(Novum) - De graven die in november 2004 werden gevonden in het Drentse Coevorden tijdens de aanleg van een bedrijventerrein waren waarschijnlijk van kindsoldaten uit de Tachtigjarige Oorlog. Dat staat in een onderzoeksrapport van een archeologisch adviesbureau dat vrijdag aan wethouder Peter Snijders van cultuur wordt aangeboden. Dit meldt de gemeente.
Volgens het rapport zijn de graven waarschijnlijk van jonge soldaten die zijn omgekomen tijdens gevechten rond Coevorden. Hierover bestaat echter geen zekerheid, zegt Annet Boon, beleidsmedewerker archeologie bij de gemeente Coevorden. De vijf graven bestaan uit drie enkele en een dubbel graf. Daarin zijn bot-, gebits- en schedelresten gevonden, maar ook kledingresten, spijkers, houtresten, en kogels. De jongste dode was een kind van 3,5 tot 8 jaar, een ouder kind was vermoedelijk tussen de 9,5 en 14,5 jaar oud. De drie oudsten werden geschat op tussen de 12 en 18 jaar, tussen de 11 en 19 jaar en op 17 à 18 jaar.
De graven liggen allemaal in de richting oost-west en daarom gaan de onderzoekers ervan uit dat ze uit dezelfde tijd afkomstig zijn. Een dergelijke vondst is in Nederland volgens archeoloog Ten Anscher 'vrij uitzonderlijk'. Een vergelijkbare vondst werd eerder gedaan bij Breda, dat in 1637 werd belegerd door Staatse troepen. De archeologen sluiten niet uit dat in de omgeving van de vindplaats nog meer graven liggen, omdat het gebied indertijd onderdeel was van het slagveld.
De vestingstad Coevorden werd in 1592 belegerd en bevrijd van de Spanjaarden door het leger van prins Maurits. Ook in de zeventiende eeuw waren er in de omgeving gevechten waar deze vondst mee te maken zou kunnen hebben. Volgens de onderzoekers werden tijdens belegeringen slachtoffers meestal niet op een kerkhof begraven maar buiten de stad, net als de vijf gevonden lichamen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.