hij: ,,Vergeet niet dat een krant ook een ziel moet hebben.”

Degenen met het sterkste karakter hebben de beste kansen. Daar komt het nu ook voor ons op aan.

mailIcon print |