De opheffing van het bordeelverbod heeft niet gebracht wat ervan werd verwacht. Eerder berichtte Trouw over de Amsterdamse Wallen die op de schop gaan en over seks onder het mom van massage in Den Haag. Vandaag het derde en laatste deel van een serie: prostituee Anna, zelfstandig ondernemer.
Ze werkt van negen tot vijf en als ze rond zessen in de rij in de supermarkt staat, doet niets vermoeden dat Anna een uur geleden nog achter het raam in de Geleenstraat in Den Haag het oudste beroep van de wereld uitoefende. De opheffing van het bordeelverbod, zeven jaar geleden, moest haar positie als prostituee verbeteren, een mogelijk pooierverbod levert haar volgens een meerderheid van de Tweede Kamer een optimale werksituatie op. „Ik weet niet op welke planeet die mensen leven, maar met de werkelijkheid heeft het niets te maken”, zegt de 32-jarige Anna, die enigszins haast heeft, want haar achtjarige dochter moet van de sportvereniging worden gehaald.
„Door de legalisering van het bordeelverbod betaal ik me alleen blauw aan belastingen. Wij prostituees kregen slechts de plichten van een degelijke burger, nooit dezelfde rechten,” vertelt ze als haar dochtertje rond acht uur eindelijk op bed ligt. „Nu dat pooierverbod weer. Sinds de legalisering heb ik nog maar één pooier en dat is de overheid.”
Anna zit al veertien jaar in het vak, na de opheffing van het bordeelverbod werd ze zelfstandig ondernemer en begon voor zichzelf. Sinds haar achttiende werkt ze ’achter het raam’ op de Geleenstraat in Den Haag. „Ik had een prima jeugd, ik heb zelf voor dit vak gekozen. Mijn familie en vrienden weten ervan.”
Door het gedoogbeleid betaalde ze toen slechts de huur van haar peeskamer en aangezien haar inkomen voor de overheid ’niet bestond’, kon ze de rest van haar inkomen in haar zak steken. „Het gedoogbeleid had zo zijn voordelen, maar ik was voorstander van legalisering, want daardoor kon ik zelfstandige worden en net als de bakker of de kapper zouden bepaalde kosten van de belasting aftrekbaar worden. Ik zou bijvoorbeeld een hypotheek kunnen krijgen.” Maar de praktijk bleek weerbarstiger: „Ook al betaal ik netjes mijn belastingen en premies, een huis kopen of auto leasen zit er niet in. Geen bank die met mij in zee wil gaan. Daar zit je dan met je gelegaliseerde boekhouding of loonstrookje.”
Een veelgehoorde klacht, zegt woordvoerster Metje Blaak van De Rode Draad, de belangenorganisatie voor prostituees. „Het schimmige imago dat rond het vak hangt, werkt niet in het voordeel van de vrouwen. Het vak is dan wel gelegaliseerd, maar het blijft moeilijk zaken doen met financiële instellingen.”
Een meerderheid van de Tweede Kamer ging vorige maand akkoord met een zogenoemd pooierverbod. Dit om uitbuiting en misbruik van prostituees tegen te gaan. Maar Blaak is ervan overtuigd dat de Kamerleden een overbodige wet willen invoeren. „Het is nu al verboden om vrouwen uit te buiten of te mishandelen, zo’n wet zou dubbelop zijn. Omdat de motie werd ingediend door de christelijke partijen, vermoed ik dat ze eigenlijk het souteneurschap willen verbieden, de uitbaters van de peeskamers.”
De inmiddels gescheiden Anna vraagt zich af hoe de overheid een mogelijk pooierverbod wil handhaven. „Mijn ex was tijdens ons huwelijk mijn pooier, althans zo had je hem kunnen noemen. Hij nam mijn zaken waar en omdat hij geen baan had, was ons gezin afhankelijk van mijn inkomen. Maar ik ken meer mannen die onderhouden worden door hun vrouw, zijn dat dan allemaal pooiers? Wat te denken van al die huisvrouwen die hun leven lang afhankelijk zijn van het inkomen van hun mannen? Zijn dat allemaal hoeren?”
In de dagen dat prostitutie slechts gedoogd werd, verdiende Anna genoeg om een redelijk normaal leven te leiden: twee dure auto’s voor de deur en drie keer per jaar op vakantie. „Toen had ik nog niet het gevoel dat ik de hele dag op mijn rug doorbracht om de overheid te spekken. Nu heb ik dat gevoel elk kwartaal weer, als ik een paar duizend euro aan belastingen moet overmaken.” Als daar, zoals bij elke normale ondernemer, enkele rechten tegenover zouden staan, zou ze haar werk nog altijd met plezier doen. „Maar de fun is er ondertussen wel uit.”
In januari wordt Anna geopereerd aan haar baarmoeder. Dat betekent dat ze een tijd niet zal kunnen werken. „Omdat ik tot een risicogroep behoor, zijn de verzekeringspremies tegen ziekte onbetaalbaar. Ik zit dan een tijd zonder inkomen. Ons vak is voor de belastingdienst uit de illegaliteit gehaald, maar tegen de hypocrisie in de maatschappij is nog geen middel gevonden.”
De kamer aan de Geleenstraat die ze voor 1500 euro per maand huurt om te werken is niet aftrekbaar en dat geldt voor meer goederen die ze voor haar werk moet aanschaffen. „Condooms, glijmiddelen, doktersbezoeken, het is allemaal voor eigen rekening. Soms vraag ik me af waarom ik het nog doe.”
Een andere baan is voor de Rotterdamse voorlopig geen optie. Ze wil het vak uitoefenen zo lang haar lichaam het aankan, maar overweegt ook te stoppen als haar dochter op de leeftijd komt dat ze verantwoording moet gaan afleggen aan de buitenwereld.
„Ik vind mijn werk erg leuk, ik heb vaste klanten met wie ik door de jaren heen een bijzondere band heb opgebouwd en ik ben goed in mijn vak.”
Tegelijkertijd begrijpt ze wel dat veel mensen gruwen bij het idee. „Dat is jammer, vrouwen van plezier hebben altijd bestaan, maar de meerderheid van de bevolking doet alsof het een gevaarlijk en minderwaardig beroep is. Daarom hebben politici ook zo’n verwrongen beeld van prostitutie. Niet elke vrouw achter het raam wordt uitgebuit of zit daar tegen haar zin. Al ken ik natuurlijk ook die verhalen van Oost-Europese vrouwen die hiernaartoe gelokt zijn en ’gevangen’ worden gehouden in de prostitutie.”
Anna vraagt zich af of die vrouwen allemaal wel de waarheid spreken. „Het kan toch niet zo zijn dat ze allemaal dom en naïef zijn? Er zijn zat vrouwen die voor dit vak gekozen hebben en ik ben er een voorstander van dat we ons werk dan ook in alle veiligheid kunnen doen. Maar dan moet de overheid wel een reëler beeld van ons krijgen. Mij wordt dagelijks door Marokkanen, Turken of Oost-Europeanen gevraagd of zij mijn pooier mogen zijn. Ik ken voorbeelden van meisjes die verliefd worden op zo’n man die misbruik van ze maakt, maar ik snap niet waarom die vrouwen niet naar de politie gaan. Mijn ervaring met de zedenpolitie in Den Haag is dat je maar hoeft te bellen en ze staan voor de deur. Ook meisjes die illegaal in Nederland wonen, hoeven niet bang te zijn dat ze zomaar het land worden uitgezet. De hulporganisaties en zedenpolitie vangen deze meisjes op, ik zie het dagelijks.”
„Het is jammer dat mensen denken dat achter de ramen in Den Haag alleen meisjes met een naar verleden zitten. Nog erger is dat er inderdaad meisjes zijn die al die pooierpraatjes geloven. In ieder geval draai ik al sinds mijn scheiding zonder pooier of beschermer, want mijn zuurverdiende centen zijn voor mij en mijn dochter, en nu dus ook voor Balkenende, helaas.”
De naam van Anna is om privacyredenen gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.