*

 

Armoede / Meedoen kost soms te veel

Joost van Velzen − 31/03/06, 13:53

Armoede is terug op de agenda. Verkiezingsdebatten gingen over voedselbanken en achterstanden. Heeft Nederland inderdaad een armoedeprobleem? Opiniemakers geven de komende weken hun visie. Vandaag: Godfried Engbersen, de bekendste armoedeonderzoeker, vindt dat het probleem wordt overdreven.

Met armoede is iets vreemds aan de hand. Zo hoor je er jaren niets over, zo beheerst het de verkiezingsdebatten, zoals afgelopen maand gebeurde. Maar armoede-onderzoeker Godfried Engbersen is niet verrast. ,,Integendeel. Dit was bijna voorspelbaar. Eens in de zoveel tijd wordt armoede herontdekt. In de jaren dertig, toen de 'lage-inkomensgroepen' in beeld kwamen. In 1965: de 'laagstbetaalden'. In 1985: de 'minima'. En nu: 'armoede' - het is lang geleden dat dat woord werd gebruikt. Het gebeurt meestal in een periode dat het economisch net weer iets beter begint te gaan. Zoals nu. Het zat eraan te komen. Opeens hoor je ook weer discussie over de 'onderklasse', waarover sommigen apocalyptische beelden schetsen. Ook dat woord is terug."

Het maakt hem wat ambivalent, zegt de bekendste armoededeskundige van Nederland. Godfried Engbersen (47) is blij met de grote maatschappelijke belangstelling voor het probleem van de armoede. Hij doet al sinds midden jaren tachtig onderzoek, aanvankelijk door zelf in een arme wijk te gaan wonen, de laatste jaren als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. Het woord 'armoede' is een lastig woord, vindt hij. “Als je over armoede spreekt in een van de rijkste landen van de wereld, pas dan op voor inflatie. Het woord wordt te makkelijk gebruikt."

Juist als je het probleem serieus wilt nemen, zegt hij, moet je het niet overdrijven. ,,En dat gebeurde de afgelopen tijd wel." Het klopt enerzijds dat armoede toeneemt. Sinds 2002 ziet hij de cijfers, na een jarenlange daling, weer stijgen.

Maar Engbersen vindt dat er tijdens de lokale verkiezingscampagnes 'politiek misbruik' is gemaakt van het onderwerp armoede, door alle partijen. ,,Ik hoor weinig realistische beschouwingen. De ene keer wordt het probleem overdreven, en rekent men zich om politieke redenen rijk aan het aantal armen. De andere keer wordt het probleem onder de tafel geveegd."

Hij ergerde zich aan SP-leider Jan Marijnissen, die op televisie luidkeels 'Schande!' riep over het bestaan van voedselbanken. Of op PvdA en GroenLinks, die in hun folders hetzelfde deden. Te makkelijk, vindt Engbersen.

,,De schande van de voedselbanken wordt overdreven. Er zijn achtduizend mensen in Nederland die er een voedselpakket krijgen. Het is terecht dat er aandacht komt voor hun problemen, die ingewikkelder zijn dan alleen een lage uitkering. Tachtig procent heeft schulden, het gaat ook om consumptiegedrag. Maar dat ze bij een voedselbank aankloppen toont wel aan dat het vangnet van de bijstand niet goed werkt. Het is erg dat achtduizend mensen weer afhankelijk zijn van charitas. Maar achtduizend is een heel beperkt aantal. Je moet het probleem niet groter maken dan het is."

Hij ergert zich ook aan minister Zalm, die meent dat echte armoede niet meer kan bestaan, omdat de lage inkomens van nu voordelig afsteken bij de armoede van de jaren vijftig. ,,Ook dan neem je het onderwerp niet serieus. Armoede van nu is 'moderne armoede'. Maar net als vroeger gaat het om de vraag of je 'mee kunt doen'. Of je kinderen een computer hebben voor hun huiswerk, of ze naar sport kunnen. Dat is in wezen hetzelfde als waar de econoom Adam Smith het in de 18de eeuw al over had. Hij zag dat mensen de fundamentele waarde nastreven om in het openbaar te kunnen verschijnen zonder zich te hoeven schamen. Toen was je arm als je geen schoenen had."

Eerst maar eens de cijfers. Godfried Engbersen kent ze uit het hoofd. Veelgehoord was de afgelopen maanden de stelling dat ruim tien procent van de Nederlandse huishoudens in armoede leeft. Dat zijn 674000 huishoudens. ,,Dat is retoriek. Die tien procent zijn de mensen met een laag inkomen, rond het sociaal minimum. maar die mag je niet zomaar tot 'de armen' rekenen. Een laag inkomen is vaak een tijdelijke zaak. Van armoede kun je pas spreken als mensen langdurig een laag inkomen hebben. Dat zijn 410000 huishoudens, volgens de laatste tellingen van het CBS, onder wie veel eenoudergezinnen, met in totaal 100000 kinderen. Een deel daarvan redt zich, een ander deel niet. Het echte armoedeprobleem betreft een paar procent van de bevolking. De kunst is om dat probleem zeer serieus te nemen, zonder het te groot te maken, en zonder de mensen in kwestie zelf de schuld te geven."

Engbersen beschrijft zichzelf in het debat als een 'idealist en een beetje een cynicus'. Aan de ene kant gelooft hij dat armoede oplosbaar is. Maar hij ziet ook in onderzoeken hoe moeilijk het is juist van de 'harde kern' van de mensen met lage inkomens het lot te verbeteren. ,,Ik blijf geloven dat het kan, met de juiste aanpak. Maar ik zie ook hoe de aandacht voor de emancipatie van maatschappelijk kwetsbaren is afgenomen. Je hoort weer dat het 'eigen schuld' is. Mensen moeten het zelf maar oplossen."

Hij pleitte onlangs voor een groot actieplan, om 100000 jongeren aan stageplaatsen te helpen in het vmbo en het mbo, jongeren die nu vroegtijdig de school verlaten en werkloos thuis gaan zitten. Godfried Engbersen bepleitte verder om extra hulp te bieden aan de eenoudergezinnen, de groep die het meest kwetsbaar is voor armoede.

Gericht kijken welke groep lage inkomens welk soort hulp nodig heeft, is de enige remedie, zegt hij. ,,Dat heb ik al geleerd in de jaren tachtig, toen ik de leefwereld van langdurig werklozen onderzocht. Ik heb toen in Rotterdam als jonge socioloog veel rondgelopen in arme wijken. Een tijd ben ik als onderzoeker gaan wonen in het Nieuwe Westen, een multiculturele wijk in Rotterdam. Ik kende armoede niet van dichtbij. Zelf had ik als kind uit een keurig middenklassegezin in een nieuwbouwwijk alleen maar welvaart gekend."

"Ik heb toen van dichtbij gezien en gehoord dat armoede veel ingewikkelder is dan alleen een inkomensplaatje. Ik zag dat veel mensen die in naam arm waren, hun kostje wel bij elkaar scharrelden, bijvoorbeeld met zwart werk. Maar andere waren nog veel armer dan de papieren werkelijkheid deed geloven. Mensen hadden schulden, zaten zonder uitzicht op werk in een uitkering, waren totaal afhankelijk van de sociale dienst. Ze werden door de bureaucratie van de verzorgingsstaat aan hun lot overgelaten. Ik was geschokt door de onverschilligheid van de instituties."

In die tijd leefden veel meer Nederlanders op het sociaal minimum dan nu. In 1990 moest 15 tot 20 procent van de huishoudens rondkomen van een sociaal minimum, twee keer zoveel als nu - al is het niet terecht om die hele groep 'arm' te noemen. ,,De problemen waren toen veel groter dan nu", erkent Engbersen. ,,Maar er is daarna hard aan gewerkt om ze op te lossen."

Daarbij speelde hij zelf een prominente rol. Engbersen was op de achtergrond een van de inspirators van het paarse beleid om via 'werk, werk, werk' mensen uit de uitkering te krijgen - bijvoorbeeld via gesubsidieerde banen. Hij stelde dat armoede niet wordt opgelost door mensen simpelweg een hogere uitkering te geven. ,,De overheid moet mensen activeren, ze helpen uit hun isolement te komen door ze aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Dat gebeurt ook. Maar ook door als overheid actief hun economische lotsverbetering mogelijk te maken. Hij was het er niet mee eens dat het kabinet-Balkenende de gesubsidieerde banen weer afschafte en de bijzondere bijstand inperkte. ,,Er is bezuinigd op armoedebeleid in een tijd dat het economisch slecht ging. Dan vergeet iedereen de armen weer. Dat wreekt zich."

Die bezuinigingen hadden ook een ideologisch motief: de huidige regering vindt dat armoede het best bestreden kan worden door mensen te prikkelen en hen zelf verantwoordelijk te maken voor hun situatie. Voor zichzelf ziet de overheid een minder actieve rol.

Engbersen ziet hoe ook buiten de politiek het debat van toon is veranderd. ,,Ik juich het toe dat het principe 'voor wat hoort wat' geldt, als je een uitkering krijgt. Als je kunt werken, moet je werken. Ook als je een alleenstaande moeder bent, bijvoorbeeld. Maar ik vind de balans doorgeschoten. We zijn aanbeland bij het klassieke probleem: is armoede eigen schuld? Bestaat er zoiets als een onderscheid tussen 'echte' en 'onechte' armoede, tussen armoede die 'onverdiend' is en die 'eigen schuld' is? Zie de boeken van de Britse psychiater Dalrymple, die vindt dat de onderklasse haar ellendige bestaan te wijten heeft aan haar eigen gedrag. Je hoort het nu ook politiek vertaald. 'Hebben we 40 procent jeugdwerkloosheid? Stuur die knullen naar de kazerne! Het is een gedragsprobleem!' Ik vind dat een doorgeschoten analyse. Voor sommige jongens is de kazerne vast heel gezond. Maar de brede oplossing is dat de overheid zorgt dat veel meer jongeren hun school afmaken en werk vinden.“

,,Het kan niet kloppen dat gedrag de belangrijkste oorzaak is van armoede. Ja, er is een kleine groep armen die niet wil werken, en kiest voor die uitkering. Maar je mag de extremen niet vertalen naar de hele groep. Het verleden heeft bewezen dat de meerderheid van de mensen met een uitkering, zodra de economie goed draait, haar kansen grijpt. Dat zal ook nu weer gebeuren."

In zijn eigen onderzoeken naar 'moderne armoede' signaleerde Godfried Engbersen wel dat het rondkomen op het sociaal minimum een zekere handigheid vergt. ,,Niet goed om kunnen gaan met geld is een enorm probleem. Mensen maken schulden die ze niet aankunnen. Ook omdat ze 'mee willen doen'.

Helaas worden juist de mensen die niet handig zijn, en zichzelf in de nesten werken, door de hulpverlenende instanties vaak niet goed geholpen, zegt hij. ,,Ze hebben recht op extra geld, maar krijgen dat niet. In het onderzoek naar de klanten van de voedselbanken zag je dat vijf van de zes klanten werden omringd door hulpverleners. Maar als ze recht hadden op extraatjes via de bijzondere bijstand, was dat vaak niet geregeld. Hulpverleners falen, er is in onze verzorgingsstaat een enorme bureaucratie die te weinig presteert. De instellingen dragen vaak eerder bij aan het probleem dan dat ze het oplossen. Laten hulpverleners weer op huisbezoek gaan. Geef bemoeizorg. Regel de kinderopvang voor die bijstandsmoeder. Heel ouderwets. Maar ik vind het een verkeerd signaal om zulke mensen te verwijzen naar de voedselbank. De overheid moet de armen beter helpen dan ze nu doet."

mailIcon print |