Drie keer de Willemstad rond, over de wallen en door straten met mooie kinderkopjes.
Willemstad is – met Naarden en Heusden – de mooiste vestingstad van Nederland. En als er niet te veel auto’s worden toegelaten, de állermooiste. Supergaaf bewaard gebleven, vriendelijk van sfeer en barstensvol historie. Achter elk gebouw gaat een verhaal schuil, in iedere straat liet de geschiedenis haar sporen achter.
Dat heb ik niet alleen van mezelf: ook de makers van de Bosatlas zijn dol op ’de’ Willemstad. Zij tonen al jaren in elke nieuwe editie een hele pagina over de fraaie omwalling en het stratenpatroon. Die schoonheid proef je het beste te voet, al is dat niet altijd even comfortabel. De Kerkring en de Voorstraat zijn geplaveid met ’kinderkopjes’: prachtig om te zien maar lastig op hoge hakken.
Begin daarom maar met een wandeling over de wallen, die hier overigens heel andere associaties oproepen dan in Amsterdam. Willem van Oranje stichtte Willemstad in 1583 als een stervormige vesting met zeven bastions op de strategische noordwestpunt van Brabant. Na zijn dood (1584) nam Maurits de inrichting van het stadje voor zijn rekening. De bastions werden genoemd naar de zeven provinciën van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Lopend over de wallen passeer je ze een voor een. Ze liggen er in puike conditie bij. Je kunt op drie niveaus lopen: onderlangs de wallen en bijna-boven, maar ook helemaal bovenover. Daar heb je een machtig uitzicht over de vestinggracht, de Singel, het polderland en het stadje zelf.
Elk bastion heeft z’n eigen sfeer en functie. Vanaf Gelderland kijk je uit over het razend drukke Hollands Diep en een stenen muur (de Westbeer) die vroeger diende om het buitenwater te keren en het water van de vestinggracht binnen te houden. Er is ook een Oostbeer, met een ’monnik’ in het midden, een klein torentje dat vroeger de vijand verhinderde de vesting binnen te komen. Er zijn ook nog veel bunkers uit de Tweede Wereldoorlog, jarenlang het domein van de schillenboer of van een aardappelhandelaar, maar nu schoon en toegankelijk.
Bastion Zeeland, in de volksmond de Batterij, wordt gebruikt voor feesten en partijen. Er is een muziektent en er kan gesport worden. Op Utrecht, aan het einde van het Molenpad, staat een voormalig kruithuis. Dat werd op last van Napoleon gebouwd en is nog steeds getooid met diens keizerlijke lauwerkrans en kapitale letter N. Het gebouw huisvest nu de scouting. Op Friesland staat ook een kruithuis: het is overdekt met aarde als bescherming tegen de bommen en granaten, die de Franse troepen in 1793 op Willemstad afschoten.
Op Overijssel staat nog het sluisje dat vroeger bij eb openging om de als riool gebruikte sloten te laten leeglopen op het buitenwater en bij vloed schoon water de stad in spoelde. Dit systeem functioneert nog steeds. Vanaf bastion Groningen stond geschut gericht op het Hollands Diep. Nu is het een ideale plek om het havengezicht te fotograferen.
We komen langs de Orangemolen (1734). Hier moesten alle boeren van Willemstad in vroeger jaren, op last van de prins, verplicht hun graan malen – reden waarom zij ook wel spraken over de dwangmolen. Via Boven- of Benedenkade bereiken we het oude raadhuis, in 1587 gebouwd voor 2400 carolusguldens en gefinancierd door prins Maurits. Het gebouw deed onder meer dienst als kerk, schuilkelder en museum. Het is ontelbare malen vereeuwigd, maar welk gebouw in Willemstad eigenlijk niet?
Toen het raadhuis nog raadhuis was, gold het middenpad op de Voorstraat als trouwlaantje dat bruidsparen rechtstreeks naar de Koepelkerk bracht. De huizen op nummer 1 en 3, nu de Vierheemskinderen genaamd, werden in 1811 bij een bezoek van Napoleon voor één dag tot keizerlijke residentie omgedoopt.
De Koepelkerk is het beeldmerk van de stad. Het gebouw bestaat dit jaar 400 jaar en is daarmee de oudste kerk die in Nederland voor de protestantse eredienst werd gebouwd. Achtkantig, exemplarisch voor de calvinistische standvastigheid. Alle banken zijn gericht op de kansel, de kerk is verstoken van uiterlijke pracht en praal. En toch is het een schoonheid van een monument. Het jubileum is onlangs met gepaste bescheidenheid gevierd. De kerk heeft een roerige geschiedenis. Zo deelde zij in de beschieting door de Fransen in 1793, werd door 18 voltreffers geraakt in de Tweede Wereldoorlog (waardoor restauratie hard nodig was) en brandde enkele dagen voor de heropening in 1950 af. De inwoners van Willemstad, ongeacht hun geloofsachtergrond, stonden erbij en lieten hun tranen de vrije loop.
Een ander topmonument is het Mauritshuis aan de Hofstraat. Maurits wilde dit als onderkomen wanneer hij weer eens ’in de stad’ was. Het was amper gereed toen de prins overleed. Later diende het onder meer als gouvernement, magazijn, hospitaal, rijkspostduivenstation en wooncomplex. In 1973 werd het gemeentehuis; in 1997 verloor het die functie bij de gemeentelijke herindeling. Nu is het museum, VVV en trouwlocatie. Op het terrein rondom het Mauritshuis staat een ’kaak’ (een schandpaal), een beeld van Franse soldaten en een oorlogsmonument. En er staat op diverse plaatsen een grenspaal met de letter O (van het ministerie van Oorlog), uit de tijd dat Willemstad officieel vesting was.
Via het oude kazerneterrein lopen we naar de Kerkring en verlaten de vesting via de Landpoortstraat. Net buiten de wal ligt het Ravelijn, dat een rol speelde bij de verdediging van de Landpoort. Hier voert de route door de auto- en brommervrije Singel. Een idyllisch stukje, dat deze stadswandeling extra bijzonder maakt.
Bij de hoge rivierdijk keren we terug naar het stadje. Langs de oude vuurtoren en het ’Belgenkerkhof’ met graven van 134 Belgische krijgsgevangen soldaten die 30 mei 1940 tijdens transport op het Hollands Diep op een mijn liepen en omkwamen. Elk jaar worden zij herdacht door landgenoten en inwoners van Willemstad. Via de waterpoort (zie de waterstand in 1953 op de muur) keren we terug naar de Bovenkade.
iDe grootste verzameling wandel- en fietstochten op www.trouw.nl/natuurtochten© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.