*

 

Als bariton verliest Werther zijn extatische, manische gekte

Peter van der Lint − 07/12/07, 02:27

Opera

Symfonieorkest van de Munt, solisten olv Kazushi Ono met ’Werther’ van Jules Massenet in een regie van Guy Joosten op 4/12 in Koninklijke Muntschouwburg, Brussel. Te zien t/m 23/12, info: www.demunt.be

Het is een benauwende biedermeierwereld die regisseur Guy Joosten ons voorschotelt in ’Werther’ (1892) van Jules Massenet. Zijn zeven jaar oude enscenering, gemaakt voor Wenen en daarna te zien in Kopenhagen, bereikte dinsdagavond de Koninklijke Muntschouwburg van Brussel. Intendant Peter de Caluwe gebruikt Joostens productie voor een interessant experiment. De ’normale’ versie met een tenor in de titelrol wordt hier afgewisseld met de versie die Massenet later schreef voor sterzanger Mattia Battistini: een bariton!

Tenor of bariton maakt voor Joostens enscenering niet uit; die blijft even aangrijpend en meesterlijk. Voor de muzikale kleur, het effect van Werthers hartverscheurend lijden, daarentegen des te meer. De première was dinsdag gereserveerd voor de baritonversie, tegenwoordig nog maar zelden gespeeld. Ludovic Tézier was qua stem en voorkomen welhaast de ideale Werther, op één klein puntje na: hij is een bariton. Hoe goed, welluidend en vol overgave Tézier ook zong, steeds resoneerden in je hoofd, als onverwachte boventonen, de overbekende tenorale topnoten mee. Die zijn bijna verplicht om de extatische, manische gekte van Werther hoorbaar te maken. Vooral de grote scène ’Pourquoi me réveiller’ was hier ronduit teleurstellend. Nogmaals, het lag niet aan de geweldig zingende Tézier, maar aan het het feit dat Massenet al die heerlijke hoge noten naar beneden had getransponeerd.

Een tenor werd dus node gemist, in dit op Goethe gebaseerde burgerdrama, waarin Charlotte haar stervende moeder beloofd heeft met Albert te trouwen en voor de andere kinderen te zullen zorgen. Een amoureuze sprong in het diepe met de geëxalteerde Werther zit er voor Charlotte niet in, hoe graag ze ook zou willen. Deze gekmakende spagaat werd door Jennifer Larmore heel mooi uitgespeeld. Zelfs toen ze met haar rug naar de zaal stond op het moment dat Werther plots terugkeert, sprak haar lichaamstaal boekdelen. Daarbij zong Larmore verschroeiend mooi en kleurde ze haar mezzosopraan schitterend tussen hoop en wanhoop.

Ook de anderen – Hélène Guilmette (Sophie), Jean-Luc Chaignaud (Albert) – zaten vocaal en theatraal prima in hun rollen. Magnifiek ondersteund door het orkest, dat na een wat aarzelend en zoekend begin, stabiel en stevig over de emotionele golven surfte. Terugtredend chef-dirigent Kazushi Ono voelde de heftige wisseling van eb en vloed in Massenets partituur heel goed aan. De muziek bij de eerste ontmoeting tussen Charlotte en Werther – het thema groeit uit tot een leidmotief – klonk bij Ono direct al in- en intriest.

Regisseur Joosten zet de zogenaamde prentenboekwereld van Charlotte en haar ’gezinnetje’ spijkerhard neer. Die wereld is slechts een kleine kleurrijke romantische punt tussen klinisch-witte hoge wanden. Het schilderij dat in deze omgeving als achtergrond wordt gebruikt, verliest steeds meer kleur tot er slechts nauwelijks waarneembare vage schaduwen van overblijven.

In de eerste scène is er al direct een toespeling op mogelijke incest tussen de weduwnaar en zijn dochter Sophie. De mannen zijn voortdurend laveloos en vervelen zich op zondag te pletter. Albert is een geniepige gluiperd die zich stiekem achter deuren verstopt. Joosten laat personages aanwezig zijn, daar waar ze volgens de partituur niets te zoeken hebben. Het levert schitterend en pijnlijk theater op. De manier waarop Sophie, naast de kerstboom, ineens volwassen wordt, is door Joosten met empathie vormgegeven.

En al die kleurrijke vlinders op voordoek en decorwand. Ontpopte symbolen van vrijheid, maar hier meedogenloos vastgeprikt. Charlotte, en in haar kielzog Sophie, zijn hier de echte hoofdpersonages. Voor hen geen zelfmoord, maar louter tergend geduld.

mailIcon print |