Hele horden Nederlanders scheren er elk jaar vlak langs op hun vakantiereis. De hoge brug van de snelweg E411 (A4) over de Maas nodigt uit tot even opzij kijken, de diepe vallei in. Het uitzicht is prachtig, met die steile, door groen omgeven rotswanden en de stoere rivier in het dal. Halverwege de brug is het moeilijk om de verleiding te weerstaan het hoofd nog wat verder om te draaien en het dal in te kijken, naar de stad Namen. Maar doorgaans blijft het daarbij. De blik gaat weer vooruit, op naar het warme Zuiden. Het groen rond de snelweg onttrekt Namen direct aan het zicht en doet haar snel vergeten.
Toch is het zeer de moeite waard om hier eens de afslag te nemen. Namen, Namur voor Les Namurois, onderscheidt zich namelijk in vele opzichten van andere Waalse steden. De stad is opvallend goed ontsnapt aan de vele aanvallen op de stedelijke schoonheid, zoals de beide wereldoorlogen, de industriële revolutie en de naoorlogse stedenbouw. Militair was de stad in de vorige eeuw allang niet interessant meer en de winning van kolen en de productie van staal concentreerden zich rond Charleroi en Luik, die ooit bloeiden bij hun industrie, maar nu in haar malaise zijn meegesleurd.
Namen is op heel andere pijlers gebouwd, namelijk op die van het leger en de kerk. Door de strategische ligging, op de plaats waar de rivier de Sambre samenvloeit met de Maas, is Namen altijd een garnizoensstad geweest. De constante aanwezigheid van militairen bracht Namen zowel stijve discipline als bloeiende prostitutie en bovendien een soort veiligheid waarin niet alleen het katholieke establishment, maar ook de kunst en de cultuur konden gedijen.
Zo kon Le vieux quartier, de oude stadswijk, zich in de negentiende eeuw ontwikkelen tot ’het Montmartre van het Noorden’, een waar toevluchtsoord voor bohémiens. Talloze schrijvers, dichters en kunstenaars vonden er een voedingsbodem. Zelfs Vincent van Gogh zou er bij tijd en wijle hebben vertoefd.
Nu is Namen een kalme, aangename stad die in 1980 nieuw elan kreeg door het feit dat de Waalse deelregering en het Waals parlement er neerstreken. Ze wilden ermee benadrukken hoezeer ze zich onderscheiden van de federale overheid en hoe dicht ze staan bij hun eigen burgers. Stiekem ligt het zwaartepunt van de macht in Wallonië overigens meer in Charleroi en Luik, waar de meeste aanhangers wonen van de almachtige Parti Socialiste, en in Bergen (Mons) waar PS-topman Elio di Rupo de scepter zwaait. Met haar stoere aanzien als vestingstad hoeft Namen zich aan die realiteit echter niet te storen.
Bovendien, Namen is eigenlijk toch het liefst een cultuurstad. Dat onderstreept ze met vijftien musea en een hoop jaarlijks terugkerende evenementen. Dit jaar maakt Namen ook deel uit van de ’Grote Europese regio’ waarin Luxemburg de culturele hoofdstad is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.