De opzet van deze aflevering van Schoolprestaties, de belangrijkste begrippen en de betekenis van de waardering voor het rendement van scholen op een rij.
Voor de elfde keer presenteert Trouw de bijlage Schoolprestaties, met de rendementscijfers van de Nederlandse scholen in het voortgezet onderwijs. De lijsten hebben een iets andere indeling, maar ze bevatten dezelfde gegevens. Hieronder is de uitleg te vinden.
Andere opzet:
Dit jaar zijn voor het eerst twee lijsten gemaakt. De lezer kan eerst in een oogopslag zien hoe scholen het doen met hun havo's en vwo-afdelingen.
Daarna volgt eenzelfde ovezicht voor alle drie de leerwegen in het vmbo: basisberoepsgericht, kaderberoepsgericht en gemengd/theoretisch.
Tot dit jaar bevatte de bijlage vijf aparte lijsten voor alle niveaus. Om te zien hoe een school het als geheel deed, moest men vijf keer de prestaties opzoeken.
Wat wel is gehandhaafd, is de indeling per provincie. Hierdoor kan men direct bekijken hoe de eigen school- en collegascholen in de omgeving presteren.
De tweede wijziging is het feit dat de prestaties van vorig jaar niet meer zijn vermeld, zoals andere jaren wel gebeurde.
Deze prestaties zijn op te zoeken op de website:
www.trouw.nl/schoolprestaties2006
Hoeveel scholen?
Dit maal zijn de gegevens opgenomen van 472 vmbo’s basisberoepsgerichte leerweg (ba), 481 vmbo’s kaderberoepsgerichte leerweg (ka), 761 vmbo’s gemengde en theoretische leerweg (gt), 481 havo’s en 497 vwo’s.
De cijfers zijn afkomstig van het jaar 2005/2006.
Bron:
De gegevens komen van de onderwijsinspectie. Alleen het ’totaal rendement’ is door Trouw zelf berekend.
Verklaring kolommen
hieronder de uitleg van de genoemde begrippen in de lijsten
Identiteit:
ab = algemeen bijzonder
ev = evangelisch
ic = interconfessioneel
isl = islamitisch
jd = joods
op = openbaar
pc = protestants christelijk
ref = reformatorisch/gereformeerd
rk = rooms-katholiek
sw = samenwerkingsschool.
Aantal leerlingen:
let op: dit zijn de leerlingen die op de gehele vestiging zitten, dus niet alleen de leerlingen in de betreffende afdeling.
Rendement onderbouw:
dit percentage betreft de prestaties van de leerlingen in de eerste twee jaren, met het advies van de basisschool als uitgangspunt. Hierdoor kan het getal oplopen tot boven 100.
Een school die bijvoorbeeld veel leerlingen met vmbo-advies naar de derde klas van de havo brengt, krijgt extra rendementspunten. De berekeningswijze staat op de site van onderwijsinspectie: www.owinsp.nl
Lwoo:
dit zijn de vmbo-leerlingen in klas 3 en hoger die in het leerwegondersteunend onderwijs extra aandacht krijgen.
Adviezen:
hier draait het om leerlingen bij de start van het derde leerjaar die van de basisschool destijds een hoger of lager advies kregen dan ze nu volgen.
Onvertraagd naar diploma:
Dit is het percentage leerlingen dat op school zonder vertraging van de derde klas naar het diploma worden geleid.
Rendement:
De plus/min-notering geeft een indruk van het totale rendement van de scholen in 2006, op basis van het rendement in de onderbouw, in de bovenbouw en het examencijfer. Hierbij wordt géén rekening gehouden met eventuele achterstandsleerlingen en de adviezen van de basisschool.
De scholen met de minste zittenblijvers, beste slagingspercentages en de hoogste examencijfers komen in groep 5 (++, zeer goed).
Scholen met een iets minder goed gemiddelde bevinden zich in groep 4 (+, goed).
Groep 3 (o) is gemiddeld.
Groep 2 (-) is onvoldoende.
Groep 1 (- -) is slecht.
Grenzen:
Hieronder staat per prestatie aangegeven hoe scholen in de vijf categorieën zijn beland.
Rendement onderbouw:
0-88 / 88-94 / 94-98 / 98-103 / 103 of hoger
Onvertraagd naar diploma:
vmbo-ba en vmbo- ka:
0 -77 / 77-84 / 84-89 / 89-93 / 93 of hoger
vmbo-gt:
0-72 / 72-80 / 80-85 / 85-90 / 90 of hoger
Onvertraagd naar diploma:
havo:
0-42 / 42-50 / 50-55 / 55-62 / 62 of hoger
vwo:
0-49 / 49-57 / 57-63 / 63-70 / 70 of hoger
Gemiddeld examencijfer:
vmbo-ba en vmbo-ka:
1 tot 6,0 / 6,0 tot 6,2 / 6,2 tot 6,3 / 6,3 tot 6,5 / 6,5 of hoger
vmbo-gt:
1 tot 6,1 / 6,1 tot 6,3 / 6,3 tot 6,4 / 6,4 tot 6,5 / 6,5 of hoger
havo:
1 tot 6,3 / 6,3 tot 6,4 / 6,4 tot 6,5 / 6,5 tot 6,6 / 6,6 of hoger
vwo:
1 tot 6,2 / 6,2 tot 6,3 / 6,3 tot 6,5 / 6,5 tot 6,6 / 6,6 of hoger
Trouw-oordeel:
Dit bestaat uit het gemiddelde van de scores op onderbouwrendement, percentage leerlingen onvertraagd naar diploma en gemiddeld examencijfer.
Een voorbeeld: een vmbo-kadergerichte afdeling van een school met een onderbouwrendement van 99 procent, valt in groep 4.
Met 87 procent bij ’onvertraagd naar diploma’ valt deze afdeling in groep 3.
Met het gemiddeld examencijfer van 6,4 eindigt de afdeling weer in groep 4.
De school krijgt in totaal 4 + 3 + 4 = 11 punten.
Het gemiddelde van de drie prestaties bedraagt: 3,66 punten, afgerond 4, dus een +.
Inspectieoordeel:
Dit is ook een gemiddelde van de verschillende criteria (rendement onderbouw, onvertraagd naar diploma, eindexamencijfer).
Bij dit cijfer is wél rekening gehouden met de samenstelling van de leerlingen.
De inspectie stopt elk jaar per criteria 50 procent van de scholen in de groep ’gemiddeld’, 15 procent in de groep ‘onvoldoende’ of ’goed’, en 10 procent in de groepen ’slecht’ of ’zeer goed’.
Hierdoor zijn de inspectieoordelen van andere jaren niet met elkaar te vergelijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.