Goed nieuws voor wie tuk is op negerzoenen maar het woord verfoeit. Vanaf half april zijn ze verkrijgbaar als Zoenen van Buys, belooft fabrikant Van der Breggen op zijn site.
Buys – in 1997 aan Van der Breggen verkocht -- was het bedrijf dat in 1920 begon met de productie van de met chocola bedekte schuimbollen. In Nederland werden ze negerzoenen gedoopt; in Vlaanderen, waar men iets verder afdaalde, negerinnentetten. De laatste tijd rees tegen negerzoenen zoveel protest dat Van der Breggen besloot tot overdopen.
Hetzelfde deed, vorig jaar, de importeur van het snoepgoed van druivensuiker dat vanouds jodenvet heet, maar nu als borsthoning aan liefhebbers wordt aangeboden.
Kortom, het gaat de goede kant op met de sanering van Neêrlands woordvoorraad, maar er valt nog schrikbarend veel te doen. Recente voorstellen om tevens de moorkop en de blanke vla te her-etiketteren en zigeunersaus voortaan als Roma- en/of-Sinti-saus te consumeren, zijn weinig meer dan een druppel op een gloeiende plaat vol discriminatoire en etnocentrische smetten.
Ook de blanke top der duinen zal eraan moeten geloven, evenals, uiteraard, négeren. Tegen afschaffing van negorij/negerij zullen etymologen aanvoeren dat het met neger niets te maken heeft, maar wie anders beseft dat? Weg ermee.
Eveneens rijp voor de sloop zijn uitdrukkingen die huidige en toekomstige EU-vrienden in een vals daglicht kunnen stellen. Engelse ziekte, Franse ziekte (syfilis), Franse slag en Franse verschoning (alleen een schoon boordje omdoen), Griekse beginselen, Poolse landdag, Poolse vlecht (een haarziekte) en Turkse tafelschel (hoer) – dit alles zal in de opruiming moeten.
Dan hebben we nog de misdeelden binnenslands die naar rehabilitatie haken. De kruidenier die model staat voor kleingeestigheid bijvoorbeeld, de echte ambtenaar, het viswijf en de boerenpummel met z’n boerentrien. En niet te vergeten de velen wier voornaam spotters verleidt tot associaties met jandoedel, janhen of jansul, Piet Snot of pietlut, gekke Henkie, excuus-Truus of alibi-Jet. Ook zij hebben recht op humanitaire opschoning van wat vaak ten onrechte onze woordenschat heet.
Zeker, aan de feitelijke discriminatie van negers en hun vele lotgenoten verandert het allemaal niemendal. Maar is het – op 1 april – geen winst dat wie daaraan hun handen vuil maken, in elk geval prat kunnen gaan op een schone mond?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.